Tijdelijk dubbel

Het gezin, 2012, bewerkte foto

Die ander

Omdat zij zichzelf was, genoot ze beetje bij beetje van het verzinsel van een
ander. Straks zou ze twee keer zoveel kunnen eten en drinken als ze durfde. En
twee keer zoveel lachen natuurlijk. Een dubbel leven heeft veel voordeel.
Heel even was zij even een ander, ze werd een lelijk dier in hemdsmouwen. Ze
was gewelddadig en drukte de ogen van anderen uit. Zomaar, zonder reden. Dat
was haar vrije natuur, zei ze dan. Daar, waar alleen de echte schaduwen en
bomen zijn, daar woonde ze. Het leven was nu even geen groot vraagteken meer.
Achter iedere twijfel werd onmiddellijk een pijlsnel punt gezet. Zij was haar eigen
geliefde tiran, die slaven lieten trillen op hun te passieve en onvaste pootjes.
Vage visioenen deden haar niets, liever was ze een warrig geheel. Verzonnen
overtuigingen, gewaarwordingen moesten hopeloos door elkaar liggen. Dat was
pas lol! Op de grond liggen en je leeg schudden door te  lachen was haar doel.

Vermoedelijk deed het tijdelijke dubbelleven haar goed.
Ook een beetje pijn.
Daarna ging ze enigszins afzijdig in het midden leven.
Haar wil rustte, er was geen behoefte meer aan, waardoor bepaalde herinnerin-
gen, bepaalde verwachtingen langzaam opstegen naar haar bewustzijn.
Klein en toch duidelijk kon je ze zien vanaf de top van een berg.

Troost / trots

De beperking van het beest, 1986, aquarel, A4

De brieven

Beste Lucy,

Meeliften op de tranen van oud verdriet, zo zou ik je laatste werk omschrijven.
Tegelijk vond ik het ook een mooie zin. Wat zou het eigenlijk betekenen?
Misschien vind je mij een pratende dode steen of gewoon een mopperkont.
Dat kan en mag. Ik mag ze beide even zeer en ben geen watje.

Hartelijke groet, Kees.

Beste Kees,

Ik was even weg, ik bedoel niet echt weg, maar andere dingen aan het doen.
Bij jouw rotsen is mijn heuveltje natuurlijk nietig en niks, maar dat komt doordat
rotsen nu eenmaal rotsen zijn. Kan je dat volgen?
Vraagje: kun je mij niet een recept geven om af te komen van mijn eeuwige getob
over wat er eerder was: het idee of de uitvoering ervan? Ik bedoel wat is nu eigen-
lijk een werk?
Misschien kun je het me uitleggen bij een etentje in Amsterdam. Waar hou je niet van?

Groet, Lucy.

Onvrij

De ijsman, 2001, tekening, 50 x 65 cm

Blauwe man

Wie was je dat je zelfs dit hebt meegebracht? Overal zette je vreemde muren op,
zodat de oude kamers niet meer herkend werden.
Wie was je dat je niemand kon zijn? Duizend zwart-wit krassen liet je achter, maar
waar was jij? In het huis van je ouders leek alles nog vertrouwd, maar toen je van
ons vervreemde was het net een verlaten schapenstal.
Hier hoef je niet te fluisteren. Hier ben je vrij. Hier vallen schaduwen wit uit. Hier
is niets nodig, hier is alles welkom, hier is de buitenkant van de woorden nooit
hetzelfde.
Je hoeft niet te fluisteren, maar ook niet te schreeuwen. Niemand hoort je. Wees gerust,
er komt nooit iemand. Niemand bezoekt je. Je duisternis beperkt je horizon.
Tot zover de berg, die je zelf creëerde. Tot zover de berg onder je arm.
Pas wanneer je je beeld hebt verlaten ga ik je opzoeken en omring ik je met dampende thee.
Dan stuur ik je een ansichtkaart waarop met een blauw potlood staat geschreven:
Ik houd veel van U.

