Leugen

Gespeelde verbazing, 2013, computertekening

2013_gespeelde verbazing_ct

Theater

Even leek het er op dat hij onverschillig was voor vormen, maar
wij hoorden niets, omdat de wind zijn mond liet wegwaaien, zodat
ieder woord voortvluchtig werd.
Daar zit je dan als valse Pinokkio onder de jammerende bladeren.
Uiteindelijk versnipperde de wind ook nog zijn schaduw, dus er
bleef niets over van deze charlatan. Hij hoefde nooit meer te wer-
ken voor de waarheid. Het was gedaan. De lampen van de waar-
zegsters werden niet meer opgewreven voor een positieve uitkomst.
Als taal niet meer taal is wat is er dan nog over?
Dan is het komen en gaan misschien ook niet meer van belang.
Dan kun je alle bloemen net zo goed  naar de maan gaan gooien,
voordat je weer een lekker hapje eet.
Hij was afwisselend een trage of een driftige die een mijlpaal zocht,
maar met zijn woordeloze gulzigheid kwam hij nergens. Ooit leek
de toekomst nog lekker te smaken, maar nu is zijn gezicht al pap.
Hinkend liep hij achter zijn vroegere salvo’s aan. Niemand vond het
vreemd dat smart een totaal theater was. Je kreeg er nadorst van.

Kijkplezier

De reizende haast zich nooit, 2000 -2013, bewerkte foto

2000_de reizende haast zich nooit_bf

Van A naar B

De toestand was te schemerig, hij verdween. Er waren te veel
woorden voor zijn gezicht, hij was te nat van zweet en angst.
Zijn hoofd deed raar. Zijn rondborstige tong leek van beton te
zijn gemaakt. Zijn overvloedige buik speelde een eindeloze bor-
rel melodie. En dan was het nog het meest erge: zijn gezicht
was bezaaid met flink veel tepels, waaraan bloeddorstige biggen
lagen te drinken.
Eh?
Zulke fantasieën had hij altijd als hij in een museum liep. De pit-
toreske tegels, zoals hij schilderijen vertederend noemde, hadden
een rare uitwerking op hem. Zijn hersens leken spontaan te schif-
ten of maakten zonder tegen te sputteren gelijk een flinke reis.
Totaal nieuwe kunst werd hier getoond, hemelse nieuwe gangen
werden ontsloten. Het goud lag overal en liet zijn neushaar trillen.
Het kunstpaard had hem aangeraakt.
Eh?
De stilte woont in het museum. Pas op voor hardop klappen, want
hier zijn stervelingen bezig iets te snappen. Zij happen daar de iele
lucht en dopen hun snavel in de catalogus om de geschreven wet-
ten uit hun kop te leren.

Zwart

Sombere man, 2013, computertekening

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tandeloos

Wie helemaal zwart is geworden spaart wat uit, want het zwart
kent geen lach en heeft geen bezwaar tegen de donkere kleur.
Zwart gestemde mensen lijken geen tanden meer te hebben om
ergens in vast te bijten, zij laten het zitten omdat het nu eenmaal
het lamlendig lot is.
Als argument willen ze nog wel eens zeggen dat rozen ook geen
tanden hebben om zich te verdedigen, maar dat is maar een halve
waarheid, rozen hebben doornen. De donkere mensen stoken hun
brein verkeerd op. Bovendien laten ze hun pokerface ook nog eens
op het nachtkastje liggen. Woorden worden botje bij botje gewogen
en afgekraakt, een landkaart blijft een puzzelkaart waar overheen
gekotst is. Alles is onleesbaar en te veel.
Kortom, de enige overdaad is het constante zwarte.
De losgeslagen hoofden zijn niet meer in goede handen. Horloges
worden nooit meer opgewonden. Het instinct is ingedikt. De zin-
loze zintuigen liggen op de rommelmarkt voor een zacht prijsje.
In zo’n geval maakt het gedicht niet meer gebruik van het hoofd.
Ieder gezicht is een dood meer. De fanfare zwijgt met gebogen
hoofd. Wie zo mooi wil zijn als de waarheid begint met liegen. De
geformuleerde wrevel is op herhaling. Een spiegel ziet alles ver-
keerd en de ogen zijn stinkende bronnen waaruit twee totaal ver-
schillende beelden spruiten.
Zou het helpen als ik zeg: het mooiste weer maakt je opgetogen?
Spiegels stralen? Je tong hangt niet als kuit uit je mond? Een neus
is niet aangenaaid? Men zuigt niets uit je oor? Je scherpe kin wordt
niet verbogen? Je tenen hebben geen tanden? Er zit geen snee
brood tussen je billen? De treurwilg verwoest je huis niet?
Of een tip: laat je groot rood hoofd drie maal daags strelen?

