Blijvend

Dode Raveel, 2013, bewerkte foto

2013_dode raveel_bf

Voor altijd blijvende herinnering

Hoe gaan we ons Roger Raveel blijven herinneren?

Als de man uit Machelen aan de Leie, die de schilderkunst in Vlaan-
deren opnieuw uitvond. Een aandachtige kijker op de dingen in zijn
naaste omgeving. Hij toetste het aan de leegte van de wijde hemel.
Het samenvoegen van de lokale werkelijkheid met een eigen mys-
tieke abstractie, maakt hem tamelijk uniek.
Hij liet een nieuwe visie licht zien.

Wat is zijn meest opvallende kunstwerk en hangt het in de galerij
van een verzamelaar?

Raveel was een bijzonder productief man, die vijf decennia lang
onafgebroken schilderde en ook installaties maakte waarin hij soms
letterlijk fragmenten van de werkelijkheid binnenbracht.
Een fantastisch voorbeeld van dat laatste is zijn ‘Karretje om de
hemel te vervoeren’, waarmee hij ook letterlijk de straat op ging.
Nu doet hij dat in alle waarschijnlijkheid in het echt.
De kunstenaar werkte vooral voor zichzelf en de eeuwigheid, zo
dat de Vlaamse overheid, toen ze hem eenmaal een eigen museum
wilde schenken, van hem ook de belangrijkste werken voor dat
museum kreeg. Een vrijgevige man dus.

Waaraan kan het oog een ‘echte Raveel’ herkennen?

In zijn stijl zitten elementen van de internationale pop art, van het
nouveau realisme en het minimalisme, aangepast aan de Leiestreek,
zijn streek. In zijn grote zintuiglijkheid en mystieke gevoel zit na-
tuurlijk ook de hele erfenis van de Vlaamse Primitieven. De duif, het
witte vierkant, de man die kijkt (naar de muur, de straat, de daken,
de kat, de muze/vrouw, de spiegels).
Een werk zonder de eenvoud en de frisheid van deze elementen is
geen Raveel.
Hij was een echte vriend van zichzelf.
Zeer bescheiden en mild voor anderen. Mooie man.

Liefde

Lovers, 2013, computertekening

2013_lovers_ct_k

Overgave

De menselijke liefde is als een kunstwerk dat zich zuchtend gewon-
nen geeft. Door herhaling en variatie vormen fragmenten een nieuw
verband. Hoe wonderlijk mag het zijn!
Het verlangen naar bewegen en verdwijnen met een ander is net
zo oud als de wereld. Tot het landschap tintelend uit de ooghoeken
verdwijnt is alles nieuw. In echte liefde zit ontspanning, overgave.
Het vloeibaar worden is mooi, lekker, opwindend. Soms ook grappig,
maar dan moet je elkaar al wat langer kennen. De naar binnen ge-
slagen aandacht maakt de geest ruim. Speelse gevoeligheid, plezier
in eigengereidheid is een aangename sensatie. Door de snelle op-
eenvolging van draaiingen kun je verdwijnen in een samen-niets.
De taal erbij laat alles zweven. Ongeduld valt af. Verboden blikken
bestaan niet. Het meezingen door het grote verlangen lijkt einde-
loos te zijn. De aanraking verstoort niets.
Even lijkt het alsof je niet bestaat. De tijd staat stil bij het bestem-
pelen van elkaar.
Levenservaring is van nature traag gelukkig.

Soms

Blue and green, 2008. computertekening

2008_blue_and_green_ct

Een soort diagonaal

Ongekende schoonheid zie je niet, die is er.
Soms als je je ogen, je oren en je hart opent ervaar je iets in
die richting. Soms.
Als vrije kunstenaar verwerk je een vluchtige wereld, je doet je
slag in de rondte. Je zoekt naar de ziel der dingen met een groot
oog voor het terloopse toeval. Dan pas bereik je heel eventjes de
kortst mogelijke troost. Je drijfveer loopt met de bestemming mee.
Het is een patroon van wendbaarheid bestaande uit een groot
aantal meanders. En dan, als de schets van gedachten zich hecht
aan zijn drager, dan bestaat het vastgelegde moment tot de ver-
nietiging.

Bovenstaande schreef ik in een prelude voor het boek Tekentapijt,
wat ik in 2005 (i.v.m. een gekregen stipendium) samenstelde.
Op een vel of doek kan alles gebeuren, zou ik nu schrijven. Als je
voorbij het lege midden bent ben je al een heel eind. Zoek dan de
diagonaal op en de helft is al geschiedenis geworden.
Wat ook mooi is dat na de herinnering altijd de tijd van nu komt.
Nadat je je gedachten hebt gekorfd, doet je losse pols de rest.
Je bent even tijdelijk elders. En daar is het zo mooi, dat je er wel
voor altijd wilt blijven.

