Licht boos

Schuilman, 2014, computertekening

2014_schuilman_ct

Rottigheid

Lucebert zei het al: vliegen en schurken slopen het ontbijt.
Helemaal mee eens. Ik ken dat. Als kind al.
Toen zochten de half versleten moeders al stukken karton om hun
dikke kinderen te beschermen tegen het koude vocht. In diezelfde
tijd pakten gemene anderen de klaargezette boterhammen.
Als men dan weer teleurgesteld terugkwam van een vergeefse
zoektocht kregen ze het nog een keertje voor hun brokkelkiezen.
Al het eten was meegenomen door die brutale apen (die met hun
rode apekonten in alle palmen sprongen).
Hoe kan een mens dan nog tevreden blijven?
Dikke druppels vocht vallen dan uit de kraan van het hart. Ja, hele
dikke! Ik zag het zelf!
Gelukkig was er altijd wel ergens een verstopte of gevallen boterham.
Als je eerst een stinkende wolk wegtrok vond je gelijk een snee
volkoren met pindakaas. Bovendien zijn moeders waakzamer dan
menigeen denkt.
Vaders niet, die hebben het veel te druk met hun stormen van eigen
ego-denkgeweld. Als die uit hun vermolmde auto’s stappen is het
kwaad al geschied en opgelost.
En de kinderen dan?
De kinderen zien kunstzinnig door elke spleet met hun verwonderde
ogen. Zij kunnen voorlopig nog blanco zien en dat is mooi.
Heel mooi zelfs!
Het vermolmde kijken komt pas later, als ze leren rekenen.

Nooit

Schaamte, 2014, bewerkte foto

1980_schaamte_bf

Over de rooie

Ze vertrok.
Zonder twijfel, het was duidelijk. Ik zag het aan het bordje dat
boven haar hoofd hing: ‘Ik vertrek’.
Nadat ze woest haar koffer pakte, sloeg ze de deur achter zich dicht.
Ik kon er niets aan doen, maar alles werkte op mijn lachspieren.
Misschien mijn zenuwen, maar ik vond het ook erg archetypisch,
niet erg origineel.
En daarna?
Daarna was het aardedonker.
Iets had me naar de koude grond gebracht.
Toen ik mijn ogen open wreef, zoals ik dat vroeger deed als ik net
wakker was geworden, zag ik haar bordje schuin naast me liggen.
Snel draaide ik het uit nieuwsgierigheid om en zag dat daar een
rood duiveltje op was getekend met een vet onderschrift: klootzak!
Zou dat voor mij bedoeld zijn?
Misschien had ze het in de haast verloren toen ze vertrok. Het was
vast voor die andere vent bedoeld, die voldeed wat mij betreft hele-
maal aan die omschrijving. Ik never niet, nooit.
Mijn tong begon van schrik te rollen, ik zette een enorme keel op.
Wat dachten die hufters eigenlijk? Ik was blij voortaan alleen te
zijn.
En zo dacht ik nog een tijdje na, totdat mijn baardgroei zich her-
vatte. Ik veerde uit mijn diepe hurkzit, schudde alle schubben
recht, zocht een nieuwe houding.
Terwijl ik naar de hemel keek zei ik: Kom het is al laat, maar nog
niet te laat en ging de werkelijkheid snel herstellen.

Slepend, slopend

Boze man, 2014, computertekening

2014_boze man_ct

Tot de zwarte korrel

Die nacht droeg hij een hoed van zand en gaf voor God noch geld
zijn zaak uit handen. Sterker nog, hij sleepte het aan een stuk
touw achter zich aan. Daar was heel wat lef voor nodig, er zijn maar
weinig mensen die dat op klaarlichte dag aandurven.
Onderweg stonk het erg naar verkeerde broeders. Die hadden te
veel rotte vis gegeten en waren kort van stof (met een kanten rand
van schimmel) geworden. Hoewel het hun eigen schuld was, was
het toch een treurig gezicht. Als je hun zag zweeg je snel en dook
subiet een andere straat in.
Hij trok zijn zaak, zijn lot, verder voort. Liet zich niet afleiden.
Zijn lege maag knorde een behoorlijke melodie en duwde hem iets
verder dan hij oorspronkelijk wilde. Iedereen wist ergens wel dat je
eerst vele dagen zwartsel moet slikken voordat je je stoel aan tafel kan
schuiven om een overheerlijke maaltijd te krijgen. Voor wat hoort
wat.

De herberg was nederig, de baas ook. Met zijn veel te kleine armen
wenkte hij de man met het touw, heette hem hartelijk welkom. De
anderen hadden veel vreugde over gister. Toen was er de toets van
azijn. Een walm van bittere zelfverheerlijking werd opgediend. Enkele
karkassen hadden ervan gesmuld. Daarna zat iedereen te wachten
op de dag van morgen: dan zou de zakelijke touwman komen om de
eindjes aan elkaar te knopen.
En nu was het dan zover.
Iedereen kreeg les in ademstoot.
Gekneld tussen de verveelde lach en de valse glimlach stierf je dagen
voor de zwarte korrel was gezaaid en werd je een vlezige doos.
Die doos was zijn slepende zaak.

