Nullig niets

De herfst eet, 2013, boek 112, pagina 7

2013_b112_p7_de herfst eet_k

Soort theater

Hoe men ook de tongen tot vlam aanvuurt, het niets zeggen kan soms
sterker staan. Als alle lust vergaan is en al het leed is vergeten blijft
het nullige niets over. Dat niets ontroert me. De attributen van de doden
spreken, tillen de levenden op. Doden hebben die macht.
Op de achtergrond zou ik dan graag een licht applaus willen horen. Hier
en daar een echo van een leeg toneel is ook prima. Nadachtige woorden
moeten vervolgens hun weg zoeken.
Als de eenzaamste van allen onverwacht in een groter licht gaat staan,
schrikken anderen misschien een beetje voor ze toehappen. Helemaal
niet erg. Laten alle verstarde mensen zich even omdraaien en zich niet
langer blindstaren op andere troosteloze ruggen. Bijt liefelijk in de
schouder voor je. Je zult zien dat er een reactie komt. Wees niet bang
voor het riskante gebaar. Eet alsof het herfst is en je een winterlaagje
moet kweken.
Kortom: omarm de hunkering en je zult de glimwormen zien glimmen.
Ze lichten op in de ogen van de gebetene voor je.

Stilte

Krokodillentraan, 2013, boek 108, pagina 6

2013_b108_p6_krokodilletraan_k

Verloop

het licht van geluid
sluipt de oren uit
vindt de mond
welsprekende aria
straalt nieuw licht

een radio scherpt
haar oude oog
zomerdagse zandtaarten
glimlachen korrelig
je straalt opnieuw

waarom is je hand
ineens versteende stille
slordige maskers
spreken kwade taal
dode blinde

zwevende zwepen
knallen voeger
geschrokken stenen
zijn geen
fluwelen snaren

stom, stenig, standvastig
staren we beide
tussen alle oren ogen

Slaap

Influistering, 2009, bewerkte foto

2009_influistering_k

In het hoofd, uit het hoofd

Het gebaar van afscheid murmelde wat.
Adieu.
Murmelen heeft iets te doen met het geluid van de vage wind.
Soms lijkt het ook wel wat op het ketsen van langs elkaar schuren
de bakstenen. Een mooi zacht geluid. Aangenaam.
Het geluid bleef lange tijd in mijn hoofd zitten.
De zomer is heet en laat de lucht trillen.
Er ontstaat een onduidelijk landschap. De aarde ademt heet.
In de verte hoor je de hoge, schrille stemmetjes, kreetjes van
spelende kinderen. Ze bewegen hun tongetjes in hun mondjes en
leggen de woorden op onze weg.
Ik glimlach. Voel me veilig.
Vannacht zal ik vast witte schimmen zien.
Het is toegestaan. De natuur wil. Er zullen kleine witte vrouwen of meisjes
zijn. Ze gaan me in de nacht vergezellen tot het slechts onmogelijke vouwen
zijn in mijn lakens.
Was het maar nacht, dan kon hij in het hoofd uit het hoofd doen.
Alles blijft, niets gaat verloren.
Denk je.
Maar het wordt hooguit een geheim. Meer niet.
Je naait in het donker je eigen masker, haakt je afweerkleed.
Soms lijkt het dat je steelt uit je eigen bagage. En dat mag, want
het is allemaal van je alledaagse jou.
Dan komt een kolossale geest je pakken en slaat je met een stok
op je kop.
Je slaap droomt verder.

Ooit

Lagere school, 1989, bewerkte foto

1989_lagere school_bf

Koude gang

Dit zou zomaar een gangetje kunnen zijn van mijn nieuwe huis.
Een nieuw huis met oud werk blijft een nieuw huis. Onbekende,
andere spanningen maken ook het oude opnieuw nieuw.
Het is een soort wedergeboorte: ik ga terug naar mijn oude stad.

