Oud verdriet

Schraalhans, 2012, computertekening

De brieven

Beste Lucy,

Meeliften op de tranen van oud verdriet, zo zou ik je laatste werk omschrijven.
Tegelijk vond ik het ook een mooie zin. Wat zou het eigenlijk betekenen?
Misschien vind je mij een pratende dode steen of gewoon een mopperkont.
Dat kan en mag. Ik mag ze beide even zeer en ben geen watje.

Hartelijke groet, Kees.

Beste Kees,

Ik was even weg, ik bedoel niet echt weg, maar andere dingen aan het doen.
Bij jouw rotsen is mijn heuveltje natuurlijk nietig en niks, maar dat komt doordat
rotsen nu eenmaal rotsen zijn. Kan je dat volgen?
Vraagje: kun je mij niet een recept geven om af te komen van mijn eeuwige getob
over wat er eerder was: het idee of de uitvoering ervan? Ik bedoel wat is nu eigen-
lijk een werk?
Misschien kun je het me uitleggen bij een etentje in Amsterdam. Waar hou je niet van?

Groet, Lucy.

Dierlijk medemens

Aardappeleters, 2012, computertekening


Boze Vincent

Draag meer vuur aan, draag meer water aan, zet de aardappelen op het vuur.
Zullen wij branden of verdrinken?
Nee, wij zullen ons buikje rond eten!
Zoiets moet Van Gogh hebben gedacht, toen hij zijn Aardappeleters schilderde.
Met intense bravoure riep hij de geesten van thuis op.
Vroeger sloegen ze met stokken, maar hij stak als een schorpioen. Hij duwde met
eigen kracht de hele lente weg door zich alleen maar bezig te houden met de
waarheid. Zijn waarheid dus.
‘Ik zal een monument oprichten voor mezelf, schreef hij aan zijn broer, ik ben
geen nietsnut en denk mijzelf te kennen. Zij die denken mij te kennen, weten ook
dat ik woorden schilderachtig, karakteristiek en krachtig dierlijke instincten van
mijn medemens kan optekenen’.

Terug naar de Aardappeleters:
Zij haalden de zon naar beneden, het is donker.
Zij namen bezit van het licht zelf. Zij hadden het vuur.
Zij zetten de dampende aarde in beweging.
Toen het werk klaar was zeiden de mensen dat het een pleidooi van een gek was.
Van Gogh wist wel beter en bleef gelukkig enthousiast. Hij pestte de mensen
terug door te zeggen: allen zijn we dood, alleen ben ik ontkomen, alleen ik ben
over. Nu kan ik alleen mijzelf liefhebben. Ik zal de wereld omarmen en de wereld
mij. Mijn meest gevoelige zenuwen zijn niet aangetast. Ik sta open, ik voel het. Als
mijn innerlijk als een glas troebel water is laat ik het staan zodat het weer helder
wordt. Het bezinksel op de bodem, dat zijn jullie.

De zon

De late reis, 2012, computertekening


Af en toe

Soms weet je het zeker: je draaft maar wat door in je eigen bedrijf.
En als je piepertje je niet oppiept in je borstzak, grabbel je maar wat door tot je er
bij neer valt. Ingeblikt en onverplicht krijg je vervolgens de zak.
De zak?
Ja, de zak van fluim en plof. Je kan er behoorlijk ziek van worden. De spiegel laat
dan je vaagste evenbeeld zien. Het enige wat je nog goed afgaat is verblind en
doof door het leven vegeteren.
Je zou ten einde raad moeten zijn, maar je bent zo vermagerd dat je boterzuchtig
snel het verkeerde kiest. Om aan jezelf te werken en te bouwen moet eerst de
glorie van een rijke goeroe langskomen. Die draait je dan opnieuw een loer en
maakt je nog meer kapot.
Af en toe, in een vlaag van besef, heb je genoeg gehoord en gezien en weet je de
ruïnegekte af te breken. Op weg naar de leefbare wereld klinkt al snel een nieuw
en opgewekt lied. Alle hoop en verwachting staat op scherp.
De zon doet de rest en maakt van jouw god en een andere god.