Ontvouwing

Winterzon, 2013, schets

2013_winterzon_schets_k

Lege dag

Er zijn van die winterse dagen dat je niet weet dat je leeft. Zelfs
de natuur is bewegingsloos, lijkt stil te staan. Je geest is bevroren
en volmaakt gesloten, geen enkele vinger wil nog iets.
Op dat moment is het mooi te bedenken dat de poëzie lippen van
bloed heeft die van mijn mond naar jouw mond leven. Zij spreken
van wat niet spreken mag. Het liefst in schuin gezette letters.
In de winter weet je het weer zeker: de minnaar blijft bij zijn meis-
je, hij houdt haar warm. Zelfs in de ijle leegte. Bukkend van geluk
omhelst hij het verse vers en prijst de pijn die hij daarbij voelt.
Vol spitse woorden kan een mens veelzijdig zingen. Ook als sneeuw
wil spelbreken door de sneeuw weg te sneeuwen. Verduisterd be-
waakt het verse wit een zeldzame lente en glimlacht alvast.
Hebzucht hoort niet bij winter, wel lege spiegels in lege ruimten.
In het licht van het menselijke niets is alles schotvrij stil. Pas veel-
zijdig later komt in alle helderheid de wellust schateren. Onze ogen
zullen dan gaan uitpuilen. Onze huid zal worden bevrucht met de
koude rillingen van de voorbije winter.
Op dat moment is goed mogelijk dat het brein een boek ontvouwt.

Dit was zomaar een idee op een lege winterdag.
Je hoeft er niets mee te doen.

Tevredenheid

Raveel aan de hemelpoort, 2013, schets

2013_R.hemelpoort_schets_k

Tevreden man

Zelden heb ik zo’n tevreden man gezien als Roger Raveel, al zal
hij dat woord zelf nooit in zijn zachte mond hebben genomen.
Hij wilde graag 107 jaar worden, een mythisch getal om de echte
ouderdom te verbergen.
Ik schrok van zijn overlijden, hij was nog maar 91 en pas hertrouwd.
Vorig jaar had zijn nieuwe vrouw nog een mooi kanariegeel pak aan-
getrokken, kwam zo uit één van zijn schilderijen wandelen. Pas toen
Roger zei dat het rode ingenaaide vierkant bloed en vuur was werd
ze bleek. Ze zag ineens het einde der tijden.
Wat is nu het bijzondere aan het werk van deze kunstenaar?
Ik denk de niet aflatende simpelheid, eerlijkheid. Geen moeilijk gedoe
of ver van mijn bed show. Werklust. Het is wat het is.

Eén van zijn leraren, de kunstenaar Hubert Malfait, was razend en-
thousiast over Raveels eerste tekeningen. Die stelden de wereld voor
in een essentiële verschijningsvorm. Ze waren een soort van gesche-
matiseerde weergave van de werkelijkheid, waarbij alle overbodige
details achterwege werden gelaten.
En zo hoort het!
Ik zag zijn werk voor het eerst in de zestiger jaren en was meteen
verkocht. Het sprak me meer dan gewoon aan, zonder in de war te
raken.
Vanaf 1962 probeerde hij meer werkelijkheid in zijn kunst te betrek-
ken. Soms zelfs op vrij letterlijke wijze, door bijvoorbeeld spiegels of
andere dagelijkse objecten op het canvas te monteren. Daarmee gaf
hij ook mee de aanzet voor de kunststroming die ‘de Nieuwe Visie’
genoemd werd.
Nieuwe Visie of Nieuwe Figuratie is een term die ik ook nog steeds
gebruik als ik mijn werk moet omschrijven. Soms twijfel ik of het
woordje nieuwe niet ouderwets is en moet worden vervangen door
andere. Dat zou tijdlozer zijn. Alhoewel, tijdloos wat is dat?

Overigens verdiende Raveel niet enkel als schilder zijn sporen, maar
ook als graficus. Hij maakte ook, net als Picasso, talrijke keramieken.
Naar mijn smaak is zijn hand het mooist bij zijn tekeningen.
De hand is een verlengstuk van het hart. Een hand heeft geen hersens.
Er ligt een bijna ondraaglijke spanning in zijn werk, het drukt de com-
plexiteit van het leven uit. Daardoor of daarom spreekt iedereen met
veel bewondering, respect, over hem.
Het geeft mij ergens ook troost.
Hij leeft voort in zijn kunstwerken en dat is meer dan genoeg voor
een bescheiden kunstenaar.

