Met stip

Komma, Coma, 2013, schets

2013_DR_komma-coma_k

Kunst ziekte

De meest integere, bedachtzame en publiciteitsschuwe van de
twee had in de jaren zeventig al eens gezegd dat kunst geen
wedstrijd was. Dat zij ooit toen een kunstprijs had gekregen, die
gesponsord werd door een plaatselijke uitvaartvereniging was een
nietszeggende bijzaak. Om te leven moet je af en toe dood gaan,
was haar idee.
Niettegenstaande deze macabere geldschieter had ze de prijs wel
aanvaard, maar had eenmaal op het podium de gelegenheid bij de
kop gepakt om haar ongenoegen over de competitieve houding
van de kunstenaars in het algemeen kenbaar te maken. Je moest
je nooit iets aantrekken van een ander. Liever in alle stilte eenzaam
sterven was een beter plan, het zou het oeuvre ten goede komen.
Sterker nog: de wereld zou ineens versteld staan van al het verbor-
gen prachtige. Van niets naar iets is altijd een verrassing.
Dat lijkt me een te romantisch idee. Het grote publiek wil er mis-
schien nog wel in geloven, maar kunst is echt geen wedstrijd. De
hectische markt wil graag dat wij zo denken. Hoe banaler hoe beter!
Kunst moet kennelijk machtig en omvangrijk zijn. Leve de top 100!

De loopbanen van kunstenaars zijn op z’n minst grillig. Een lange,
volhardende weg moet met zekere tred worden belopen. Voor je
veertigste wordt het meestal nog niets of je bent al opgebrand en
afgeserveerd. Als je een lijstje zou maken van honderd topkunste-
naars dan zouden er misschien zeven onder de veertig zitten.
Uithoudingsvermogen is dus een vereiste. Het duurt even om te
stijgen (àls het gebeurt). Je wordt niet geboren als kunstenaar
met stip. Je moet er hard voor werken voordat de markt je oppikt.

Nieuwe stijl

Oorsprong, 2013, schets

2013_oorsprong_k

Alles heeft zijn tijdsbeeld

Als ik in mijn vol getekende boeken kijk realiseer ik me dat ik nu
al bijna vijftig jaar teken en schilder. Nog steeds komen er onver-
wachte dingen te voorschijn. Hoewel ik weet dat jaartallen geen
excuus moeten zijn om iemands werk te tonen denk ik toch ook
dat het ergens wel telt of op zijn minst een verheugend feit is.
Waar het om gaat is dat het altijd een feest is om te zien.
Ik heb mij nooit willen beperken tot één bepaalde richting of stijl
in de kunst. Je stelt je werk aan de orde en alle tegenstellingen
mogen zelf gaan ruziën. Mijn stijl omschrijf ik, als het moet, als
Nieuw Figuratief. Dat geeft genoeg ruimte. Daarmee moet je het
doen. Onmiskenbaar zal ik een eigen stijl of manier hebben. Dat
mogen anderen bepalen, ik ben er niet mee bezig, ik wil me niet
beperken, daar zakt mijn broek van af.
Alhoewel ik van huis uit het liefste teken, staat het schilderkun-
stige voor mij voorop. Ik ben bezig met de illusie en abstractie,
dat wil zeggen ik probeer op een plat vlak een stuk wekelijkheid
weer te geven zonder echte hulpmiddelen als perspectief en scha-
duwwerking. Ik ben mij bewust van het platte vlak. Mijn gelaagd-
heid speelt er op in. Er komt een illusie van net echt tot stand.
Het mooiste is als je kijkgewoontes kan doorbreken door ineens
iets ongewoons toe te voegen. Conventioneel kijken is aan mij
niet echt besteed. Het indirecte werken maakt het beeld vrij,
meer oorspronkelijk.

