Potten

Vlak voor een idee, 2008, A4, tekening

2009_vlak voor het idee_k

Ideeën zaaien

Dit jaar heb ik twee potten met blanco ideeën gezaaid. Die potten
heb ik Amsterdam gevonden, ze waren vanbinnen en vanbuiten vol-
ledig bedekt met groen mos en al zeker vijftig, zestig jaar oud.
Een goede pot, goede aarde, goed water en een goede blanco zaden,
dat zouden toch een magisch effect moeten geven.
Tot mijn verbazing komen de stelen op, krijgen ze mooie bladeren
en bloeien ze uiteindelijk! Eén pot geeft normaal zeven ideeën, alle-
maal goede. Sommige ideeën kleuren richting rood, daar moet je
mee uitkijken, die kunnen zomaar ontploffen als je even niet oplet.
Je krijgt er helemaal zin in en wil spontaan gaan dichten. Maar wat?
Waarover?
Laat ik het er maar niet over hebben. Het handjevol woorden blijkt
niet genoeg. Pas toen ik er echt over nadacht werd het helder: ik
moet mijn binnenste gebruiken! Alleen het binnenste is zacht genoeg
om te dichten, de harde buitenkant moet je niet gebruiken.
Ik dicht:

zie

talloze mannen
gesmoord gehuil
in de nachturen

volgzame woorden
vrouwen rondom
krankzinnige tijd

een hongerige hond
jaagt gestaard

in gedachten
beleef ik

Daarna ga ik de deur uit. Ik heb de werkelijke stilte gevoeld.
Even maar.

2 Liefdes

Boze man, 2014, computertekening

2014_boze man_ct

Koud

Hij dichtte:

de kou verdragend
stop ik met eten
en wacht op je komst

wijn, wijn
zonder stoflaag
het vuur
is as geworden

middernacht,
ik ga naar buiten
voor verdertuur
en
daal als eerste
in het maanlicht
van het hoge af

Dat klinkt nogal gefrustreerd, mogelijk kwam degene die hij ver-
wachtte niet. Veel blijft hier onbesproken, misschien is er iemand
gestorven en is de schrijver zoekende/dolende.
Van de schrijver weten we dat hij twee grote liefdes had: lang
slapen en eindeloos gedichten declameren. Zijn contacten met
vrienden waren daar ook op gericht. Geen onaardig leven!
Dat de dichter, die zijn werk niet schiftte en sorteerde, zo weinig
schreef, is uiteindelijk gewoon een kwestie van integriteit.
Weten we dat ook weer.

Taalkwaal

Zaterdagavond, 1998, bewerkte foto

1998_zaterdagavond_bf

Blije ergernis

Als allereerste nemen wij afscheid van de groene boomtoppen.
Als de vleugels het laatste uit de lucht verzamelen en wij varen in
de beschutting van onze jeugd, dan draaien we als de dood aan
het kompas in ons hart.
Waarom bedenk ik dit nu? Wat wilde ik zeggen? Ben ik jaloers?
Ik denk dat ik wat duizelig werd van de vingerafdrukken van het
licht. Zo werd ik een tiran van de herinnerde klok.

Kijk, de hemel likt zijn wonden graag in de vijver.
Sterren reserveren de nacht voor hun theater, de bergpas gaat de
maan tegemoet…..
Maar wat moet ik met die wetenschap?
Als ik weet dat de zon haar oogverblindend scherm kan trekken,
wat moet ik dan nog? Alles is daarna blind, verlies, niks, nada.
Ik ben een bewegende vreemdeling op een kale weg. Meer niet.
Nu is het wel zo dat iedere brug een gat in de lucht springt en dat
bouwterreinen verdampen door het zinderend bouwlicht, maar dat
maakt alles niet echt gemakkelijker. Dan begint het pas!
De taaie taalkwaal van een volwassene wappert jammerlijk op de
blindheid van de jeugd. Op de hoogte van de jaren, bij het eindpunt
van je vader, loop je met grote passen door de velden van je voort-
hobbelend verleden.
Daar kan ik me dus vreselijk blij aan ergeren. Heel tegenstrijdig.
Waarom doe ik dat? Het is zinloos.

Zwakte

Projectie, 1984, bewerkte foto1986_projectie_bfk

Dwaas licht

Hij zit in periodes dat alles laag en vuig is en periodes van
wanorde kent, waarin alles te hoog verheven is. Best vervelend.
Meestal omschrijft hij het als een kortstondige bloei van tijdelijke,
geestelijke zwakte. Het mag vreemd klinken, maar het is zo.
En als hij dan helemaal in grote verwarring van zijn onzeker lot zit
weet hij nog net dat er tussen goden en mensen geen verschil is.
Dat stelt hem gerust, alle goden en mensen trekken voorbij, één voor
één, in een soort machtige, stille mars.
In een optocht van dwaling naar de illusie slepen ze zich als luie
herfstbladeren in het eenzame duister voort.

