Schone schijn

Hurkende i’s, 2013, boek 112, pagina 13

2013_b112_p13_2 hurkende i-s_k

Tijdslijn

Ineens ben je dat: museaal. Het getal dicteert dat zo.
Zelf ervaar ik, als beeldend kunstenaar, dit als een beeld van onze
inflatietijd. We hollen voornamelijk achteruit. Door toedoen van
media als computer en Internet heeft de visuele cultuur een nogal
explosieve groei doorgemaakt. De scheidslijn tussen hoge cultuur
en populaire cultuur lijkt te vervagen. Ik weet niet of dat nog wel
te herstellen is. Misschien maak ik dat niet eens meer mee.

Tegenwoordig ziet kunst er vaak uit als vluchtige reclame. Hopelijk
is dat schijn en is het veel complexer. Het kan ook zijn dat ik de
betekenis niet herken. Misschien ben ik minder goed in het voorbij
snellen, omdat ik denk dat iets langer mee moet gaan. Misschien
moet ik meer ambigu zijn en niet luisteren naar mijn belegen
ideeën. Even de tijdslijn bijstellen.

De kijker ontsnapt al zappende is mijn idee. Als je kijkt hoe snel
mensen langs het gehangen werk lopen kom je ergens uit op een
gemiddelde van vijftien seconden per werk. Langdurig en gecon-
centreerd kijken blijkt steeds moeilijker. Dat heeft niets met de
ruimte te maken. Men is zo geworden door de overkill aan beelden
per dag. Om te overleven werd men doof afgestompt.
Al gauw wordt je in een verdacht hoekje geplaatst doordat men
denkt dat het herhaling is. Herhaling wordt dan geassocieerd met
de kopie of de vervalsing, met gebrek aan vernieuwing.
Dat is iets vreemds, er hangt ongeduld in de lucht.
Is er een wel origineel, is er dan een referentie-exemplaar?
Zo simpel is het niet, het is nooit een lineair proces. Alles loopt
door elkaar, een ervaring van het eerste exemplaar wordt mee-
genomen naar het volgende. Authenticiteit is een precair punt.
Ieder ding bezit van nature iets in zich wat zich niet laat herhalen,
maar tegelijk zijn er zoveel opspuitende bronnen. Tussen elke uit-
voering zit een verschil. Niets is hetzelfde.
Dus is het onzinnig om je er mee bezig te houden.
Ik houd me vast aan: ik ben een tekenaar, die ook schildert en een
schilder, die ook tekent. Dat is voldoende.
Het werk exposeren is weer een ander verhaal.
Dat is schone schijn.
(Plato zei al: kunst is verdubbelde schijn, kopie van een kopie)

Aanname

Ochtendkop, 2015, bewerkte foto

2005_ochtendkop_bf

Zenuwpil

Als alles lust is, dan breekt het zweet met gemak nat uit.
Zwijgen zou werkzaam zijn, maar dat kan alleen met de mond van
een zonderling. Die schrijven mooie brieven voor geld. Tenminste
dat vertelde de nacht mij eens.
Diezelfde nacht vond ook dat dieren de stilte ontsierden, daar was
ik het ook al niet mee eens. Geluiden kunnen nooit ontsieren, ze
zijn er. Een verse regenbui schildert de opspattende plassen.
Ja toch?
Kom nu maar met je applaus, al is het hier niet op zijn plaats.
Als iets mooi is uit zichzelf hoeft het geen uitvergroting.
Het is vanzelfsprekend waar. Bewaar dat handgeklap maar voor
iets anders. De wolken zullen boten botsen en daarna weer andere
vormen aannemen.
Aanname is toch al zoiets vreemds.
Soms meende ik vreemd genoeg de wimpers van een wandelaar
te horen. Ik hoorde een soort ontredderd zingen, zo lichtvoetig
had ik het nog nooit gehoord. Een beetje zenuwachtig, prachtig!

Mijn nervenman is een supersnelle man. Hij is ruimdenkend.
Luie geesten begrijpen hem niet. Hun trage geest bedwelmt hun
altijd te dichtbije horizon. Met een weemoedig gebaar herkauwen
ze hun oude vruchten. Het doet pijnlijk zeer, als een vals gebit met
foute etensresten. Je zou er gestoord van kunnen worden als je
zwakker was.