 

Oud verhaal

Denkhoofd, 1984, acryl, 40 x 60 cm

Jaloers, toen

Een ander verhaal uit 2003:

Toen het volle maan was en ik kwaad buiten zat, had iemand de televisie zo
keihard aan dat het net voelde of iemand steeds een mes in mijn buik zette.
Bovendien bleven de vleermuizen daardoor ook weg, met zoveel lawaai konden
ze niet stil lus-vliegen.
Toen ik naar binnen liep was je deur dicht en wilde je niet luisteren. Ik heb
geklopt, maar het bleef stil.
Toen ik je riep kon ik niet meer roepen. Mijn stem stokte, bleef ergens in de keel
steken. Ik voelde mijn hart steeds sneller kloppen. Mijn keel was twee keer zo dik.
Toen hoorde ik je voetstap. Voorzichtig kwam je van achteren en fluisterde: Je
hebt gelijk, ik ben jaloers. Gevolgd door een nog kleinere sorry.
Toen kuste ik je, was gerustgesteld en haalde bier, opende mijn blouse, het was
juli met volle maan en liet mijn bh roodglanzen in het licht.
We kunnen het samen, voelde het. De weg van alles is vlees en we kennen onze
eigen sterfelijkheid tot in de vingertoppen.
Een merel zou hier zo van kunnen fluiten, als hij niet al sliep.
Morgen is er weer zo’n dag.

Gratis advies

Het grauwsel, computertekening, 2012

Na een ergernis een advies

Met zijn opgeruimde gezicht begint hij de dag (of is het een dag?).
De uitgekeken uren heeft hij gister achter zich gelaten of gewoon weggedroomd.
Nieuwe innerlijk eerlijke uren wachten hem. Hopelijk.
Vanzelfsprekend is de hemel wolkenloos blauw en lijken alle vensters hem toe te
lachen. Deze dag straalt door en door, is eindeloos opgewekt en sprankelend.
Dat zie je zo, er is geen enkele twijfel mogelijk.
Eigenlijk is het zo’n dag om hoog in een oude boom te klimmen om de hele dag
kroonkoning te zijn. Goed uitzicht hebben zonder te vallen en dan herinneringen
aanmaken en opslaan.

En als je weer terug op de aarde bent lieve namen achter laten in de stam.
Je Zwitsers zakmes staat te trappelen van ongeduld.
Daarna gebeurd er iets vreemds, hij zag een blunder lopen. Niet een grote, maar
toch…
Als alwetende verteller kon die blunder goed in het hoofd van een ander zwemmen.
Hij haalde alle versieringen en gekakel met groot gemak weg. Stuurde vervolgens
zieke briefjes rond. Liet alles even weken. Wat overbleef was een bergje innemende,
sensuele proza. Prima stof zou je denken.
Als schilder mocht hij graag uit de verf komen. Op jacht naar water en mooie bleke
meisjes schilderde hij grote acrylportretten. Boodschappen liet hij niet achter,
dat was maar saaie soesa. Kunst moet je maken en niet gaan uitleggen.
Alleen luie mensen vragen zich af of het nu allemaal echt opzet is of iets anders,
iets onnozels. Ze gooien het op ordinaire onmacht. Dat ontregelt hen en dat vindt
hij als kunstenaar erg prettig. Wel geeft hij nog een vrijblijvend en ongevraagd
advies:

Neem een krant.
Lees snel. Lees diagonaal. Heb haast.
Neem een schaar.
Knip zogenaamd selectief.
Stop de uitgeknipte woorden en zinnen in een map en kijk er voorlopig niet meer
naar om.
Pak plotseling en ineens die map toch weer en lees opnieuw de tekst diagonaal
en snel. In alle stilte. Niet hardop! Het binnenhoofd moet vertellen.
Begin een eerste zin alsof je het zo uit een hoge hoed haalt.
Denk beslist niet na hoe het verder zal gaan.
Herhaal de handeling herhaaldelijk. Koester de bijzinnen.
Het geschrevene zal op je lijken. Je zult het direct herkennen.
Je zult zien dat je een schrijver bent met veel gevoel.
Een kort verhaal is zo geboren.
Alle grauwheid is per direct verdwenen.