Later, als hij weer meer bij zinnen is, begint hij te regeren.
Hij begint bij zichzelf. In alle reële oprechtheid straalt hij een
enorme kracht uit. Jezelf goed kunnen bedriegen is zijn eerste doel
en eigenschap. Men luistert dan met ontzag. Men schiet vol.
Hij is een sterke verlichter, weet hij. Alleen filosofen en dichters
kunnen de wereld praktisch bekijken, omdat ze de enigen zijn die
zonder illusies leven. Helder zien betekent dan niet-handelen.
Kort daarna schudt hij opnieuw heftig met zijn hoofd. Het is alsof
hij constant een luid NEE wil zeggen, maar er komt niets uit zijn
mond. Hij blijft muisstil.
Alles lijkt in hem naamloos gebroken. Niets past meer in zijn leven.
Zijn tederheid is te groot uitgeslagen, waardoor zijn ziel alles
verklapt.
Notitie:
In werkelijkheid heeft hij alleen maar wat last van nadorst na net
iets te veel gouddrank.

Ander blauw

Dagdief, 2014, A4 tekening

2014_dagdief_k

Dievendiepte

Alles stroomt en niets blijft is een mooie gedachte.
Even hoopvol is het verglijden van de koude morgen in de warme
dag. Op zo’n moment hoor je eigenlijk een brief te lezen. Een brief
waarin staat dat het ochtendgloren ons verhindert te slapen. We
hebben het te koud en wat ons in de tuin ontbreekt is een een bron
die ons fris water geeft.
Je zou die brief met snelle ogen lezen en misschien bedenken dat je
iets te snel bent opgestaan. Je zou bijna weer naar bed gaan.
Gelukkig kon je bedenken dat de dag je rustig gestolen kon worden
om alles nu mooi en helder te krijgen. Helder is het belangrijkste woord
op dit moment in je leven. Helder heeft iets weg van her-schep-pen en
daar krijgt de wereld energie van. Helder is een nooit eindigend gedicht
of een wandelende naakte vrouw, die niet haar pas vertraagt als ze
dichterbij komt.
Ach ja. Bevrijde gevoelens ontdekken de bron van elk toekomstig genot,
dat is alom bekend.
En nu schiet me dit ineens door mijn hoofd:

Wer hat gesagt, dass sowas Leben ist?
Ich gehe in ein anderes Blau.

Ga vooral je gang, zou ik zeggen.

Litanie

Dag voorbij, 1998, A4 tekening

1988_dag voorbij_k

Ziekte
(korte litanie in het oor van mijn grondpersoneel)

In deze dagen mag het hart niet hard zijn.
Niet dat het hart hard kan zijn, maar de bezitter van het hart kan
soms ver weg zijn van de zon als het het leven niet kan nemen.
Soms is de mond te veel vol deemoed en dan krijg je het veel te
benauwd. Neem het leven als het lied van je hart, zeiden ze vroeger.
Als je daaraan toevoegt dat je hoofd en hand één kunnen zijn,
dan is er niks loos, dan is je hart het gezicht van je land.
Voor iedereen moet dat duidelijk zijn.
Maar gister bloedde mijn boek op de bergen en vrat ik mijzelf een
weg met gemene namen. Zelfs of juist in het maanlicht letterde ik
vele papieren vol. Vertelde mensen van vurige tongen en gevaarlijke
vissen, die opsprongen als plotselinge, gebiedende bliksems.
Gister was een vloek en kon ik mezelf niet zijn.
De zon was niet schoon genoeg.
Startklaar met kloppende kaarten voor ogen plaatste ik me achter
het stuur en liet het dode loof dalen in de rollende regen.
Ik hoor nog mijn eigen kale kaken tjilpen. Foute boel!
Toen ging ik de lucht aderlaten en kwam ik weer terug, werd goede
geest.
Weer een dag voorbij. Het was een vreemde dag.

Denkman

Hersens hebben geen ik, 2005, A4 tekening

2005_hersens hebben geen ik_k

Geworstel

Zwaar en overladen met mijn eigen vlees zit ik aan de verlengde
tafel. Ik denk. Ik denk doof.
Voor mij bevinden zich kopjes, schoteltjes, een theepot.
Verderop houdt een stenen hond in een koperen fruitschaal de
wacht. Hij kan zo aanslaan bij ieder vreemd geluid of beeld.
Ik voel me half transparant, al heeft iemand me stiekem met grof
zeezout bestrooid en is mijn huid nu doorschijnend als perkament.
Om de één of andere reden blijf ik steeds mijn vingers aflikken. Nog
even en ik houd niets meer over. Dan zal ik met mijn stompjes kunst
moeten maken.
De wereld is vol ergernis. Tenminste dat zegt men. Ik voel het niet.
Ik heb daar niets van in de gaten omdat ik een halve eeuw terug
ben in mijn kindertijd. Toen worstelde ik graag en kende een paar
fatale grepen waardoor de tegenstander gelijk op de rug lag. Met
een bang gezicht klopte de onderligger met zijn enige vrije linker-
hand snel op de vloer: hij gaf zich over. Dat gaf je dan een prachtig,
sterk gevoel. Je was de baas over de wereld. Zo hoorde het. Basta!
Maar ik woon nu hier – onderbreek ik mezelf – het is me toegestaan
de boel zo in te richten als ik wil.
Het wordt tijd dat ik deze kamer verlaat met mijn vette achterste.
Dit jaar ga ik hoe dan ook weg van mijn hersens. Verder dan iedere
hoek is de ruimte.