Suuz

Hoekwerk, 2015, bewerkte foto

2015_hoekwerk_bf

Zacht en eros

Op een zolder vindt ik een oude foto en stop het snel in mijn
zak. Oude foto’s op zolder zijn cryptisch en bewaren achterop
geheimen. Thuis lees ik:

Alles blijft, niets gaat verloren, denk je.
Alles is terg te vinden langs de wegen.
Je naait je een beschermend masker.
Je kleed je om onheil af te weren.
Je verzamelt dieren rond je huis.
Je noteert en registreert alle geluiden.
Je steelt alle bagage uit het alledaagse.

Daarna kwamen er nog een paar doorgehaalde zinnen. De persoon
die dit ooit heeft geschreven moet wel goed georganiseerd zijn. Hij
of zij zocht naar een geordend evenwicht, maar twijfelde ook aan
van alles. Dat zie je door de toevoeging in de eerste zin: denk je.
Er spreekt een zekere teleurstelling uit, misschien. Al doe je nog zo
best, het zal nooit zo gaan als jij wilt, zoiets.
Later vond ik nog iets:

Er zijn problemen met het licht.
Soms verzwakt het licht in geringe mate.
Ik ben de enige die het merkt.
De laatste dagen wordt het erger.
Soms werkt het licht niet op de overloop.
Ik steek vooraf kaarsjes aan.
Zet die bij een foto van Suuz.

Vreemd, vooral het laatste woord.
Dat Suuz prikkelde mij. Wie is toch die Suuz? Een zus?
Ik voel aan dat het hier om een geliefde gaat. Een geheime liefde.
Een onontkoombare liefde van hetzelfde geslacht. Ik weet het nu
zeker. Niet dat ik dat erg vind. Integendeel, zo lang ik maar het
gevoel heb dat alles een belangrijke rol kan spelen in mijn fantasie
ga ik door met de spokende aanjagers, associatie sentimenten, pra-
tende monden, oude elementen. Zo maak ik mijn verhaal.
Even kijken of ik mezelf ergens heb tegengesproken.
Valt alleszins mee, zo te zien.

Pink Floyd

Kleurlat, 2015, bewerkte foto

2015_kleurlat_bf

Nieuwe start

Licht moest er komen in het huis en licht kwam er. Licht en hoogte.
Ademruimte. Hij wou een huis waar hij alles nieuw was. Een huis
zonder herinneringen.
Want wat heb je aan herinneringen? Misschien zijn een paar van
belang. Zijn herinnering liet hem allang in de steek. Hij zou alles
willen vergeten en alleen maar poëzie en wat anders willen schrij-
ven. Het liefst met hersenen die even gevoelig zijn als de huid van
de vingers van blinden.
Je kunt jezelf net zo veranderen als de ruimte rondom was zijn
stelling. Sterker nog: je kunt zelfs zeggen dat niets je meer pakt
zonder daarbij ongelukkig te zijn.
Dus schreef hij over gelukkige gedachten op gelukkige dagen.
Op het schoolplein voetbalden kinderen in trainingspakken. Verderop
had een werkster een hoop dorre bladeren in brand gestoken. De
herfst rook lekker. Het knetterde grote regendruppels. Men ging nog
lang niet naar huis. De plant stond nog midden op de tafel. De stad
werd steeds bonter, het weer steeds zonniger.

Om kort te gaan, hij luisterde die dag veel naar muziek.
Hij had een rustgevende plaat van Pink Floyd, waarop je heerlijk
kon insluimeren en ver wegdromen. Blauwe wolkjes verschenen
vanzelf in de woonkamer. Zachtmoedige dieren nestelden zich
voorzichtig tegen hem aan. Mooie kleuren ontwikkelden zich traag.
Hij was onder de indruk van zichzelf. Moest er bijna van huilen.
Amper tien minuten later stortte hij in het voorbijgaan in. Zomaar.
Tot hier was de lat gekleurd. Je moet nooit verder gaan als de
bocht. Verderop wordt je overal herkend en bekeken.
Hij voelde zich te klein voor deze grote ruimte.
Deed het licht uit. Sloot de ogen.
Puntjes groen en geel passeerden in een heftige krioel.
Hij voelde zich een in stukken getrokken stotterwoord.

Kijk!

Kamerlicht, 2001, boek 78, pagina 23

2001_b78_kamerlicht_p23k

Grote woorden

Ik lijk op niemand, ik zou niet weten op wie.
Ik ben meer een halvegare aardkloot, lijk hoogstens wat op een
schildpad: ik word oud, neem alles mee. Ik ben behoorlijk oer.
Later zal de koolstofmeting wel bepalen hoe oud ik feitelijk ben
geworden en dan ga ik het nog één keertje dunnetjes overdoen.
En jij, jij zit op een schaduwpaard, ik niet. Je hoefgeklop stoort
me niet, ik hoor je niet.
Kijk,
ik ben mijn woorden trouw gebleven. De inhoud is nooit
veranderd, maar hoe wezenlijk bleef ik mezelf?
Ik weet, er wordt veel gefluisterd. Een hogere macht maakt mij
vrij, zegt men. Dat is niet zo, ik luister en murmel maar wat tot
dat ik er duizelig van word of er genoeg van heb. Ik strijk mijn hand
langs mijn voorhoofd en zeg: O.K., dat hebben we ook weer gehad!

