Zand er over

Polke’s dochter, 2014, bewerkte foto\2014_Polke-s dochter_bf

Het geheim

Omdat hij niet wist welke wereld zijn huis was koos hij er zomaar
eentje uit. Zijn provisorische wereld bestond vooral uit zand, veel
zand. Met een dek vol sterren boven zijn hoofd begon hij te werken
met zijn gevoelshandel.
Af en toe kwam hij op zijn weg een vreemd verlangen tegen en dan
was hij steevast even van slag. Dan werden zijn vrienden en som-
mige anderen vijanden. Hij stopte zijn gevoelens daar waar ze hoor-
den, in zijn werk. Hij werd beroemd.
Zijn kleine winkeltje gedijde goed. Heel goed zelfs, maar ondertussen
knaagde het gemis van een dochter hevig.
In zijn andere wereld plakte hij zogenaamde opsporingsberichten
aan. Zijn actie wekte wederom verbazing alom, te meer omdat hij
tegelijk nu zelf ook verdween. Talloze geruchten deden de ronde.
De lege ruimte schreeuwde een ongeschreven biografie.
Langs de lopende band der tijden volgden de nachten heel dicht
op elkaar. Soms liep het bijna in elkaar over. Duizenden jaren vlogen
voorbij zonder hun koers te veranderen. Alle kleine bomen werden
zo ziek omdat ze stikten in eentonigheid en smog. Alle kleuren leken
op elkaar of verdwenen. In alles wat hij voelde bleef het stil verdriet
een vaste gewoonte.
Kortom het was eigenlijk onmogelijk om de wereld te veranderen.
Hij stierf kort nadat die wetenschap diep was doorgedrongen.

Grenzeloos

Blue Annie, 2014, computer tekening

2014_Blue Annie_ct

Ongepaste opschepperij

Hoewel de weg recht en krom is en uit zichzelf geen naam draagt,
noemen we de weg altijd weg. Niemand verzet zich, geen enkel
complot wordt beraamd. Aardse wetten varen op eigen kracht.
Zwevende idiomen vliegen door de raadselachtige lucht.
Dit even ter inleiding.
Haar hart kende totaal geen grens, beweerde ze.
Maar als ze een zo maar blije, dansende persoon zag kon ze er niet
tegen. Dan mocht die persoon ter plekke sterven uit pure aanstel-
lerigheid. Het kost maar energie en heeft totaal geen nut, vond ze.
Ze moest streven naar harmonie en daar hoorde dansen niet bij, dat
was gewoon te druk van zichzelf. Dansen is voor dommen, was een
andere kreet.
Zij bewaarde haar kalmte zonder ervoor te bidden. Het Bijbelse dik-
boek bleef gesloten. Liever keek ze met een kalme glimlach mensen
meewarig aan. Volmaakte wijsheid was haar nooit te zwaar, haar
volle hoofd zag eenvoudig de waarheid. Kalmte en wijsheid zaten in
haar staart. Haar lichaam was de zon, het wolkendek. Onafscheidbaar
vielen ze samen. Zij vulde het universum. Het heelal en ik werd alleen
ik, was één verbond. Zij was samen één.
Ik houd het op een valse start bij haar. Zij zocht een uitweg en sloeg
door, werd adem, zielen geest in hoge mate. Haar hoogste levensdoel
was: bevredig uw verlangens uit gevoel.

Parels

Denkbare man, 2005, bewerkte foto

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Opgeluchte ademtocht

Het is nu tien jaar geleden dat Kees stierf en de intellectuelen lachten
zich rot. Kees zou ze één voor één in het gezicht hebben gespuugd.
Zo was hij. Misschien zou hij eentje sparen, maar je kan er maar beter
niet van uit gaan dat jij degene was die gespaard bleef. Kees was bij
leven een rare relschopper, eentje nog van het oude stempel. Als
eersteklas klootzak wist hij hoe hij zich schurftig moest gedragen.
Het ging bij hem vanzelf. Aan sullen heb je niets. Zijn leven en niet hij,
daar draaide het om.
Eindelijk hebben ze hem waar ze hem willen hebben: dood. Het beest
is gebonden en gemerkt. Niemand is meer op zijn hoede. De baas is
niet meer baas. Alhoewel je het met Kees natuurlijk nooit helemaal
zeker wist, misschien was alles wel een truc en ging hij straks luid
bulderende weer herrijzen.
Toch kakte Kees een aantal parels, zoals men dat op zijn begrafenis
durfde te zeggen. Dat kwam omdat hij zoveel en zo vaak oesters at.
Een stortvloed werd ingehaald. Goed voor het hart, ventje, zei hij dan.
Nu leek hij meer op een aangespoelde kerel. Een dun laagje vernis,
balsem, hield hem langer in vorm. Zijn grauwe grijns was bij sterven
spontaan veranderd in een mooie milde grijns. Wel zo prettig.
Dit alles voelde goed en echt of Kees liet ons gewoon denken dat het
allemaal waar was. Kees,baas boven alles.