Scheppen

Kwakjesdroom, 2014, computertekening

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Lyrische abstractie

Waarde juffrouw,

Ik ben zeer ontroert door de inhoud van uw brief.
Meer dan u zich waarschijnlijk kunt voorstellen.
Zeker zal ik later kunnen zeggen dat u aan de wieg heeft gestaan
van mijn kunst en wie weet van mijn leven, want kunst is toch
leven!
Vaak ging ik de weg die ik niet kende via de weg die ik kende en
dat was natuurlijk te beperkt. U liet mij andere wegen zien! U liet
me die nieuwe wegen ongeschoeid betreden, zodat ik terechtkwam
in vrije, mystieke aangelegenheden.
Voortaan wantrouw ik alle andere geschriften. U bent mijn kompas!
De invoering van de tegenwoordige snelheid in de westerse kunst
lijkt mij een groots en belangrijk gebeuren. Natuurlijkerwijs vloeit
deze voort uit de toenemende bevrijding van de schilderkunst.
Snelheid betekent dus een definitief afzien van de ambachtelijke
methoden in de kunst. Dit alles ten voordele van de methoden van
pure schepping. Leve de nieuwe tijd!
De kunstenaar heeft toch maar één opdracht zoals u weet: scheppen,
en niet herhalen, herhaal ik dan voor het laatst.

Met de meeste hoogachting
uw lyrische JdB.

Uitslag

Gele kamer, 2011, bewerkte foto

2011_de gele kamer_bf

Rijkelijk geel

Iemand had zijn kamer geel geschilderd. Hij had genoeg moed
en lust. Wel moest hij van zijn vrouw eerst een slikmeter pas-
sen en meten, dat zou haar gemoedsrust ten goede komen.
Nadat het waagstuk was voltooid schroefde hij de meter nog
wat vaster aan, je weet tenslotte maar nooit, vrouwen blijven
vreemde wezens. Op zijn neus plaatste hij een blauwe knijper,
voor de zelfreiniging en het paste ook mooi in de totale compo-
sitie in het grote geel.
Helaas kreeg hij kort daarna, tijdens het uitrusten, een enorme
uitslag. Het was echt ontzaglijk. Geen gezicht, wel gevoel, jezus
wat een jeuk.
Zijn vrouw vond het wel sneu, maar was niet echt onder de
indruk. Zij was ondertussen met heel andere dingen bezig.
Bovendien zou het wel weer over gaan na drie dagen als hij
weer wat rustiger van binnen was geworden. Ze had al zo vaak
met dat bijltje gehakt.
Hij wist dit keer wel beter. Na zeven zilveren snikken knapte
de slikmeter spontaan af en genas hij zienderogen. Zelfs zijn eetlust
kwam voor het grootste deel terug. Hij kreeg een beter aanzien.
Je snapt het al, hij was zo weer zichzelf en kon daarna zijn zuivere
ik gewoon weer volgen.
Ondertussen ging zijn vrouw er met een ander vandoor. Die
had een wit huis en veel geld (en mot met zijn vrouw).

Oude glans

Schemering, 2014, bewerkte foto

2014_schemering_bf

Schimmig

Aan de oppervlakte van mijn herinnering drijft iets van de gouden
glans, die op het water ligt wanneer de laatste zonnestralen erop
schijnen. Ik zie mij als het meer dat ik heb bedacht en wat ik in dat
meer zie ben ik zelf. Ik weet niet hoe ik dat beeld of symbool moet
uitleggen. Wel weet ik dat het ergens met mijn grootvader te maken
heeft. Dat voel ik zo.
Misschien hoort het denken van zoiets wel bij de kwalijke dingen van
het denken. Wie met zijn verstand denkt is verstrooid, wie met zijn
gevoel denkt slaapt, wie met zijn wil denkt is dood, las ik een keer.
Ik denk met alleen mijn verbeelding, dus dat zit vast goed.
Hoewel mijn grootvader in hetzelfde jaar stierf dat ik werd geboren,
heb ik toch een beeld van hem. Hij komt regelmatig rondspoken,
meestal zie ik alleen zijn bleke hoofd. Dat zal ook wel met dat denken
te maken hebben. Heel enkel is hij slechts een schimmige schaduw of
een donkerbruine weerkaatsing in het water waaruit algen opstijgen.
Als ik dan stil sta en kijk, gaat het water als vanzelf rimpelen en omdat
ik dan ga nadenken trekt de zon zich snel terug.
De natuur heeft zo zijn eigen eigenaardigheden.
Van alles wat gezegd of gezien wordt, blijft slechts de donkere nacht
over, vol van de dode glans van de meren in een kale, vloeiende, natte
en sinistere vlakte zonder wilde eenden.
Dit heb ik zo beschreven, maar niet gezegd, op 23 januari 2011.
Ik kwam het weer tegen.