Vreemd

Wonderbaarlijk niets, 2013, schets

2013_wonderbaarlijk niets_schets_k

De mens hoopt

Nu kruipt, nu komt, nu gaat en keert de mens, kunnen dieren
denken. Nu springt het donker in het bos, nu keert het licht weer
terug. Nu moet ik oppassen.
Alleen dieren denken in volkomen nu. Dat telt alleen. Heel mooi.
Heel anders doen dichters, die leven voornamelijk in de schaduw
van iets. Zij lopen altijd achter en denken voor te zijn is mijn er-
varing. Zij leven in herinnering, zelfs onmogelijke, toekomstige.
Zij dansen als een verschrikte kikker in het weerlicht van de blik-
sem, zonder ooit getroffen te zijn.
Kijk, als het aan de  gesmokkelde sterren lag, was de wereld heel
anders. Dan liepen alle dieren rechtop om de mensen in hun
poten te wiegen, dan was er geen honger. Bittere beten werden
niet meer uitgedeeld. Ook planten konden niet meer netelen.
Alles zou lust zijn zonder het te weten of te benoemen. Het zoe-
te zweet zou niet meer stinken. Bomen zouden niet meer bomen
heten maar werden bruggen voor vogels.
Maar ja, de bazige mens doet anders met zijn ogen vol achterdocht
en drukt met volle kracht zijn voeten in de aarde, die zijn aarde is.
De beesten knielen onder zijn boze bed tot bloedens toe.
Alleen de droom biedt uitkomst en bolt het hemd en de rok.
Vreemd om lid te zijn van zo’n kudde.
Heel vreemd.

Dennis H.

Projectie, 2013, bewerkte foto

1998_projectie_bed.adem_bf

De ruimte

Het verschrikkelijke was dat helemaal niemand kwam. Hoe zondig
kan een ruimte zijn? Misschien had de geschiedenis de zaal ooit al
uitgewoond en lag er een vieze vloek op de vloer.
Is dit wel vermeldenswaard?
Ik vind van wel. Ik ben een liefhebber, op mijn manier, van verni-
sages met een speciaal karakter. Kleine bombarie is altijd leuk!
Hier had de kunstenaar de bedorven adem van Dennis Hopper wil-
len tonen.
Het leek hem een leuk idee, hij had er nog veel werk aan gehad.
En nu was er niemand, men deed kennelijk aan de sneuste sport.
Jammer dan, zijn tastbaar geheugen was hierdoor niet versneden.
Hij hield zijn gloeiend goud goed in het oog. Als men zijn vruchten
niet lustte dan at hij alles zelf wel op. Het ging tenslotte om de groei.
De galeriehouder wou nog wat mensen gaan bellen, maar dat had
hij gelijk afgewimpeld. Deze historische maaltijd hoefde geen groot
onthaal of aalmoes.
Kortom, hij brak de tentoonstelling terstond af, het wachtwoord
was gebroken. De kieskauwende kijkers bleven maar mooi in hun
eigen hersenschim. De eigenaar van de ruimte keek treurig, zag de
dollars wegvloeien, de hapjes en drankjes werden snel opgeruimd.
Later:
Weer thuis voelde hij zich moe maar voldaan. Zijn vruchtgebruik
lag her en der, schoon en altijd eetbaar. Hij liet zijn gedachten de
vrije loop en kwam tot de conclusie dat hij voortaan over zijn eigen
adem zou spreken. Zijn gammele en geestige materie zou iedereen
opnieuw verbazen, men zou er zeker snedig van gaan stotteren.
Na een kleine vrolijke huppel, er was alle ruimte, schonk hij nog
eens in.

pompompom

Stukje oeuvre, 2013, bewerkte foto

2013_2005_stukje oeuvre_bf

Rollende werkelijkheid

Zie, zij hebben een karretje op wielen gekneed. Het werk mag zich
voortaan voortrollen tussen de duizend knappe tongen en dito lui-
sterende oren. De papillen zullen geen honger meer hebben.
Vrienden en vriendinnen, nu is het feest! De levende lucht viert
vrijheid en laat het verleden rustig uitlekken. Dit karretje rijdt van
pompompom en is niet om te lachen. Het is een eerlijk karretje, de
tijd rolt rustig mee.
Meer woorden, meer armen, ik zal je verwarmen – schijnt het werk
te zeggen wordt gefluisterd. Kijk, zij is de nicht van Vincent, roept
een kind die de aardappeleters kent. Zij huilt, zegt een dichter, er
is een schitterende wimperring rond de ogen…
Zo praat en gaat men.
Het was en is een mooie tentoonstelling, dat is zeker.
En van ver af kun je het nog beter zien.