Ooit

Roepende in het bos, 1995, tekening, 110 x 80 cm

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ander tijdelijk

Het pad leek nog het meest op een lichtrivier, het bos raakt in het
lichte weg. Hier – zei ik – hier wil ik sterven en liep die kant op.
Het voelde alsof ik geboren werd in het hoofd. Ik trok mijn ogen uit
het vitrage, gooide mijn hoed af en zag dat jij daar ook was, teugel-
loos.
Je praatte wat in jezelf, je had het over een nieuwer huis. Ik begreep
het niet. Je raakte gelovend onderweg, zei je. Nog zoiets. Het klonk
heel slim, maar wat betekende het? Je zag mijn vraagtekenhoofd en
maakt een gebaar wat nog het meest leek op draaikonten met de
handen. Eigenlijk zei je: ik leg geschaafde hoofd, of was het be-
schaafde hoofd, in je schoot, dan zullen we zien.
Het wonderlijk bos met de wonderlijke paden lichten nogmaals op
en je klom op mijn rug. Het paadje werd een paardje.
Onderweg:
Hoe heerlijk en verslavend kan de geur van een bos zijn. Alles gra-
zend bij elkaar eten maakt de dag compleet. Op zo’n moment wil je
niet meer naar achteren leven, niet meer naar voren denken.
Intussen rijdt het paardje hem het donker door, het stadse licht
verschijnt al aan de horizon. Na aankomst wist de stad het bos uit,
als het antwoordapparaat van een dichter die wil slapen.

Stof

Real, 2013, boek 111, pagina 27

2013_b111_p27_real_k

Denkproces

de locatie is bekend
het smachtend hoofd
is voorbij eenzaamheid
zegt niets te weten

je afwezigheid
voelt als volle boel
een innerlijke sterrenhemel
zoekt het zonbestoven land

als tussenstandsjongen
met goede manieren
scoort het terloopse
de aandrift van het lot

het grote geheim
neuriet zacht geurend
uit je ooghoeken
een stofdoek moedert

de bittere geraniums
bloeien bij ouders
de krul van gister
verzekert de kinderjaren

het hoofd trilt
wordt vliegwiel
dat ben jij
in het witste licht

Heimwee

Poem, 2013, tekening, A4

2013_poem_A4k

Die dag

De hele dag was nog intact, de wereld vol landschap.
Ik zag haar zo plotseling dat ik alles vergat waar ik mee…
Ze heeft me neergezet waar ik moest doorlopen tussen het steen
en het gras. De tijd heeft zich verder aan mij voortgezet. Zelfs
een wonderlijk waaiende wind kreeg mij niet om.
Wie ben ik als ik straks vertrokken ben?
Haar boezem stroomt, ik bedel. Ik raak ingepolderd en lig nu op
mijn kant. De wereld lijkt open. De kop die ik krab lijkt steeds te
willen zingen. Voor een antwoord wijkt hij uit, de droom moet nog
even voortduren. Het stuifmeel hecht zich aan mijn oog, verzet
zich later. Het woord is te laat. Wat onbenoemd blijft groeit.
Ik dicht in eigen warmte:

verteert van binnen
kwam alles buiten
vouw mijn lichaam dubbel
ik wil onthullen
zoek diepe nacht
zoek diep bed
scherpe begeerte
slaat op hol
hemel en aarde
smeken schrijlings
op elkaar
het bloed bloedt
wil weerzien
eeuwig handwerk
starende blik
naakte gebaren
laten aarde bewegen
mijn bloem is mijn bloem

Daarna stap ik uit mijn droom.

Verleden

Oude warmte, 2014, bewerkte foto

2014_oude warmte_bf

Nog een keer terug

Soms heb je van die dagen dat alles van je verleden als één brei
terug komt. Je kan het niet stoppen, je kan er niets aan doen. Het
trilt gewoon naar binnen en blijft de hele dag als een overijverige
krekel in je hoofd sjirpen.
Dan wordt ik een man met moe haar op een bank van de herfst.
Een dof hoofd denkt niet zo helder meer. Ach je knoeit wat, je rom-
melt wat, maar je krijgt dat verleden niet weg. Je hebt je levens-
avond in de stem van ooit gehuld. Een mooie, gave neurose, die
weer overgaat als je weer minder ontevreden bent.
Pas als alles overal gelijk en hevig hier is voel je verbond met de
dag. Dan komt de schoonheid en het diepe geheim naar boven.
Dan is het leven op zijn mooist.
Ik ken iemand die heimwee heeft naar de jaren vijftig. Toen was
hij nog een geheven kind. Geheven? Omhoog geheven zul je zeggen.
Baby’s werden licht in de lucht gegooid en weer opgevangen als
oefening voor het later los laten. In die tijd hadden emmers nog
zeepbellen, verdwenen vaders nog tussen de waterstanden, kwet-
terde het geel nog volop tussen het grassig groen, wiedde men nog
tussen de tegels met een aardappelmesje, hing er boven de etens-
tafel een prima Rinse appellucht, om maar eens iets te noemen.
In de krul van de dageraad maakten vogels je wakker en riep moeder
dat we naar beneden moesten komen, omdat de eieren anders koud
werden. Toen is allang niet meer nu.