Oude wijven wisten het vroeger al: in betraande ogen smelten de
wijzende vingers.
Een vette slak gaat ten onder aan zoveel zout en zoveel tijd.

Groei

P.T. (Plain Truth / Play Time), Groningen, uitgekrast witkalk, raam

1987_p.t.(plain truth-play time_ groningen )1987_p.t._d

De echte waarheid

Ergens eind jaren tachtig was ik wild op zoek naar andere manie-
ren van presenteren. Waarschijnlijk was het een gevolg van mijn
docentschap (toen al tien jaar) aan de kunstacademie toentertijd.
Uiteindelijk vond ik een leegstand pand aan één van de hoofdstra-
ten van mijn stad. Het was van de gemeente en werd tijdelijk be-
heerd door welwillende, creatieve kunstenaars. Je kon het huren
en daar dan zelf de baas zijn. Wie wil dat niet voor een maand?
Het zou een stand van zaken tentoonstelling moeten worden, ge-
koppeld aan de lat wat hoger leggen. Groei, geen stilstand!
Vlak voor deze expositie was een hectische periode in mijn leven
net afgesloten, dus de grote woorden en gevoelens lagen vers
voor het oprapen.
De titel, The Plain Truth, verwarde gelijk een aantal van mijn col-
lega’s, zij dachten dat ik ineens bij een foute sekte zat. Alsof ik
iets had uit te leggen zei ik dan maar: er bestaan geen verboden
woorden, dus waar heb je het over…of ga eerst even kijken…
Om de ruimte intiemer te maken beschilderde ik de ramen aan de
straatkant met witkalk, je kreeg mooi diffuus licht. Later kraste ik
met een operatiemesje een soepele dolfijn in het witsel, zodat je
toch nog iets contact hield met de buitenwereld.
Toen was alles klaar voor de boog der verdringing en kon ik mijn
lijden als dagtaak tonen. Als je maar goed en diep genoeg nadenkt
heb je zo een tentoonstelling bij elkaar. Dat de uitkomst enigszins
somber uitviel, dus onverkoopbaar, hield me niet bezig. Ik wist al
dat ik niet vrolijker was geworden. De zinloosheid bespeelde de
dag als de bijl het bos, ik was mijn eigen betonblok aan het been
als het ware.
Objectief en achteraf gezien heeft alles me goed gedaan, ik kon de
schoonheid van alles daarna weer oppakken. Ik heb die tuin van
waanzin achter me gelaten. Waanzin is een mantel, die losjes en
warm om je schokkende schouders kan gaan zitten.
Nu: gerust herneem ik mijn dwalen.

Vatje Fata

Atelier Bremsingel, Jubbega 3e sluis, 1968, olieverf, 80 x 80 cm

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Fantastische fase

Bijna eerder dan ik dacht begon het plotseling: ik was geliefd,
werd beroemd. Wat eerst niet kon was er ineens, in één ogenblik
zat alles. Het meest vreemde was dat het me niet eens verwon-
derde, in tegendeel ik vond het vrij logisch en vrij normaal.
In mijn beroep leer je immers niet, je bent en dat is voldoende.
Je bent bij geboorte al dieper dan elk water. Het is je gave.
En nu de balzaalspiegel meer een zakspiegel voor de fijnproever
is geworden heb ik vele hemden van bescheidenheid in de kast
liggen. Je kan er altijd eentje aantrekken als het nodig is. Heel
geruststellend heb je alle paplepel gebaren weggegooid, zodat je
hoofd weer lucht kreeg en nieuwe reisdoelen ving.
Nooit zal ik knikkebollen tot het witte einde, ik blijf nieuwe dingen
zien, zoals modder ook nooit klaar is met de zon. De droom doodt
al het onbeweeglijke en laat zijn vele gezichten zien. Vaak zonder
verlangen. Vaak omdat het moet. Het is een Fata Ega, een zijn.
Als ik mijn bron in de mist benader ben ik ongewoon wakker, zodat
ik alles zonder vergrootglas helder zie. In mijn eigen verdwijnings-
feest dansen de tranen op hun eigen dwaze wijze. Mijn ogen staan
niet op ongeloof. De warme lucht zit niet vol wanhoop of angst. Het
dierbare geluk is gul en geeft iedereen die wil melk (eerst even de
borst ontbloten).