In de stad waar ik geboren ben waren de eerst twee lagere school-
jaren een regelrechte ramp. Het naoorlogs leed gloeide nog na. De
stijve onderwijzeres verstrakte alle speelsheid. Vaak deed ik iets om
te ontglippen en werd op de koude gang gestuurd. Daar leerde ik
rekenen en wegduiken door de kapstokken gebukt, op handen en
knieën, te tellen.
De waanzin van de juf tikte zelfs onder het haastige water door. Ik
kokhalsde zonneklaar en oprecht. Voor het eerst voelde ik de wens-
dood. Sliep slecht. Had nare nachtmerries.
Mijn hart is sindsdien goed gehelmd.
Gelukkig werd ik na een tijd vol ellende naar een andere school ver-
plaatst. Daar begon mijn lichte leven. Mede door de doorkijkbloes
van de nieuwe jonge juf. De donkere droom was door de zon opgelost.
Dromen werden werkelijkheid.
Ik omarmde het als een ik word wel honderd en wenkte alle wolken.
Geluk is het verleden her en der. Door de onhoorbare branding van
het verleden leeft het heden voort.
Alleen een stokstijf leven valt in slaap.

Kleine kop

Geduld, 2006, computertekening

2006_geduld_ct

Aanwezig afwezig

Aanwezig afwezig. Het is paradoxaal, een vreemde aanwezigheid.
Niemand houdt er echt van. Er is geen diepte meer. De grond is weg.
Alles wemelt voor je ogen. Alles lijkt kleiner. Als ik geen diepte meer
voel hoeft het niet meer. Ik ben een jongen.
Mijn jonge kop, vergroot tot mensenhoofd, weet alles en niets.
Ik buig dat hoofd.De natuur is sterker. Altijd.
Het kan ook zijn dat ik toen niets te melden had en daardoor nogal
doorhamerde. Ik verloor mijn kalmte in ieder geval en kreeg tijdelijk
een kleiner geheugen. Men noemt het een muggenheugenis.
Door af en toe te grommen, mijn nieuw gedragskenmerk, hield ik
iedereen op gepaste afstand. Gericht grommen bleek verstandig.
Daarna was het wachten geblazen.
Bovenstaande tekst slaat op iets uit mijn kindertijd, ik had last van
voorzichtige, zeurende muggen. Heel vervelend, je krijgt er bloed-
armoede van.

Rustige man

Dream, think, speak, 1999, acryl, 70 x 100 cm

1999 _dream-think-speak_k

Feit

Hij is zijn smaak nooit verloren. Feitelijk is hij ongemerkt speciaal
geworden. De sensationele wisselingen van het lichte en donker leven
hebben hem zo gemaakt. Hij kan heel mooi aangloeien en uitdoven
en laat zich graag ontroeren.

De muggenzwermen om hem heen storen hem niet. Soms is hij zo
rustig dat hij knikkebollend in slaap valt. De muze had even rust,
is het dan later.
Hij is een zinlijke man. Dat zie je zo. Die natuur verbeeldt zich even
wonderbaarlijk als gewoon. Bloemen gaan uit beleefdheid over op
hun zachtste fluisterstem. In verhouding met hem betekenen ze
niets. Bloemen hebben geen schrift, ze kunnen niet benoemen, niet
rubriceren. Bloemen geuren alleen.
En veel verder weg trekt de horizon zijn strakke lijn, zij heeft niet
geleerd om kronkelig te zijn. Daardoor ziet de natuur er veel minder
chaotisch uit als zij uit zichzelf is. Ze zeggen dat de natuur ouder is
dan de mensen. Het is een logisch idee, maar moet je hier wel logisch
gaan denken? Waarom is er niet zomaar uit een groot niets spontaan
een mens ontstaan? Als kind van de wind?
Toen de mens begon te spreken verstomde de zon, die daarvoor het
woord altijd deed. Als straf laat hij het vaak afweten, dat zal de
mensheid leren!
Zoiets wou ik beweren, maar dan anders.
En nu ben ik weer terug bij af, dat is het mooiste begin.