 

Beetje misselijk

Oud nieuws, bewerkte foto, 2012

Filosofische notitie

In mijn agenda staat: handelen is uitrusten.
Is dat zo? Het is waar, geen enkel probleem is oplosbaar. Het wezen van een
probleem is dat er geen oplossing is. Iets zoeken betekent dat er iets niet is,
anders zoek je niet. Denken is dus niet kunnen bestaan. Lekker dwars!
Zulke uitspraken kunnen je vermoeid maken, omdat je het bijna snapt. Die
geestelijke vermoeidheid is gewoon niets anders dan ongeduld. Het voortdurend
wegrukken uit je gewenste werkelijk voelt dodelijk, maar is het niet. Het is een
simpel genot van je hersenen, zij vieren feest. Zij vertellen je dat je ergens aan
lijdt, dat je iets mist waar je naar verlangt. Een ander stuk zegt dan ook nog dat
het lijden eigenlijk geen lijden is maar creativiteit. De samenstelling van je angst
dicteert. De onbestaande herders doen ongevraagd hun werk. De ziel heeft als het
ware spierpijn, waardoor je je wat misselijk voelt.
Een dichter schreef ooit: ik ben misselijk uit begeerte. Dat vond ik een mooie zin.
Daarom heb ik hem onthouden.

Zo heftig is mijn leven niet. Ik wil daarom misschien ook schrijver zijn. Graag wil ik
wonen in een overmaat aan vale, donkere stiltes. Daar dondert het heerlijk en
plotseling op een eerlijke, haastige manier. De mechanische echo die daarop dan
volgt, daar lust ik wel pap van. Ik zal bij herhaling net zo onaangekondigd met mijn
ogen veelzeggend gaan knipperen, terwijl de ademhaling tegelijk nogal zwaar is.
De glazen stolp van mijn leven tot nu toe kan op dat moment spontaan uiteen-
spatten.
Dit alles in de waarschijnlijke zin.
Ondertussen ben ik een soort speelkaart, een oude, onbekend van kleur voor een ander.
Het spel is nog lang niet zoekgeraakt.
Ik ken mijn waarde. De fictie vergezelt mij als mijn schaduw.
En nu wil ik slapen.

Tweevoudig

Rode hand, bewerkte foto, 2012

Ondergang

Hij komt maar niet over zijn tweevoudigheid heen. Zijn verstand wil niet groeien.
Ondertussen knaagt het volwassen worden allang aan de rand. Af en toe heeft
hij zelfs een briljante gedachte. Het maakt hem dan even bijzonder.
Tweevoudig?
Iedereen kent dat wel, we bestaan uit intelligentie, die groot kan zijn, en de
domheid van onze inferieure onervarenheid. Pas als je volwassen wordt en
minder boos, voltrekt zich de eenwording in ons. Enkelen kunnen of willen dat
niet bereiken.
Geen enkele gedachte kan ingang vinden als ze alleen gevoed wordt door dom-
heid. De massa, zeker zijn massa, doet zo. Per definitie is collectief denken dom,
niets passeert dan de slagboom omdat er geen tolgeld is. Hij blijft dus steken in
het lompe handelen van de jeugd. Onervaren is een ongekend woord.
Dus is hij bokser geworden. Je ziet het aan zijn neus. Zijn hoofd duizelt nog weken
na, het gevecht laat niet los. Dat hij zo dom verloor zit hem dwars. Hij gleed uit
door zijn zweet en ving een rake klap op. Je hoort niet te verliezen van zo’n kas-
plant, zo’n minkukel.

Berusten is zich onderwerpen en overwinnen is berusten. Verslagen worden is op
zich niet erg, elke overwinning is een gotspe. De overwinnaars verliezen altijd alle
eigenschappen van onvrede met het heden.
Zij die tevreden zijn hebben geen overwinnaarsmentaliteit. Alleen degene die
nooit slaagt overwint. Het beste kun je dus altijd waardig afstand doen.
Zoiets?
Ik voel nu het rode handje al meppen…..en suizebol de wijde wereld in.