Slappe kleur

Nachthand, 2012, acryl, 30 x 30 cm

In het licht van de nacht

Het licht had een overdreven slappe kleur gekregen, een vaal en groezelig beige.
Daardoor leek de ruimte tussen de dingen groter dan normaal. Ook klonken de
geluiden gescheiden van elkaar, maar dat had je wel mee in de nacht. Als je ze
hoorde hielden ze abrupt op, alsof er iemand was die alles afbrak. Vreemd genoeg
voelde alles wel warmer aan, wat beslist prettig was, het werd nooit een onver-
draagbare hitte.
In die atmosfeer sloten alle bloemblaadjes om een nieuwe, mooie compositie van
de ruimte te maken. Licht en kleur kunnen soms in onderling verband onverwacht
verfrissend uit de hoek komen, daar weten kunstenaars alles van.
Ik dacht ook dat de nacht alleen maar kon heersen omdat hij de dag achter zich
liet. Zonder iets te zeggen natuurlijk. De nacht is nogal donker en heimelijk.
Ik kon dat bedenken omdat ik benieuwd ben naar gevoelens en als het nacht is
voel ik meer.
Het duurt even, maar dan merk ik mijn andere gevoel. Het is een bijzonder sterk
en beminnelijk gevoel, ik ben vrij. Niets kan mij meer afleiden, het interesseert me
niet of alles nog op zijn of haar plaats is. Ik ben één met mijn tijd.
Dan komt er zomaar een soort beloning, die alleen voor mij bestemd is, aan.
Ik voel me licht gestreeld in mijn ijdelheid, maar doe of het de gewoonste zaak
van de wereld is. Wat dan volgt is een prettige wijze van zin zonder moeheid.
In het licht van de nacht ben ik de koning, dan vergeet ik zelfs mijn intellect,
omdat ik met alles leef en niet denk.
Soms denk ik dat de nacht mij bemint. Dat zal wel te dichterlijk zijn. De nacht
vindt me hoogstens sympathiek.

Hansworst

Beheerst toeval, 2008, boek 97, pag.34

Nozelhoofd

Geef mij maar het hoofd van een te pletterloper. Het onnozele ervan is dat het
geen weet heeft. Geen weet van alles rondom. Het hoofd lijkt beheerst maar is
onnozel. Ook het gemoed wil niet uitpuilen. Deze persoon bukt zich voortdurend
voorover om iets onzichtbaars op te rapen.
Een oud woord voor deze figuur is schraalhans of kaalhans. Bij hem is niks te
halen of het zou armoede moeten zijn. En wie zit daar om verlegen? Je kunt ook
maar beter niet bij deze hansworst gaan eten, er ligt niets op het bord.
Ik weet dat ik mijzelf moet schrappen voordat ik te pletter loop, hoorde ik hem
laatst nog zeggen. Maar het was al te laat. Alleen de laatste woorden bleven
hangen. Hij had zich bevrijd van zijn onnozelschap, hij zou niemand meer lastig
vallen. In de sfeer van verrukking was dit een mooi lied. Ook mooi was dat deze
dooie hans nooit het verlangen naar emotie kende. Hij mistte het dus ook niet.
Op die manier heeft hij zichzelf behoed voor veel pijn, angst, verlangen.
Hij moet veel tijd over hebben gehad, zeg ik als groot vertolker van het leven.
Kijk, ik weet hoe de liefde zijn geur verspreidt: onder de lindenboom.
Ga daar maar eens zitten. Het liefs naakt in een joppertje. En als de schemer het
lage licht van geduld prijs geeft, dan laten ijverige spinnen je het geheim zien.
Probeer het maar eens uit en mail me je bevindingen.