Herhaling

Come In, Find Out, 1999, acryl, 170 x 100 cm

1999_come in- find out_k

Toch de tijd

Zo vervolgde ik op een dag de tijd en kwam haar tegen.
Wie?
Na vele herhalingen, haar!
Direct was ik me bewust van mijn handelen. Het was nu of nooit.
Wij praatten vrijuit en genoeg, onze bewegingen wilden zich er
ook vaak mee bemoeien. Het moet een mooi gezicht zijn geweest
om ons tweeën in elkaar te zien kruipen. Blikken veraadden vals,
al onze onbewuste gebaren werden sterk uitvergroot. Ik kreeg er
pijn in de borst van (nog erger werd het als ik bedacht dat adem
halen niets anders was dan het snel op en neer gaan van onze
borstkas).
Zij zag het en zei snel: Je hoeft me maar aan te raken en ik ben
van jou!
Daarna had ik alle verlegenheid overwonnen en werd gelijk wakker.
Jammer, maar helaas.
Bij het opstaan nam ik een koffer vol avontuur mee en ging op reis.
In die koffer zit alle informatie die ik nodig heb voor die dag. Ik kan
er over beschikken wanneer ik wil. ’s Avonds, als ik weer ga slapen,
krijgt de koffer rust en glippen er nieuwe herinneringen in. Ze nestelen
zich in de voering.
Andere mensen vinden mij hierom een dromer, dat is natuurlijk onzin,
ik leef gewoon op de wind van de verandering. Die brengt mij daar
waar ik wil zijn. Ik volg hand en hart.

Misstap

Frozen mind, 2012, boek 101, pagina 20

2012_b101_p20_k

Koud / warm

Diep onder de indruk van haar nieuwe leven liep ze als een goed
gevulde pion. Ondertussen riep ze naar binnen: Ik hoef me nergens
voor te schamen, ik ben zo, ik ben mijn eigen toekomst.
Thuisgekomen was ze pas echt enthousiast over haar geleverde
prestatie, ze voelde zich aan de rand van de hemel. Spontaan
tekende ze een passende tekening aan de grote tafel.
Later, na een lange lopende band met een vrijer en wat ongeboren
kinderen, koos ze op goed geluk een deur met een andere naam.
Ze projecteerde zichzelf in een nieuw landschap en huppelde weg.
Toch was het een misstap of mishuppel in dit geval, want het land-
schap bleek luchtledig te zijn. Het landschap had geen innerlijk.
Ze voelde zich een zeepbel worden.
Iemand zei dat dit haar jeugdtrauma was en dat was best mogelijk,
al had ze zelf meer het idee dat ze juist het eerste uur van het nieuwe
had gezien.
Beter was het om alles maar open te laten, om zo te kunnen ontsnap-
pen om de rand van het bos te kunnen vinden.
Op afstand hoorde je al een hond huilen. Heel aandoenlijk.

Woorden

Clara, 2006, aquarelschets

2006_clara_schets_k

Voor in de mond

woorden
zijn woorden
schilderijen schitteren
Schilderijen zijn schaduwen
het licht op de aarde
pakt de horizon

vogels zijn vogels
vogels vliegen aan
een kind is een kind
kind der tijd strooit
een glimlach
om de mond

een fles is een fles
ze vallen vaak op groen
voor in de mond
proef ik liefde
we kussen elkaar
bijna helemaal

zwijgen is zwijgen
het zilverpraten
haalt alle woorden in
in de pauze
gebeuren alle leuke dingen

Clara
is een helder kind

Herinneringen

Warme herinnering, 2014, bewerkte foto

2014_warme herinnering_bf

Andere tijd

In het huis van de andere tijd klop ik nog een keer en nogmaals
er werd niet open gedaan. Alleen de hoorbare stilte bleef.
Zonder aarzeling moest hij ineens denken waarom hij dit huis koos.
In dit huis was de oude tijd voor de helft al bedekt, de rest was nieuw.

Het voelt wat eenzaam, alsof de klimop niet het huis maar mij half
heeft bedekt. Ik was op de een of andere manier mij uit noodzaak aan
het verdubbelen, om maar niets te laten merken aan de buitenwereld.
Tot mijn schrik zie ik ineens het huisnummer 22, weer zo’n dubbel
ding. Dat kan geen toeval zijn.
Op zijn bureau ligt een bundel papier. Alles netjes, keurig geordend,
zo als te verwachten valt. Een breed, grijs lint houdt alles bij elkaar,
lijkt net gestrikt. De telefoon neemt zwijgend haar plaats daarnaast in.
Zijn vredig bureau zegt niets.
Zonder aarzelen doe ik de bureaulamp aan met drie korte tikjes, dat
is iets van de nieuwe tijd. Eén voor één lees ik de gedichten, zonder te
beseffen dat ik op zijn stoel zit. De ronde leuningen omarmen mij.
Buiten is ver weg. Het leven begrensd. Een hand zoekt een hand,
maar vindt niets.
Dag kamer, bureau. Lamp, stoel – – dag vader.
Het huis van de andere tijd is nu ook bedekt.
Voor altijd herinner ik.

