Gatgeeuwen

Tweelicht, 2000, bewerkte foto

2000_Tweelicht_bf

Interieur

Naar de muren wordt altijd gekeken, daarom moet je er schilderijen
en andere decoraties aan hangen. Alles moet stijlvol van kleur en
goed van structuur zijn.
In een huis zien we nooit de grond, we zien alleen de vloer, bekleed
met tapijt of hout. Als we bij uitzondering de echte grond zien, de
aarde, dan hebben we met een purist te maken en dan moeten we
medelijden hebben met de eigenaar van zo’n huis.
Grond is wel erg belangrijk, zelfs het kleinste lapje grond maakt je
blij. Alles is tenslotte uit de grond voortgekomen. Het enige waar
een mens bang voor moet zijn is als de grond zich gaat vervelen,
dan gaat hij gatgeeuwen of zoiets, met alle gevolgen daarna.
Sommige mensen worden van een schoon huis erg onzeker. Het
geeft hun het gevoel of ze een groot toilet binnen komen, wat dan
ongevraagd een vervelend gevoel geeft.
Een schoon, fris huis geeft in het algemeen ruimte en kracht.
Thuis zijn alle dingen in hokjes verdeeld en als we moe zijn gaan
we op een stoel of bank zitten. Nog net niet naar bed.
We doen de luxaflex, een heleboel oogleden die open en dicht kun-
nen, dicht.
We sluiten ons af voor de donkere buitenwereld en de verhalen
komen binnen:
Zo was er iemand die een nieuw huis had gevonden. Hij ging het
opknappen, zet er netjes een nieuw slot in, alles loopt op rolletjes.
Buiten bekijkt hij in volle tevredenheid het knappe resultaat.
Onverwachts slaat een windvlaag de deur dicht. Nu weet hij pas
zeker dat dit slot het huis uitstekend afsluit, hij kan er niet meer in.

Nadorst

Patatje oorlog, 1998, bewerkte foto1998_patatje oorlog_bf

Theater

Even leek het er op dat hij onverschillig was voor vormen, maar
wij hoorden niets, omdat de wind zijn mond liet wegwaaien, zodat
ieder woord voortvluchtig werd.
Daar zit je dan als valse Pinokkio onder het jammerende geweld.
Uiteindelijk versnipperde de wind ook nog zijn schaduw, dus er
bleef niets over van deze charlatan. Hij hoefde nooit meer te wer-
ken voor de waarheid. Alles was gedaan. De lampen van de waar-
zegsters werden niet meer opgewreven voor een wensbare uitkomst.
Als taal niet meer taal is wat is er dan nog over?
Dan is het komen en gaan misschien ook niet meer van belang.
Dan kun je alle bloemen net zo goed  naar de maan gaan gooien,
dan hoef je niet meer te eten, alles gaat er toch weer uit.
Hij was afwisselend een trage of een driftige, die een mijlpaal zocht,
maar met zijn weke gulzigheid kwam hij nergens. Ooit leek de
toekomst nog lekker te smaken, maar nu is zijn gezicht al slappe pap.
Hinkend liep hij achter zijn vroegere salvo’s aan. Niemand vond het
vreemd dat smart een totaal theater was.
Je kreeg er flinke nadorst van.
Achteraf dan.