Overspannen

Some Night, 2001, acryl, 30 x 30 cm

Toen is geweest

Halverwege leg ik het gesprek stil. Ik heb er schoon genoeg van, waarom moet hij
zijn hart altijd zo luchten ? En bij mij? Fel zeg ik: Waarom altijd zo autobiografisch?
We zitten toch allemaal ergens in dezelfde shit?
Hij pruttelt nog wat na, iedereen maakt toch gebruik van zijn leven? Waarom
mag het niet over jezelf gaan? Kan ik het helpen dat ik zoveel beleef?
We stonden mijlenver tegenover elkaar blijkbaar.
Nou ja, ik deed misschien ook wel wat overdreven en waarschijnlijk was ook niet
alles echt voor hem bedoeld, maar al dat gezeur en gestamel over toen en toen
en ik en ik was ik zat. Dus benadrukte ik nogmaals dat hij nogal in hoofdletters
sprak.
Je bent overspannen, liet hij weten.
En dat was waar. Van schrik tik ik nogal hard met mijn aansteker op de houten
tafel. Over irritaties gesproken! En nog wel in het centrum van de stad! Ik zag zijn
strakke blik en hield er mee op. Van mijn moeder wist ik nog dat dodende blikken
een waarschuwing vooraf zijn. Dan moest je oppassen voor een lel, dus koos ik
eieren voor mijn geld en stelde me wat vriendelijker op.
Over doden, de mensen die er niet meer zijn, kun je blijven praten, vulde ik aan,
die hebben geen weerwoord meer en dus is het ongevaarlijk om ze iets te laten
zeggen. Het heelal zal niets missen. Fantaseer er op los!
Toen vielen we meer samen. Vroeger was toen is zo’n mooi begrip.
Hij haalde spontaan een frase uit een mooi gedicht aan:

je sterft gewoon, sprak ze
uit de binnentuin kwam ze op stamelvoeten
die nacht was het niet de wind in de oleanders

de rest was hij vergeten net als de naam van de dichteres.
Het verleden wordt steeds leger, het vergeten groter.

Kale tulp

Nature Morte, 2012, bewerkte foto

Stilleven

En wat voor gevoel is er?
De onmogelijkheid om een gevoel te hebben, want het hart zit half versplinterd in
het hoofd. Het maakt haar suf. Haar wakkere bestaan is mijlen ver weg. Het
slapen gaat slecht, alleen al geeuwen is een te grote inspanning.
Als je naar haar ziet doet het pijn aan je ogen. Ze is van een andere wereld, waar
alleen kleurloze zielen wonen.
Onmogelijk misschien, maar zij woont echt in haar eigen stilleven. In een eenzame
halfdode kale tulp en in vaas zit nog meer leven.
Het beste kan je maar een grote boog maken om haar matte loomheid, dan kun je
tenminste nog van fletse zon genieten.
Het is moeilijk om te zien of het lage wolken of nevelflarden zijn die aan de hemel
drijven. Het geheel, licht geelachtig grijs, heeft dezelfde matheid aangenomen als
die van de stilleven-vrouw. Daarom ben je geneigd de mist rook te noemen,  je
gaat door fantaseren waar die rook vandaag zou kunnen komen.
Je kan echt niet zien wat het was. De lucht werkt mee aan de twijfel. Het voelt
niet warm of koud en zelfs niet fris, dus je raakt totaal in de war. Vage dagscha-
duwen brengen ook geen helderheid, je krijgt eerder het gevoel dat de scha-
duwen alle kanten op springen. Er hangt min of meer een ziekte in de lucht.
Waar is de lichtbron?