Vergane glorie

Verkleefd figuur, 2010, boek 100, pagina 30

Verschuiving

Hij was in zichzelf herrezen, als een soort nieuwe Adam. Zijn vrouw zag hem met
nieuwe ogen en al snel lagen kleren en tijd op de grond. Aan de rand van de we-
reld herrees een eeuwigheid.
Wat zij echt zo mooi vond was dat het dagdromen geen einde meer kende. Alles
leek op alles in de vochtige vormen van haar geest.
Ondertussen maakte hij nogal wat herrie. Het dierlijke in hem kwam kennelijk los.
Wanhoop, wellust en weelde werden woest. Hij was een beul in eigen gedachten
en misschien ook wel in de hare.
Pas toen de wrede wereld van de klok de uren weer aangaf doofden de vlammen.
Het kreunen, kermen, piepen, mauwen en zuchten was voorbij. De stilte werd
hoorbaar.
Verdamping is vergane glorie. De grot wordt tunnel en tenslotte sloot. Algen zijn
opnieuw haren. Zijn bulderende bas blaft niet meer. Als een kip zonder kop zijn ze
alle kleine woordjes vergeten. Wat rest zijn de brandende probeersels.
Het bed is weer een dommig ding.
Het is zondag. Tijd om een ingezonden brief te schrijven.
Niets daarvan. Alleen verkreukelde proppen vullen de prullenmand.
Hij zwijgt na deze verschuiving.

Hij/zij

David, 2010, tekening, A4

Fictief terug

Hij:
Ik kom net terug van mijn zuster, het is al laat, ik ga meteen naar bed, ik ben
geradbraakt. Ik was blij met je belletje en vond het jammer dat ik je niet echt zag.
Maar waarom schreef je me niet?
Zij:
Morgen wacht ik op je in ons café. Ik zal werkelijk goed gehumeurd zijn en leuk.
Je komt toch? Het is niet dat ik niet van je houd, wees niet verbaasd als er geen
briefje van mij is. Ik wacht graag en dan is het te laat.
Hij:
Ik geloof je. Uiteindelijk is papier ook maar papier en beetje bij beetje zegt mijn
verstand dat ik niet zo ongeduldig moet zijn. Een dag zonder post is een dag niet
geleefd. Ik zie je nog de straat uitlopen zonder dat je achterom keek. Wat ben je
wreed. Ik zou zo graag een wandeling met je willen maken.
Zij:
Wat zullen we nu hebben? Ik zeg alles met mijn eerlijkste ogen en dat moet vol-
doende zijn. Als je me niet meer wilt wil je het dan zeggen?
Moet je horen, ik ben heel erg, maar dan echt heel erg toegewijd aan je. Denk
daar liever aan. Vertrouw rechtstreeks op mijn oprechte liefde voor je.
Hij:
Je maakt me meer dan gelukkig. Vandaag is het precies een maand geleden dat je
me je foto stuurde. Ik kan mijn blijdschap nog niet op. Ik heb nu het volste ver-
trouwen in je. We hebben elkaar tenslotte al vijf keer gezien.
Het komt goed als het al niet goed is.
Dat is waar ook, het schiet me net te binnen dat ik morgen….ach, laat maar, het is
niet belangrijk. Ik zie je morgen in ons café. Ik ga nu echt naar bed.
Zij:
Doe dat. Duizend maal pardon dat ik je lastig val. De veer van de oude gedachte
die ik in mijn hoofd heb is gesprongen en mijn verstand, dat toch al niet bestond,
deed even tr-tr-tr-tt-rrrrr.
Ik ga ook slapen, precies op het moment dat ik het zeg.

Minstreel

Rood hoofd, nastudie, 2010, tekening, A4

Vreemd

Een mens laat zich graag likken door licht en geluid. Als je daar bij stilstaat is dat
op zijn minst vreemd. Vooral omdat één oog al diep in de huid kan boren.
Dat laatste is immers nodig om in de diepte van hart en nieren te komen. Je moet
het proeven om geen ijspegel voor elkaar te blijven.
Zijn lege, gouden kaken vingen niets meer op. Hij schaamde zich omdat hij niet
goed had opgelet en was gefotografeerd tussen dronken vrouwen. Wat een mens
al niet moet ondergaan! Rood werd dus het hoofd.
De mens is iets wat nog begonnen moet worden. Overwinningen en zegetochten
krijg je niet zomaar cadeau. Dus haalt hij zijn neus uit de vuilnisbelt en wordt later
een held door tegen de vrouwen te zeggen dat niet vet vlees goed vlees is.
Zij zijn al te graag slank en struikelen niet over zijn geminstreel. Hun zachte, roze
buiken gaan er hemels van glimmen en zetten vol op.
Maanden later blijkt de zon een natte neus te hebben. Onverwacht baren ze hun
kind. De hartlijn kent nauwlettend de melkweg.