Gedachten

Algenman, 1996 – 2013, bewerkte foto

1996_algenman_bf

Haringman

Ik at een haring en dacht aan Paul. Wij stonden soms rond het
middaguur samen aan de kar, aten stil onze haring. Nadat we
met het erbij gekregen servetje onze monden hadden afgeveegd
begonnen we dan uiterst hoffelijk ons klein gesprekje.
Hij sprak zo mooi voorzichtig Nederlands. We namen alle tijd en
lieten elkaar in de meest grote rust de zinnen uitspreken. Om en
om, ieder op zijn beurt. Beide wat verlegen. Onschuldig was de
glimlach. Er was veel wederzijdse waardering.
Maar nu is hij dood.
Ineens was hij verdwenen, zijn huis was al leeggehaald (zijn fa-
milie wist het weer te vinden!).
Nu moet ik voortaan alleen gedachten knutselen en haring eten.
Heel jammer. Ergens was ik ook nog jaloers op hem gebleven.
Uit alles bleek dat hij een grotere vrijheid had. Hij werkte niet
alleen hard, hij werkte ook nog eens met de vrijblijvendheid van
een amateur. Ontspannen en bescheiden, dat was helemaal Paul.
Mensen zoals hij zijn de aardigste mensen die ik ken. Zijn leven
zat vol terloops, hij maakte alleen bijvoorbeelddingen.
Hij gaf me vaak de indruk dat hij nooit tijdgebrek had. Hij had
altijd tijd, hoefde nooit iets te doen als je hem vroeg mee te gaan.
En toen wist ik: sommige mensen maken zichzelf tot iets fraais!
Hij was beslist geen algenman.

Twee kanten

Janusman, 2004 – 2013, bewerkte foto

2004_janusman_bf

Ademnood

Iemand stikte bijna in een wolk van blauw. In zo’n volledig opge-
vulde wolk dolen meestal veel schimmen. Het zijn de voorvaders
van een niet verwerkt verleden. Gelukkig heeft hij een kop die twee
kanten op kan kijken. Zijn scherpe blik is zijn altijd passende sleutel.
De oplossing is meestal dichtbij.
Diep en donker moeten iets bevatten, anders kunnen zijn niet le-
ven, wist hij. Zelfs voor het diep zwarte was hij niet bang. Zo ver-
joeg hij de bange uren, die kregen geen kans aan te groeien.
Was dit nu moedig?
Nee hoor, als iets hem niet beviel in het leven ging hij gewoon uit-
treden. Totaal wat anders doen als je van plan bent is altijd een
goed advies. Hij draaide gewoon de kraan open en spoelde alles
weg wat niet van toepassing was. Vergetelheid is daarbij het beste
afwasmiddel. Eenmaal gewassen en gedroogd begroette hij dan de
nieuwe wereld alsof er niets gebeurd was. Onuitwisbare klanken
schoten daarbij het veel te stille heelal in.
Hij voelde zich daarna vrij. Ging nieuwsgierige nieuwe tekeningen
maken van zingende nachtegalen. Eerst met de voorzichtigheid
van houtskool. Daarna werkte hij alles op met drie soorten conté.

Nieuw verhaal

Klank van jouw naam, 2008 -2013, bewerkte foto

2008_Klank van jouw naam_bf

Schepping

Inmiddels had ik besloten een nieuw verhaal te vertellen, maar er
waren wel een paar vragen waar ik eerst een antwoord op moest
vinden. Dat verstoorde het proces. Van uitstel kwam afstel.
Mijn vriend, mijn allerbeste bron, was een kenner, die soms he-
laas ook nogal kon opscheppen. Dat is een eigenschap die ons
van huis uit direct is afgeleerd. Doe maar gewoon, dat is al gek
genoeg, zeiden ze daar. Opscheppen en wat erbij liegen waren dus
vervelende trekjes van hem. Ik twijfelde daarom of ik hem wel iets
moest vragen waar ik mee zat. Misschien zou ik later spijt krijgen
als ik hem iets te persoonlijks had verteld.
Kortom ik vertelde hem mijn ding.
Het eerste wat hij er over zei verbaasde me. Ik snapte niet hoe hij
het zo zag. Aan de andere kant was ik ook wel nieuwsgierig.

Laat ik het zo zeggen, hij verzweeg nooit iets voor me naar mijn
gevoel, maar hij fantaseerde wel veel door. Zo had hij ontdekt dat
toen God ooit de wereld schiep er eerst veel mislukte dieren rond
huppelden. De zogenaamde halfbeesten leefden eerst een tijdje,
maar door hun merkwaardige verschijning vielen ze te veel op en
werden door andere dieren opgegeten. Dieren kennen nu eenmaal
geen medelijden en vragen niet eerst waarom ben je zo anders.
Dieren denken niet zoiets als het hangt er van af hoe je het bekijkt.
Op die manier is de eerste twijfel ontstaan op aarde.
Die ontdekking van hem zette de bijbel op de kop. Verschillende
zwaar gelovigen stierven door die te zware schok.
Anderen zeiden dat dit typisch een samenzwering was bij volle maan.
Leve de scheppende Germanen!