Over kunst

Het vertrek, 2013, bewerkte foto

Unemployed Man

Wie is wie?

Een weg loopt niet. Jij loopt de weg.
Niemand ziet mij, behalve een hond misschien.
Dan komt de wegloper thuis en krijgt zijn vragen.
Ben je trots op je werken?
Je zegt dat je alleen een beetje verbaasd bent, dat je het allemaal
hebt mogen realiseren. Maar jij was het wel die dat deed zonder er
mee bezig te zijn. Het is een lange weg, die nu ook kort lijkt te zijn.
Zijn kunstenaars onderling vrienden?
Kunstenaars zijn daar niet mee bezig, zij maken kunst.
Vrienden zijn grote schilders, maar voelen ouderwets aan. (lacht)
Ze weten ook dat ik er zo over denk en ik vind het ook leuk hen
te choqueren. Ze willen voor hun inspiratie niet meer putten bij
mensen die beïnvloed zijn door onze cultuur, want dat geeft oorlog.
Liever komen ze van kinderen en geesteszieken lenen, omdat die
nog zuiver zijn en niet beïnvloed door onze cultuur.
Dat heet inspiratie. Heel fris en vernieuwend in de kunst.
Therapie?
In zekere zin, het is maar net hoe je het bekijkt of wil bekijken.
Eigenlijk zou ik onder ieder werk moeten zetten: ik heb dit voor
u mogelijk gemaakt. Dan zou het pas af zijn.
Uiteindelijk heb je dan alles bereikt en dan?
Ach, oh, dat is niet altijd zo. Je begint met iets en het schilderij
zegt je om dat anders te doen. Je doet een actie en dan word je
verplicht dat erbij te voegen en dat erbij te doen en zo gaat dat
verder. Dat is de praktische taal. En als zo’n werk lukt, dan zeg je:
“Heel goed gedaan!” (lacht).
Ben je een gelukkige man?
Ja, ik ben gelukkig dat ik dat allemaal heb kunnen realiseren.
Maar ik ben ook wel een verbaasd man dat ik dat allemaal héb
gerealiseerd. Als ik verbaasd blijf dan is het goed. Ik geloof in
een sterke geest.
Is er muziek als je werkt?
Altijd!
Laten we daarom in stilte eindigen.

Ontbinding

Zwijgend warhoofd, 2013, schets

2013_zwijgend warhoofd_schets_k

Reiziger

Hij ontwaakt in een tot nu toe onbekend licht, is een glimp van
een beeld waar hij niet meer op hoopte. Wolken van jeugd, wol-
ken van God verdwijnen zomaar als je even niet oplet.
Even wil hij nog met zijn handen boven het hoofd roepen: zie
mij wolken…maar de mediterrane melodieën in zijn hoofd verhin-
deren het. Snel en toch weer rustig is hij kalm.
Hij is een reiziger in eigen hoofd. Hij kent zichzelf, tenminste dat
beweert hij. Waarom ontbindt hij dan bij leven?
Kijk, de maan rijst gevuld met geel maanbloed. De nacht is mooi.
De nacht is altijd mooi. Op zijn rug neemt hij muziek voor je mee.
Hij maakt dat vaak mee. Is dan gelukkig, misschien zelfs even on-
sterfelijk. Schoonheid is een antwoord op zijn verlangen.
Gaandeweg glijdt de nacht weg en is de band om zijn hoofd aange-
spannen. Een vuist balt. Geen enkel ding heeft nog zin, de wereld
heeft te veel aan licht. Hij voelt zich als een vampier bij daglicht,
broos.
Als de zon het hemellicht rijkelijk laat vloeien druppelen de stemmen
van de vogels. Zijn hoofd gaat er van zwemmen. Zijn hoofd is zijn
hoofd niet meer. Plichtsgetrouw en stil veroordeelt hij zichzelf. De
storm in de lucht is ook al op zijn gezicht.
Mag het wat stiller?
Mag het nog stiller?
Hij reist in inwendige deuntjes. Het lijkt een kinderachtig spel, maar
dat is het juist niet. Pas als het kind in je sterft ben je dood.