Asceet

Witte vogel, 2012, bewerkte foto

Groot geluk

Ik ken iemand die gelukkig is.
Dat komt omdat hij niet meer verlangt dan wat hij spontaan krijgt. Als de zon
schijnt komt het instinct vanzelf mee, hij is een witte geluksvogel.
Een andere bijzonderheid is dat hij afstand doet van zijn persoonlijkheid ten
gunste van zijn verbeelding. Op die manier kan hij alle indrukken van anderen beleven.
Verder is hij een asceet van het zuiverste soort. Omdat hij in een fantasiewereld
leeft vergeet hij de werkelijkheid van het bestaan. Zo is hij meer dan gelukkig. Hij
hoeft geen ziel te hebben om er later weer afstand van te moeten doen. Het is een
warm wonder, hij is niets en alles tegelijk.
Al heel lang weet hij bij vordering van het leven, dat er altijd en op zijn minst twee
waarheden, die elkaar tegenspreken, zijn. Dat is nu eenmaal de realiteit van het
onmogelijke leven.
Levende gevoelens, wat moet je er mee?
Wie verstandig is ziet er van af. Ten gunste van de verbeelding dan.

Ontaard

Late avond, 2 012, bewerkte tekening

Zeer hoofd

Zijn hoofd en de wereld doet hem zeer. Die fysieke pijn, die duidelijker pijn is dan
morele pijn, brengt door zijn weerslag op de geest tragedies op gang die ze uit
zichzelf niet bevat. Hij raakt snel in een allesomvattende boosheid, geen ster kan
meer ontsnappen.
Op zo’n moment vindt hij zichzelf ontaard. Zijn benen kunnen hem niet meer dragen,
ze zijn te slap.
Misschien doet zijn hoofd wel zeer omdat hij pijn in de maag heeft.  Alles is
daardoor verstoord, achter de hersenen om.
Deze man is verkeerd bezig, dat is duidelijk. Zijn hoofd doet zeer, dat wil zeggen
dat hij beseft dat de materie hem beledigt. Daardoor is hij geprikkeld. Iedere
ingreep van de omgeving zal hem doen ontploffen.
Het grijze hoofd wil het liefst dood, daar komt het op neer. Alleen maar omdat het
hoofdpijn heeft. Het arme hoofd heeft last van naamloos leed met koortsachtige
slapen en als hij met zijn handen over zijn haren strijkt kan hij nog meer lijden om
te lijden.
Kende hij mij maar. Ik zou zeggen dat in zekere zin geen enkel probleem onoplosbaar is.

Niemand van ons hoeft die gordiaanse knoop door te hakken. Daar wordt je alleen maar
moe van, het is onmogelijk dus eigenlijk onzinnig.

Zoiets stond er in zijn laatste aantekeningen.
Maanden zijn er al verstreken, niets gebeurde, je zou er koppijn van kunnen krijgen.

Stille nacht

Blauwe man, 1997, acryl, 30 x 40 cm

Blauwe nacht

Hij schudde zijn hoofd zoals een roofdier dat kan doen in een kraag van zand.
Boven onze ogen leek hij wel zeven meter hoog, maar dat kwam door de nacht.
In de nacht verlies je alle ruimte.
Hij kraaide littekens in de stilte. Kijk, zei hij, ik wil weten waar al die valse voor-
wendselen vandaan komen. Kan iemand mij dat even vertellen?
Natuurlijk bleef het toen net zo stil als daarvoor. Zelfs de aangeschoten wieken
klapten niets meer uit hun mouw.
De avond werd kouder en kouder, het landschap liet een lege zaal zien. Op zulke
momenten krijg je niet de dolle hondenglimlach op je gezicht of je zou moeten
omvallen van de honger. Allen die zonder licht leven zouden nu hun ijzeren
longen moeten blikschreeuwen. Met volle kracht en hoge snelheid, het is erg
gewenst. De nacht schroeft nogmaals zijn helse vleugelmoeren aan.

Zo kan je dan als authentieke slaapwandelaar ineens op de hei staan. Het voelt
aan als een koud circus waarbij het publiek allang slaapt. De wereld is leeg.
Je zoekt met moeite je weg weer naar huis. Daar kan je dan verder schamen.