Volle leegte

Bubbelboy, 2002, acryl, 80 x 60 cm (overgeschilderd)

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Alles is rond

Klein, uiterst klein is de kern van het ronde deel. Het deel lijkt rond
te delen of het splitst zichzelf vele malen. Zo ontstaan bubbels. Ze
zijn innig verbonden met het jonge lijf. Het jongenslijf staat stijf
van het bruisen, wil alles gaan beleven. Nu!
Het begin , het nog weinige van de werkelijkheid, lijkt te groeien.
Al het verre roze vreet aan de verte. In de verte zijn stemmen die
als brandende bladeren knetteren. Ten minste zo beleefd hij het,
het zijn de verbiedende stemmen van zijn ouders. Hij mag zijn
vleugels niet zo uitslaan, dat zou iedereen blond en doof maken.
En zo hult hij zich vroeg in eigen duisternis. Men moet soms zwij-
gend wijs zijn weet hij. In zijn hoofd blijft alles druk en gaan de
maantuinen langs lege slakkenhuizen, dorre takken spreken even
glimlachend in de leegte.
De leegte lijkt ver en vol vogels met mooie stemmen. Zelfs de zui-
verste lippen kunnen dat niet imiteren (overigens kunnen vogels
niet het laatste geluid van de mens nadoen: de rochel, maar dit
ter zijde).
Dit kind is te koel om te verwaaien. Dit kind is echt, geen fantoom.
De kleur van een wijnvlek boezemt hem geen angst in. Het is mijn
corsage, prikkelt hij, en het is onoplosbaar in water.
In de kluis bij zijn hart bewaart hij de mooiste momenten, hij hoeft
geen weegschaal, er zal altijd genoeg ruimte zijn.

Soms vraag je je af waarheen de lichte dagen zijn gegaan. Mis-
schien zijn de hongerige wolken te gretig. Zij maken alles stom
en van steen. Wat rest is dan de troost bij het ouder worden, ten
minste als we Lucebert mogen geloven, in één van zijn mooie
gedichten eindigt hij met: de oude otter opent zijn waaier bij maan-
licht.
Een enkele druppel kleurt 100.000 liter water.
Dan wil je wel oud worden.

Lichtval

Nachtbeer, 2013, schets

2013_nachtbeer_k

Ogenschijnlijk

Het oog is eenvoudig ingericht, het is eigenlijk niets anders dan
een nestje van licht. Soms is het een donkere kamer, dan is het
nacht, hier en daar sijpelt er dan wat gewoonlijk licht door de
duisternis. Hier woont de beer.
Maar wat zit er achter het oog? Het vele geklieder van uiterst
dunne draden wemelt daar rommelig. Daar zou ik niet graag zijn.
Lijkt me nogal verwarrend. Ik denk dat dat de plek is waar alle
vuilnis wordt opgeruimd, zodat niemand er achter komt wat voor
dubbel of eigenaardig leven je leidt.
Anderen zeggen dat achter je oog je ziel zit. Ik vind dat een vreem-
de plek. Achter het hart lijkt me veel logischer. Volgens diezelfde
mensen zit juist op die plek juist een dichte deur of een spiegel.
Aan jou de keus dan.
Achter het oog is het een grote warboel, een schroothoop van rot-
zooi. Het is niet de moeite waard om daar een foto van te nemen,
als dat zou kunnen. Boven het oog, ja daar straalt het voetlicht.
Daar moet je zijn. Daar is het leuk. Daar is de ruimte. Daar ziet
het oog meer. Daar kun je spelen.