Mooi zo

Rode waas, rode vaas, 2013, acryl, 100 x 180 cm

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Grotere ruimte

Kan een ruimte te groot voor je zijn?
Volgens mij nooit. Te klein is een heel ander verhaal. Ik leefde
meer dan vijfentwintig jaar op die manier. Als je te klein woont
bestaat te groot eigenlijk niet, het komt niet in je op.
Een ruimte kan ook nooit te hoog zijn. Te hoog voor wat?
Het bloed van de verbeelding kookt bij mij nog al snel, misschien zelfs
wel constant. Als een onzichtbare roman begint het elke dag aan
een eigen leven. De blijdschap in het hart laat merken dat het nog
meer dan echt is.
…O bloedende os van mijn verbeelding
   opgehangen tussen twee marmeren wolken
   je bloed druipt op alle dingen die ik aanraak
   of zie zie zo wordt de wereld van lieverlede
   geslacht gereinigd en gegeten…
schreef Lucebert in een gedicht voor zijn vriend Bert Schierbeek.
Het zou net zo goed ook op mij kunnen slaan, maar Lucebert
kende mij niet, alhoewel we elkaar ooit wel hebben ontmoet en
gesproken. We werkten ooit in dezelfde ruimte, aten aan dezelfde
tafel. Voor hem een incident, voor mij een levende droom.
Gedichten schrijven voor vrienden is mooier dan familie hebben.
Vrienden gaan nooit dood, familie wel. Tenminste zo ervaar ik het,
zonder dat verder te verklaren.
In mijn dromen is het begonnen, dat verlangen naar een grotere
ruimte. Veel uitslaande armen vragen er om. Aan een verloren
lichaam heb je niets, dat laat je achter. De vleugels van het hart
klapwieken je naar iets moois. Daar ben ik van overtuigd. Mijn
vruchtbaar leven kreunt en trilt van genoegen en verbrandt on-
dertussen het zwarte, ongeduldige beest in mij.
Note:
Ik kreeg mijn grotere ruimte wel degelijk.

Notitie

Gedachte, 1985, A4 tekening

1985_gedachte_k_A4

Zacht en eros

Op een zolder vindt ik een notitieboekje en stop het snel in mijn
zak. Notitieboekjes op zolder zijn cryptisch en bewaren geheimen.
Thuis lees ik:

Alles blijft, niets gaat verloren, denk je.
Alles is terug te vinden langs de wegen.
Je naait je een beschermend masker.
Je kleed je om onheil af te weren.
Je verzamelt dieren rond je huis.
Je noteert en registreert alle geluiden.
Je steelt alle bagage uit het alledaagse.

Daarna kwamen er nog een paar doorgehaalde zinnen. De persoon
die dit ooit heeft geschreven moet wel goed georganiseerd zijn. Hij
of zij zocht naar een geordend evenwicht, maar twijfelde ook aan
van alles. Dat zie je door de toevoeging in de eerste zin: denk je.
Er spreekt een zekere teleurstelling uit, misschien. Al doe je nog zo
je best, het zal nooit zo gaan als jij wilt, zoiets.
Al doorbladerend vond ik nog iets:

Er zijn problemen met het licht.
Soms verzwakt het licht in geringe mate.
Ik ben de enige die het merkt.
De laatste dagen wordt het erger.
Soms werkt het licht niet op de overloop.
Ik steek vooraf kaarsjes aan.
Zet die bij een foto van Suuz.

Vreemd om dat laatste erbij te noteren.
Vooral Suuz prikkelde mij. Wie is toch die Suuz? Een zus?
Ik voel aan dat het hier om een geliefde gaat. Een geheime liefde.
Een onontkoombare liefde van hetzelfde geslacht. Ik weet het nu
zeker. Niet dat ik dat erg vind. Integendeel, zo lang ik maar het
gevoel heb dat alles een belangrijke rol kan spelen in mijn fantasie
ga ik door met de spokende aanjagers, associatie sentimenten, pra-
tende monden, oude elementen. Zo maak ik mijn verhaal.
Even kijken of ik mezelf ergens heb tegengesproken.
Valt alleszins mee, zo te zien.

Gedachte

Heshame, 2010, acryl, 70 x 50 cm (overschilderd)

2010_Heshame_k_50x70

Overleven

Eens hoorde ik een man van alles beweren:

De voornaamste eigenschap in de praktijk van het leven is de
eigenschap die leidt tot handelen, dus de wil. Zonder wil leef je
niet. Helaas zijn er op z’n minst twee dingen die dat belemmeren:
de sensibiliteit en het analytisch denken. Denken en gevoel gaan
moeilijk samen. Elk handelen is van nature een soort projectie
van de persoonlijkheid op de (boze) buitenwereld.
Omdat de buitenwereld voornamelijk bestaat uit menselijke we-
zens ontstaan er gemakkelijk botsingen. Per persoon is dan de
handelswijze verschillend.
Om te handelen is het handiger om je niet te verplaatsen in
andere persoonlijkheden met hun verdriet en vreugden. Als je
medeleven vertoont kom je niet vooruit. Je moet de ander be-
schouwen als dode materie. Over een steen kun je heenstappen,
stenen bewegen niet in het algemeen.
Je moet een strateeg zijn. Een strateeg is iemand die met levens
speelt zoals een schaker met zijn schaakstukken. Een strateeg
doet niet aan verdriet van duizend harten. Dat is te menselijk.
Als de mens echt zou voelen, zou er geen beschaving zijn. Kunst
is niets anders dan een vlucht voor de gevoeligheid, die de daad
moest vergeten. Kunst is een sprookje.
Kijk, bij heersen hoort ongevoeligheid en geen tijd voor sprook-
jes. Ik ben een man van de daad. Ik win altijd omdat ik alleen
maar denk aan wat nodig is om te winnen. Al het andere is vaag.
Algemene menselijkheid, wat moet je er mee?

Zulke mensen bestaan. Zij geloven in het instinct van handelen.
Zij dromen niet.
Of dat jammer is weet ik niet.

Hond

Cane, 2014, computertekening

2014_Cane_ct

Lust

hoe meer ik naar mijn lichaam kijk
hoe meer ik het bestaan voel
de betekenis voelt vol
en vreemd, ik ben verliefd
als een wilde hond, ontkennen
is zonde van deze tijd

verliefd en verteerd
van binnen, van buiten,
evenals tussenin,
ben ik het vlees van de kennis
kijk eens, de deur staat open
ik hoor onzegbare geluiden

al mijn verboden gevoelens
laten zichzelf uit
horizontaal, verticaal
de liefde in het donker,
nee, het lichtste licht
is als een verschroeide tong

om niet te vergeten
moet ik steeds opnieuw
het moment weer openen
vaarwel, nee dag vochtig vlekje
de wortel van mijn leven
is het houvast van alle jaren

mijn horloge geeft,
blaast geen uren aan,
ze vergeet, ontlucht
mijn hele vel brandt
of dit dagdromen is
weet alleen de bronstige hond

Moederhart

Used Face, 2014, computertekening

2014_Used Face_ct

Denken aan vroeger

Mijn vader zei over haar ze is een godin die bovenin licht naar
binnen schenkt. Het leven kwam bij hem zo op gang en versmal-
de haar. Hij was de boer die in haar melk verdronk en daardoor
de wereld kon afreizen. De kinderen hielden haar thuis.
Dit is natuurlijk wat dik aangezet, maar toen ik zonet de trap op-
liep rook ik de geuren van mijn dromen. Ik zou zo door willen lopen
om alvast de vlag op de nok te zetten. De geluiden aan de over-
kant houden me tegen. Ik tel de wijzers en ben ontwaakt en sluit
het huis waarlangs ik even raasde.
Ik ben er bij geweest, vanzelfsprekend, maar herinner me alles
scheef. De tijd maakt het rood blauw, ik kan me hooguit nog wat
verwonderen over de vroeger wereld, toen het moederhart nog
dichtbij was. De nieuwe waarheid zegt al heel lang: wacht, ik kom
naar je toe…
En dan?
Dan druppel ik van vreugde. Nu, ooit zo zwaar bewaakt door mijn
andere ego, weet ik wat vrijheid is. Ergens in het bedauwde gras
zal mijn onschuld, naast de bange voeten, wel liggen.
Ik kus vandaag met mijn rozenmond zomaar een wildvreemde,
omdat er zoveel liefde is die naar buiten wil.
Dat laatste schreef ik op een reepje pakpapier, om het niet te ver-
geten.
Nu nog even echt kussen.