Ochtend

Kierdeur, 2014, bewerkte foto

2014_kierdeur_bf

Tevreden

Achter de schermen van de nacht droom ik veel over orde en regel-
maat. Alles in één handpalm bereikbaar. Het zal wel versleuteld in
mij zitten.. Er is geen verschil tussen hoofd en lijf.
Werken wordt zonder uitleg begrepen. Ik doe.
Toen ik wakker werd hoorde ik iemand op sokken door mijn huis
suizen. Ik realiseerde me ineens dat ik een gast had. Snel trok ik
een broek aan (het minste wat je kan doen uit voorzorg) en ging
naar beneden. Groette vriendelijk, zette thee.
Zo glimlachten we de ochtend in.
Oorspronkelijk had ik heel andere plannen. Ik zag mezelf al in een
ander, aangenamer klimaat, zei de winterjas vaarwel, nam de sterren
mee. Tijdelijk.
De sterren zijn er nog steeds, de kamer is heerlijk warm, de sleutel
past op de deur. Af en toe ontvangt mijn bed een vreemde. Het open
dek is gul en de nacht duurt zolang de nacht duurt.
Met tevreden mond en vrije geest slaap ik binnen de tien minuten.

Zenuwen

Vernetting, 2014, computertekening

2014_vernetting_ct

Bezinksel

In de herfst begon zij eindelijk aan haar ingrijpende kuur, die zij
allang van plan was om te doen, om zo van haar probleem af te
komen. Sinds haar doorbraak in het Zwarte Woud in 2010 en de
daarop volgende breuk met haar vroegere vriend Isat, waren haar
zenuwen steeds meer aangetast. Ze leken zich zelfs extreem te ver-
takken, waardoor ze min of meer een overgevoelig netwerk in haar
hoofd had. Zij verloor daarna al haar concentratie.
Vroegere vriendinnen hadden haar al geattendeerd op haar toene-
mende nervositeit. Steeds vaker zinspeelde ze er op of waren nog
vaker onaangenaam getroffen.

Uit eigen notities bleek later dat zij bang was om in een zenuw-
kliniek te worden opgesloten. Af en toe dacht ze dat een grote,
wilde horde achter haar aan zat om haar te grijpen. Om dat te
voorkomen vluchtte ze van zichzelf, maar de horde bleef geduldig
wachten en zou zeker op een bepaald moment willen toeslaan.
Uiteindelijk moest ze een jeugdvriend vragen haar naar een kliniek
te brengen. Daar kreeg ze zware medicijnen en sliep zeven dagen
achtereen, voordat de genezing, lichamelijke en geestelijk, begon.

Onder haar bed lag haar bezinksel.
Het bleek mos te zijn.

Geen haast

Underdog, detail, 1999, acryl

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het bos

In de stille leegte van het bos ontplooide hij zijn ijzeren ei.
Eerst had hij een fraaie brief geschreven, daarna in de stoel in slaap
gevallen. Een balkende fee had hem na een uur weer wakker ge-
maakt, waarna hij aan zijn vage wandeling was begonnen.
De duistere mond van de herinnering brak hem tijdens het loopje op,
hij voelde zich naakt als een betraande schietschijf. Gebogen bomen
richtten zich richting afgrond,  late vogels lachten zich met lichte
echo verder.
Ineens was daar de schaduw van een lage, verlaten wolk. Tenminste
zo ervoer hij het eerst. Later bleek er een grote hond boven aan de
bosberg te staan, zijn kop wiebelde nieuwsgierig, vragend heen en
weer.
Hij had totaal geen haast, dus wachtte hij rustig af wat er zou gaan
gebeuren. Het beest liep recht op hem af. Geen greintje grim, eerder
een lichte glimlach van de lente, had hij om zijn bek. De schaduw
had zich verheft en leek nu in verende tred te dansen. Hij zou panisch
kunnen zingen, zijn leeuwenzweet kunnen druppelen, maar dat deed
hij niet. Hij kuste de hond voorzichtig, zonder schroom. De rustende
lippen van de hond voelden als een afgezakte slobberkous.
Alles was voortvluchtig op de man en het beest na.
Enkele versnipperde schaduwen vlogen heen.
Het onmogelijke heeft geen geluid.
Hij dacht: zonder mond is de wind volmaakt. De dichter in hem was
weer teruggekomen en wreef zich in de handen.
Samen liepen ze naar huis.