Anderen zeggen dan natuurlijk dat ik de dood van mijn voorhoofd
heb zitten strijken…niets is minder waar. Ik hoor heel misschien de
klok van de lonkende veerman en daar valt heel goed mee te leven.
Kijk,
de zomer staat bij mij altijd hoog en warm, voel maar.
Ik zit verscholen in het volle koren en speel daar op mijn klarinet.
Laat de libellen dansen en de lavendel geuren. Ik maak geen herrie,
ik heb een zacht en blij geluid. Mijn vereelte handen houden het
verkeerde licht tegen, mijn hoofd is vers vervuld. Zwevend langs de
toppen van mijn acacialaan is alles licht en warm.
Kijk,
ik weet dat ik het mooiste van mijn leven meer is dan één herin-
nering. Ik blijf voor altijd jong, dat heb meer dan eens verstopt
beschreven.
Als je tot geluk bent geschapen herbloeit alles wat je aanraakt.

Te laat

Geveld, 2013, tekening, A4

2013_geveld_k

Laatste tocht

Zijn mond lijkt droog van het jeuken van verlangen dat zich niet
ontlaadt. Het witgele gelaat staat strak, te strak voor zijn ouderdom.
Ik wil dat ik al je oude glorie van je ziel kan wassen, om het daarna
in een doosje te doen, maar ik weet dat ik te laat ben. Je bent on-
omkeerbaar dood, ik moet je nu ongerept achter laten om zelf
verder te ontwaken.
Je kwam tot mij in alle glorie, van aangezicht tot aangezicht, al keek
je niet terug.
Je ligt daar vol lef roerloos stil  in je strakke, houten kist en laat
anderen ultiem, ontvangend toe.
Elke porie heeft geleefd. Alles liet tenslotte los. Een laatste gevecht
is  geweest.
Deze tocht der tochten is als een vlammend en universeel gedicht,
waarvan ik de woorden niet weet maar wel voel.
En nu, nu is er bijna stilte.
We zijn weggegaan.

Fluisterhoek

Facebook weg, 2015, tekening, A4

2015_Facebook weg_3k
Woordenwerk

Fluister niet in deze hoek, het zit vol levend vuil. Duizenden
eeuwen schreeuwden ze hier de naden reeds vol om al het kwade te ver-
duisteren.
En hoe zit het dan met de zekerheden, wil je dat weten?
Zekerheden moet je nooit in hoeken zoeken, die drinken daar geen
thee. Zij verkreukelen zich om de genade. De genade, die ergens
anders in de buurt lag te neuzelen over één of ander deugdprobleem
of een meer dan vervelend financieel probleem, is ver over boos.
In deze algemene hoek moet je het meer zoeken in een ontmoeting
met het grote niets.
Ontmoeting met nul komma nul schijnen erg bijzonder te zijn dit jaar.
We weten allen dat we van onze eigen muze houden als een paraplu
in onze broeken, dus we gaan ons echt niet beklagen.
Maar wat moeten we ermee?
Moeten we dan een beetje tegen de muur gaan zwellen tot een
zware lach alles laat instorten? Ik vrees dat het nu al te laat is voor
een echte oplossing, ik zie dat de hoek overladen wordt met onze
zwerende ervaring.

In Holland staat een huis en in dat huis is een hoek waar loden
verzen worden voorgelezen voor de kruipgrage luizen, terwijl de
radio van de buren raast. Alle cellen zingen, daarna kiemen de zaden.
Leve de letterdames en letterheren, die elkaars blote kont kussen
en denken dat het balladen of sonnetten zijn.
Allemaal nep.