Hooi en prooi

Persone Difficile, 2014, computertekening

2014_Persone Difficile_ct

Die avond

Zij is in een oerwoud van beelden geboren en tast naar alles wat
beweegt. Aan haar enkels groeit het gevleugelde koren. De
wind waait over haar schouderblad zonder dat ze ervan rilt.
Buitenstaanders staren haar aan, verwachten meer dan iets van
haar. Zij ziet hen niet. Buitenstaanders leven niet, zij zijn hooi en
prooi van de stilte, zij geven geen enkel licht.
Even later geeft ze namen aan alle stenen. Een blinkend licht wijst
haar de weg. Ze gaat de tuin in met de bezetenheid van een nieuw
gedicht. Ze ziet een mooie man. Haar aangeblazen gezicht gloeit
gelijk.
De man kijkt vriendelijk terug, is verbaasd en zegt: in de sneeuw
brandt het vocht van de fakir.
Zij is gelijk om en steekt van dichtbij haar tong langzaam in zijn
richting.
Hij, op zijn beurt, ontvangt zo graag dat er een sleutel aan haar
tong verschijnt.
Nu openen zijn lippen zich ook. Hij pakt met zijn tong de aange-
boden sleutel, slikt hem in één vloeiende beweging door.
Alles wat in hun stapt, stapt nu sneller aan. De wellust sluimert
niet meer. Klaarwakker murmelen ze lang de liefde in.
Even later wordt het nasissende schuim weggedragen en is de rust
weer gekeerd.
Het volk zag niets.
Zij hebben geen sleutels.
Zij hebben zich droog gedronken.

Geen keuze

Het ene na het andere jaar, 1991, A4, tekening

1991_ein jahr ums andere

Stoffig praatje

Hij leefde als een roos van voorwerpen, als stof. Stof is een on-
zichtbaar persoon, het wandelt rond alsof het doof, stom en achter-
lijk is en als het daalt, landt verdeelt het zich weer in je hoofd.
Stof is overal, dat is de mooie kant ervan. Wat je ook bent, op een
dag zul je tot stof wederkeren, dat is zo beslist, je hebt geen keuze.
Als je een laagje oppakt en bestudeert in de palm van je hand, dan
is het eigenlijk niet veel zaaks. Zodra iets stof is geworden, maakt het
niet meer uit of het mooi of lelijk is. Stof is stof en voor stof zijn alle
mensen gelijk. Kijkend naar mijn handen, zie ik de stof van de toekomst.
Stof houdt mij vast en geeft me tijd op alles.
Omdat niets is uitgezonderd hoeven we daar niet verdrietig over te
zijn. Stof laat zich door de wind vervoeren naar de juiste plek. Stof
is altijd zichzelf en vraagt nergens om. In ieder dialect klinkt stof het
zelfde, dat kan toch geen toeval zijn?
Nu nog even vergaan…ik bedoel verder gaan.

Doorlatend

Tiny Heaven, 1998, acryl, 80 x 100 cm

1998_tiny heaven_k

Losse gedachten

Ik kijk naar een leeg doek en vraag: Wie ben jij? Daarna pas vraag ik:
Wie ben ik? Ik schrijf het woord voor woord op voor jou, lezer, en ook
voor mezelf. Van dit vragen en schrijven word ik heel gelukkig, zo ge-
lukkig als van een spelletje. Jij bent op zoek naar mij en ik ben op zoek
naar jou en mij. Eigenlijk zoek je mij omdat je op zoek bent naar jezelf.
En zo begint het spel en breken we onze tongen.
We hebben één doek samen. Dat is het speelveld waarbij we elkaar
zoeken en ontwijken.
Meestal beginnen we thuis.
Zelfs kinderen weten wat een huis is, hun huis en dat van de anderen.
Thuis is eeuwenoud en als we ouder worden begrijpen we dat een
huis in de eerste plaats een kamer is. Een kamer opgebouwd uit muren,
deuren, ramen. We bakenen af, onderscheiden binnen buiten. Wie naar
buiten gaat kan ook weer binnen komen en andersom. De kamers van
een huis zijn afgesloten maar wel licht- en luchtdoorlatend.
En soms ook mensdoorlatend.