Gemoed

De droom, 2014, bewerkte foto

2014_de droom_bf

Valentina

Dat is toch jammer. Alle gemoedsbewegingen, hoe aangenaam
ook, zijn alleen maar onderbrekingen van mijn onbekend innerlijk.
Niet dat ik mij bezorgd maak, alleen erger ik mij wel. We leven
al zo buiten ons zelf en die eeuwige verstrooidheid is een absurd
centrum.
Zo denk ik wel eens dat ik ouder ben dan tijd en ruimte, want ik
ben bewust. Alle dingen komen uit mij voort. Ik ben altijd de eerst-
geborene van mijn gewaarwording. Ik hoef niet te zoeken, het is
er al.
Overigens komt de zon zonder mij ook wel op en onder. Ook de
wind kreunt, de regen valt allemaal zonder mij. Ik ben geen heer-
ser over die wereld. Mijn wereld, mijn bedrijvige plaats, wandelt
ondertussen bewust met mij door de nachtelijke straten van mijn
ziel. Mijn complexe waarneming dwaalt graag. Alles wat mij kan
wekken wekt mij en brengt mij naar de aangegeven plaats. Ik
ben nooit bang. Ook niet voor nachtelijke gestalten. Fluisterend
gemompel golft naar mijn bewustzijn.
Langzaam verlies ik het heldere besef dat ik besta, dan ben ik in
dromenland, het mooiste land waar inzicht en analyse verloren is
gegaan. Ik ben wezenlijk anders geworden, verwijderd van alles
wat vreemd is. Vreemd is zo gewoon dat het helder is. Weidse
stilte wordt nauwelijks verstoord.
Ik betrap mij er op dat ik bijna wil schreeuwen naar de eindeloze
ruimte of eeuwigheid.
Buiten mijn bereik word ik weer wakker. Mijn onrustig artistiek
streven om iets voort te brengen start op als een insect die niet
tevergeefs de warme herinnering van de lamp zoekt.

Niet vreemd

Zeehond, 2014, bewerkte foto

2014_de zeehond_bf

Dromer

Ik ben altijd een dromer geweest, altijd ontrouw aan mijn innerlijke
beloften. Ik geniet altijd van het vreemde wegen inslaan, je wordt
vanzelf de toevallige beschouwer. Die geziene beelden zijn voor mij
werkelijkheid, geen vervreemding. Half in het duister ben ik het
beste. Voor mezelf doe ik net of ik dan onberekenbaar ben.
Het blauwachtige avondlicht lijkt veel op maneschijn. Het geeft
mooie silhouetten. Deze geestelijke ervaring blijft hangen. De ziel
en het hart beleven alles echt. De wereld is van wie niet voelt, de
wereld is gewoon van de wereld.
Dromen zijn niet praktisch of willen niet praktisch zijn. Dromen
houden niet van strategen, zij dromen gewoon verder zonder logica.
Wat zou een droom zijn als die menselijk was? Een beschaafde
droom?
Van een droom word ik altijd opgewekt. Mijn optimistische aard
voelt zich gelukkig. Vandaag kan ik alles aan is mijn grond, mijn
geloof. Geloof is het instinct van handelen.
In mijn droom is alles vitaal. Mijn droom is meer dan het leven.
Maar nu ben ik wakker.

Oude tekening

Do it yourself, 2013, boek 111, pagina 18

2013_b111_p18_do it yourself_k

Vormfantasie

Het is vaak schone schijn. Het is niet wat het lijkt. Het eerste gezicht
is vaak een vals gezicht. Bovendien moet je te veel raden, er is
bewust wat weggelaten, waardoor je fantasie snel op hol slaat.
Waarom liet de kunstenaar de borsten en billen partij blanco? Of
was het op die plekken te vaak betast misschien? We zullen het niet
weten, deze tekening werd bij toeval in een nalatenschap gevonden.
De maker was of gefrustreerd of liet de ruimte aan de kijker, we weten
het niet. Bij nadere inspectie is haar liefelijk gezicht ook onaf. Haar
mond spreekt niet, zal nooit spreken. Ze bewaart een geheim, zij leeft
in herinneringen, raapt haar verdriet bijeen.
Kijk, ze komt uit de hemel zweven, op blote voeten, zo licht als zwa-
nendons. Haar schamelhuid is blank. Ze komt op je passantenpad.
Nu even niet spreken, ze geeft toch geen antwoord. En als ze zou
spreken was het vast in orakeltaal. Ze zou beweren dat de vrouw van
bijenwas was en de man van lood. En dat kousen vol geblaf zaten,
ook als ze scheefgetrokken aan zaten. En dat mensen dode lucht aten.
En dat zij een prikkelplaatje was.
Alleen dat laatste was te snappen en waar.
Als kunstkenner denk ik dat het een oude tekening is van Urs Lüthi,
ergens uit 1981, “Something like the blinking of your eyes”.
Het maakt mij gelukkig.