Nacht

Sterrenjong, 2013, schets

x.2013_sterrenjongen_k

Eindpunt

Aan het einde van het land met de klinkende dag klimt de nacht
op vederlichte wolken en speelt  boven de opspringende akkers
met wat losse gedachten van de mensen.
Het gezaaide zaad wordt steeds doffer en verdwijnt tenslotte in
het diepe zwart. Bij dit donker blijven de dorpsdeuren dicht, een
onmetelijke zware lucht leunt op de aarde.
Dan is het goudtijd voor de bleekste sterrenjongen.
Hij laat zich fel beschijnen door de zwangere maan. Hij neuriet
daarbij een danklied. Alle welriekende putten van verzet geven het
op.
Dorre schimmen schieten door de gang, nadat ze hun hete, cafeïne-
vrije koffie hadden opgedronken. Zij zoeken hun ijskoude bedden
op, zij houden niet van de nacht, zij willen zien hoe een ander bang
wordt.
Het mooie maangezicht van de sterrenjongen kan nooit slordig zijn.
Zijn rossige sproeten verkleuren in de nacht hemelsblauw, lijken wel
beelden.
Pas veel later, als de theegeur door de bleke hotelkamers geurt,
sluipen de sterren op zijn gezicht weer weg. Op de grond liggen dan
pure hoopjes stof. De dienstmeid zal het op gaan ruimen zodra ze tijd
heeft, zodra mijnheer haar loslaat.
Daarna schrijft ze een klaagbrief aan een familielid.

Niet negatief

Recaptured Image, 2013, bewerkte foto

2013_recaptured image_bfk

Heroverd

Ooit vond ik wat oude glasnegatieven van mijn grootvader. Het
was moeilijk om te zien wat er op stond. Je moest er schuin langs
kijken bij een bepaald strijklicht, dan zag je enigszins de afbeelding.
Nu had ik in die tijd een vriend die fotograaf en artistiek was, een
zeldzame combinatie bij dat beroep. Hij wist er wel raad mee en
zou mij laten zien wat mijn grootvader ooit beroerde.
Een week later zag ik het resultaat en was ontroerd: het was een
halfprofiel van mijn grootvader (die in hetzelfde jaar stierf toen ik
werd geboren). Ik zag onze sprekende gelijkenis, bijna eng. Het
negatief was door de tijd nogal beschadigd, waardoor het net leek
alsof het hoofd in een grote kool zat verstopt. Het was mooi om
even door de straten van hem te lopen. Zijn ijskoude slaap leek
gesmolten.
Later siste de opwinding in stilte weg en staarde ik voortaan ver-
der in onze koppen. Een huis is zomaar vol. Mijn ruisende huig
draagt ver. Alle trilharen wuiven heftig in mijn oren en als de bron
langzaam weg klapwiekt, zie ik ineens het meisje aan de overkant.
Ik laat mijn grootvader los. Snipper met mijn ogen. Zie haar glim-
lach. Ik wil bij haar mijn lust lessen. Ik leer haar armen wiegen
door mij te geven. Ze kan zo de bloemen van geluk rapen.
Zij opent mij als een kabbelend boek. Ik wandel en wankel.
Wij veroveren elkaar. Ik lees met haar een boek en verander.

Opzet

Instant Parole, 2013, bewerkte foto

2013_instant parole_bf

Het verhaal

Ik vond tijdens de verhuizing een oud schriftje met een groen kaft.
Het verhaal bracht mij terug in Groningen, 1962.
Ik was net student aan de kunstacademie en kocht in de eerste
dagen een schriftje, om me dagelijks te oefenen in het wilde leven.
Alleen de eerste bladzijde stond beschreven. Er stond: “25 september
1962. Ik wou dat ik een kreupele meid had om aardig voor te zijn”.