Minnaar

De hand, 2015, computertekening

2015_de hand_ct

Op de grond

Kijk zij heeft gehuild, zegt de dichter. En die kan het weten, die
heeft oog en oor voor alles. Ze had inderdaad een schitterende
wimpering rond de ogen, het leek wel wat op een uitgelopen
feestelijke etalage (beslagen ramen, condens-vocht).
En toen werd ze door een ander levend oog bewogen. Opgetogen
sloeg ze denkbeeldig een bladzijde om en verbleef met veel dank
lang bij haar nieuwe minnaar. Haar stank van zonet sloeg verbluf-
fend om in een overheerlijke parfum.  De geur was zo adembene-
mend dat de maan er doorlatend van werd.
Kijk, zei zij, mijn schatkamer laat geen blinden wachten en is niet
afgesloten voor overgrote macht. Mijn schoonheid mag naakt zijn.
En ze gaf zich aan hem, hij raakte haar bestaan.
Met een totale glimlach om de nieuwe zekerheden omarmde ze
haar mondige lover, die haar kamer vol lust ging bewonen. Even
leek het eeuwig zomer. De verveling lag nergens op de loer of liet
het lijden op zijn beloop, verwatering kreeg geen enkele kans omdat
de waakhonden als handdoeken werden uitgewrongen.
Dit alles gebeurde op de grond, een plek waar menigeen uiteindelijk
beland.
Tenslotte regende het uitmuntende wit op de buik van de waarheid.
De dichter was allang afgehaakt.
Zijn gevleugelde handen bleken jaloers.

Vroeger grijs

De wandeling, 2015, computertekening

2015_de wandeling_ct

Proces

wandel
het is samen tijd
ga naar buiten
durf te gaan

ga verder
laat de maan slapen
de verre verte
is altijd toereikend

ga verder
ga terug naar binnen
waar je hebt gewoond
teken je vroeger rand

ga verder
vertel wat je doet
schep de zomer
in je grijze hoofd

ga verder
til je rimpels hoger
dingen van een ander
schuiven vanzelf opzij

Soms waar

Het geheim, 2015, bewerkte foto

2015_het geheim_bf

Familietalent

Een vader zorgde goed voor zijn kinderen. Hij las hen voor uit
romans en de strips uit de krant. Hij hield ervan de spanning op
te voeren met legendes over heidense goden. Lekker de stuipen
op het lijf jagen met spookverhalen door rare stemmetjes op te
zetten was hem niet vreemd. Maar toen zijn vrouw Laura na zeven
jaar huwelijk stierf aan tuberculose, hij was toen vijf jaar oud, viel
hij steeds vaker ten prooi aan depressies.

Eigen schuld hoor ik je zeggen, God straft onherroepelijk al het
kwade. Dat hij haar niet kon redden ondanks zijn gave en vurige
gebeden raakte hem diep. Een oudste zus (K) van mijn moeder
nam de meeste taken over. Zo ging dat vroeger.
Gelukkig bezat die nieuwe moeder artistieke talenten en moedigde
de kinderen aan in hun voorliefde voor tekenen. Hij had groot geluk.
Toch was hij geen wonderkind, pas later in mijn adolescentie kwam
zijn buitengewone gave aan het licht.

Hoe dan ook hij haalde vanaf het begin mijn thema’s als vanzelf-
sprekend uit zijn onmiddellijke omgeving: de mensen en het interieur
van mijn huis, nauwkeurige studies van kopjes en sleutels, van
apothekersflesjes en muntstukken, of zelfs zijn eigen hand.
De plotselinge komst van K. als moederfiguur verzachtte de trau-
matische ervaring van de dood van zijn moeder. Af en toe maakte
hij er een werkje over en noemde het Buiten de Poort.
Daarna hield hij zich bezig met de specifieke gelaatstrekken. Dankzij
foto’s kon hij veel vastleggen. Hij streefde niet naar gelijkenis. De
emotie was hem liever, weg met het realisme, daar heb je wel foto-
grafen voor.
Technisch gezien waren de tekeningen goed of vrij goed. Mooi houts-
koolwerk in snelle,  typisch vegende techniek , bewust of misschien
wel het resultaat van een onvolledige fixatie. De composities waren
vanaf het begin al diagonaal.
Zijn zin om te experimenteren was onbeperkt. Wat hij toen al durfde!
Hij zou zich nu zeker drie keer gaan bedenken. Een onvolwassen hoofd
kent vele grenzen.
Wat hij in die tijd ook ontdekte (en wat hij nog steeds toepast) is het
alleen laten van de leegte.
Het was niet ongewoon om grote oppervlakten ongebruikt te laten.
Later begreep hij dat het zelfs een voorwaarde was voor een goed werk.
Totale afwezigheid van de beschrijvende details bleken noodzakelijk te
zijn.
Uiteindelijk zal een compleet leeg vlak alles zeggen.

(1. De mensen die mij kennen weten dat dit verhaal soms waar is)
(2. Je gelooft alleen dat wat je wilt geloven)