Complex

Blue Son, Blue Sun, 2002, acryl, 100 x 80 cm

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het onderzoek

Iedere latere aanraking is een verstoring. Een natrilling van het
oorspronkelijke. Zelfs als je het op literaire wijze doet: na het
lezen van het boek is het boek in de kast nooit meer zo als voor-
heen. Mentaal en intiem heeft het een andere plaats gekregen.
Als talig statement staat het voortaan in de vrije ruimte.
Is dat nu zo belangrijk, zul je je afvragen. Voor hem wel. Hij on-
derzoekt van alles en veel. Hij wil het complexe kraken, om zo
ieder gedrag te kunnen voorspellen. Dan overkomt je niets.
Het is bovendien een fascinerende bezigheid, er zijn altijd wel wel-
willende mensen, die zich bloot willen stellen voor zijn onderzoek.
Bloot verbergt niets, is zijn stelling. Bloot slaat niet dood. Integen-
deel bloot geeft alles.
Het bleek een moeilijke materie te zijn dat complexe. Na drie jaar
had hij een diep verborgen, dobberend reservoir ontdekt. Waarin
alle associatieve coherenties en bevlogen deconstructies zaten.
Het maakte hem blij en belangrijk. Alle cultuurjournalisten schoten
er op af en wilden hun primeur openbaar verwoorden. Gelukkig was
hij wijs gebleven en liet ze voor zijn dichte deur staan, liet ze niet
toe, tenzij ze in zijn stoel voor onderzoek gingen zitten.
Je raad het al, de hele culturele claque bleef ver weg. Ze hadden
het ineens veel te druk met eigen grijze kliek.

Motvlinder

Day of Death, 2004-2013, bewerkte foto

2004-2013_Day of Dead_bf

Zwart-witte man

Wie was je dat je zelfs dit hebt meegebracht?
Overal zie ik je vreemde muren opzetten, zodat je oude kamers
niet meer herkend worden.
Wie was je dat je niemand kon zijn?
Duizenden zwart-witte krassen liet je achter in de samengebalde
vorm van een mottige vlinder. Wie ben jij? Waar was je?
In het huis van je ouders leek alles nog vertrouwd, maar eenmaal
buiten vervreemde je en werd je huis een verlaten schapenstal.
En nu ben je hier en hoef je niet te fluisteren. Hier ben je vrij. Hier
vallen de schaduwen wit uit. Hier is niets nodig omdat het er al is.
Hier is de buitenkant van alles niet steeds hetzelfde. Dus verwonder
je. Niemand hoort je. Niemand bezoekt je. Je duisternis beperkt de
horizon. Tot zover komt de berg, die jezelf creëerde.
Pas wanneer je je beeld verlaten hebt mag je me opzoeken en zal
ik je ontvangen met een pot dampende thee. Dan stuur je iedereen
mooie ansichtkaarten, waarop met potlood staat geschreven:
Ik denk veel aan u.
Daarna wordt het verleden een verlatende schim. Ze zeggen dat
het heden niet voorbij kan gaan. Het heden is.

Vuurogen

Profielen, 1982-2013, bewerkte foto

1982_profielen_bfk

Van opzij

Het was in de tijd dat het geluk hem kwam overstromen. Hij hoef-
de niet langer te dromen. Alles was in stilte opgenomen, hij had
er niets van gemerkt. Achter de scheve kozijnen rafelde de vitrage
niet langer meer, alles was recht en waar.
Overigens was hij niet verbaasd, het lag ergens wel in de lange lijn.
Vol kijklust bewonderde hij het rondom.
De tafel bleek gedekt, kastjes hingen zonder verval aan de muur.
Smakeloos fruit was hier niet welkom. Spoedig zouden hier alle
tongen dansen, dat voelde je gelijk in deze ruimte. Het enige wat
men van je vroeg was je te gedragen als een profiel. Meer niet.
Nooit van voren benaderen, altijd van opzij, op z’n Egyptisch. Een
kleine moeite zou veel wolkenwagens in beweging zetten. Ineens
in andere sferen was om de hoek, dus snel bereikbaar.
Als het vuur uit de ogen komt worden de fratsen vanzelf wrakken.
Ze doen maar, nee, ze doen raar, van aangezicht tot aangezicht.
In de achtergrond viert een oud profiel nog zijn slampampend
luchtje, voordat het met gebroken ogen is uitgekeken. Het lijkt er
een beetje op dat de laatste keuze op gekte is gevallen. Dat zal het
lot wel zijn.
Toch wel een mooie zaal. Hier leeft de opheffing van weerstanden,
wat rust betekent. Hier hoef je niet voorzichtig je weg te vinden
tussen de glazen aan scherven. Hier kan men uren zoet verschuiven.
Hier prakkiseert men niet langer grauw en grijs. Hier zie je neer op
meesterschap.
Het totaalbeeld likt en krijgt zijn prijs.