Natuurmuziek

Introvert persoon, 2010, schets, A4

2010_introvert persoon_schets_k

Afscheid

Een oude emotie verplaatst zich van de ene naar de ander kant.
Dat heeft een bedoeling: het onderwerp uit het verleden moet naar
het heden vloeien. Dat gaat natuurlijk niet zomaar. Zeker niet bij
mensen.
Beide denkoevers zijn meestal nogal lang van stof, denken lang en
diep na voor ze iets loslaten. Als je stil luistert hoor je de stomp-
zinnige zuchten die uitgelaten de vrije weg zoeken. Een lichte echo
volgt. Natuurmuziek.
Maar als alles eenmaal op hun plaats is is het feest. Alle vensters
staan wijd open, de deur is los. Er is nieuw licht en men heeft geen
slapeloze nachten meer, nee men zingt. Er heerst vrolijke rust.
De nieuwe emotie houdt daar wel van. Hij weet hoe het bed warm
moet blijven en luistert op die plek graag naar anderen. Nu is er
geen verveelde oogopslag meer. Ogen stralen naar buiten, stomme
woorden glijden weg.
De emotie rust uit in een lang vaarwel.

Onzegbaar niets

Schrijver, 2007, tekening, A4

2007_schrijver_k

Andere kant

hij schrijft vaak ’s ochtends
soms ook ’s middags
maar meestal ’s avonds
lang geleden
rinkelde de telefoon
of een ander toon
werd gezet
nog even dan…
zo is het niet
het is niet anders
niemand belt

mensen weten niets te zeggen
hij wel
van alles
en veel meer
nog leuk ook
kapotte liefdes
zijn vruchtbaar
dus hoezo kapot
vraag dan
hij weet hoe het voelt
de hele dag schrijft hij

Late liefde

Nachtbeet, 2012, bewerkte foto

2012_nachtbeet_ct

Donkerman

ik zal niet zingen
als een opgeblazen bries
ik zal geen liefde leven
die ik niet heb
ik zal de dode, zelf al lied
zelfs niet neuriën
maar de kracht van zien
zal ik bezingen
en hullen in stilzwijgend
niets

naakte naaktheid
geeft vorm aan leegte
de nacht bijt zacht
alles wat slaapt droomt
diep gebogen
leeft mijn leven door
nadat de afscheidsangst
nadrukkelijk afscheid nam
ik mis je
soms

liefde begint laat
dus waarom niet in de nacht
nog even, dan komt een eind
aan ontvangen brieven
de tussendoormuziek
speelt al door het venster
nog even, een ander geluid
ademt zonder explosie
uit de keel komt geen adem
meer

Zwaar zwart

Zwarte gedachte, 2014, computertekening

2014_zwarte gedachte_ct

Niet meer horen

Kaap het beeld met een nieuwe betekenis, het beeld kan het hebben.
Ja dat mag altijd, dus ook in dit geval. Er is ruimte genoeg. Het beeld
blijft immers gewoon beeld. Het voegt hooguit een betekenis toe aan
het oneindige scala dat een ander openliet.
Een voorstel doen waarvan je weet dat het veel publieke hoofdbre-
kens geeft is goed. Het gaat tenslotte om het proces van betekenen.
Anders gaat iedereen weer verder met zijn grijze dag. Dan valt er
niets te beleven. Hoe het uit gaat pakken is altijd de vraag.
Sommige mensen willen uit zelfvervreemding niet meer horen.
Daar hoef je niets mee te doen. Dat zou verloren moeite zijn, zij
willen niet wakker worden. Laat ze slapen, richt je op minder verpie-
terde mensen, die zeggen dat kunstenaars met hun portemonnee
naar de overheid en met hun rug naar de maatschappij staan.
Kunst kan per definitie niet in een vastomlijnd plan worden gevat.
Ze ontsnapt aan elk kader en ontglipt aan elk cliché. Je kunt kunst
niet gevangen nemen. Het gaat je niet lukken.