Vreemd genoeg kon ik me hier niets van herinneren.
Ik denk dat ik toen een opzetje wilde maken van mijn eerste boek.
Tenslotte was ik de nieuwe Lucebert, in die tijd. Het bleef dus bij die
twee zinnen. Het schriftje bleef maagdelijk wit van binnen.

Ik ben altijd goed gebleven in die opzetjes, om het daarna niet af te
maken. De eerste zin is nooit een probleem. Zo luidt de eerste zin
van mijn nog niet geschreven novelle Dicht van voren:
Zoveel veel later dan verwacht begon het plotseling.
Ook de middelzin is bekend: Wat niet kon was er al lang.
De afsluitende laatste zin is: In elk ogenblik is alles.
Daar moet een mooi verhaal in zitten tussen de 30.000 en 40.000
woorden. Misschien moet ik beginnen met een groot gat. Een gat
bij God. En het gat was God. Of zou dat iets te smakeloos zijn?
Beter bij een kuil geknield? Of je tong eerst kaal gepraat?
Gewoon de deur uitgaan en om je heen zien is vaak de oplossing.
Gekoppeld aan een vluchtige geur is het verhaal zo rond.

Lentekriebel

Tiny Heaven, 1998 – 2013, bewerkte foto

1998_tiny heaven_bf

Vrolijk drietal

Je kon Teletubbies knuffels bestellen bij Knuffelparadijs. Dat is een
Teletubbies knuffelwinkel. Teletubbies knuffels zoals Tinky Winky,
Laa-laa, Dipsy en Po zijn daar gemakkelijk en snel online te bestellen.
Leuke hebbedingen in alle gewenste formaten.
Nog leuker is het natuurlijk om Teletubbies zelf te schilderen. Zo
ontstond Tiny Heaven. Het was gelijk verkocht aan de kunstuitleen.
Iedereen wilde wel met een Teletubbie pronken. Het herhaalde zich
iedere dag als een kinderlijk soort inteelt. Wie lief is wordt gezien.
Dat is goed voor de verstijfde ogen van jong getrouwden.
Teletubbies zijn niet buitensporig, wel grappig en grappig is leuk en
leuk sluit alle nare gezichten uit. Achterklap hoort niet bij dit onder-
werp, misschien wat tong geklak, maar daar blijft het bij. De vage,
berichtgevende bomen en struiken weten er alles van. Ze houden
alles bij omdat het altijd mooi weer is bij de Teletubbies. De prille
dagen tussen maart en april zijn het mooist. Dan is alles frisgroen
en de lucht hangt vol begeerte van vlinders. Iedere nacht kan harts-
tochtelijk zijn als je niet oppast.
Lentedagen kunnen wild en wonderlijk zijn. Het maaigrage gras
heeft het zwaar, vroege verloofden laten elkaar hun tekening zien.
Het zijn vleselijke maniakken. Ze doen aan beweeggeluk en denken
nog dat de aarde een paradijs is.
En de dichter?
Die eet gewoon de beleefde tijd op. Ook in de toekomende tijd.

Twijfel

Shoulder the Fault, 1997, acryl, 80 x 80 cm

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Blikken van nooit

Zo zag ik, met de geur van groentesoep nog in de neusgaten, een
man met veel gezichten. Al zijn ogen keken langs mij. Iedere ver-
schijning bleek in zich zelf gekeerd te zijn. Het waren allen nacht-
mannen en die doen alleen maar iets als er een vrouw in de buurt
is en ik was een man, dus een concurrent.

Ergens bekroop mij het nare gevoel dat ik deze man al kende uit
een ander tijd. Hoewel hij mij dus onbekend bleef zou ik van hem
kunnen houden. Ik voelde me dan ook wat beschaamd omdat ik
niets deed. Zelfs niet een koele begroeting, alleen maar wat kijken.
Ik troostte me met de gedachte dat hij ook niets deed en als we
misschien ooit later terug zouden komen kenden we elkaar al.
We zouden elkaar herkennen aan de stille, twijfelachtige loop.
We zouden stil staan in een onbekende baai en toch niet doelloos zijn.

Dan was de avond warm Indian-red; ieder moment zou deelbaar
zijn en ontdaan van alle nutteloze  seconden.
Zo zou dat dan zijn.
Hij zou daar zijn. Ik zou daar zijn. Jij zou er van horen.
We zouden zwijgend doorlopen. Zo zou dat dan gaan.
Maar met de blikken van nooit gebeurd er mooi niets.