Zondagbloem

Blumen stilleben, 2013, computertekening

2006-207.tif

Alles is kleur

middag zondagt middag
volkomen vredig valt
een onwelkom blad
ik blijf mijzelf alleen
hoe kan dat bestaan?
bloemen om je te redden
kleuren vergetelheid
terwijl het geheugenloze leven
vaag condenseert
het boeket viert opera
zonneschijn is altijd alles
harde woorden verdwijnen
je hebt een mondige mond
en kocht met zoute tranen
je rimpels en je wit haar
het donker lokt niet
je tast niet in het duister
als de dag eindigt
aanvaard je de avond
je woont in jezelf
in het toevloeiende duister
duizenden jaren
zal je de wereld nog kleuren
onder de wortels van deze bomen
klotste eens een oude zee
de natuur roept alle kleuren
vormt dichterlijke liefde

Schaduw

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Trouwe woorden

Ik lijk op niemand, ik zou niet weten op wie.
Ik ben meer een halvegare aardkloot, lijk hoogstens wat op een
schildpad: ik neem alles mee. Daar kan je heel oud mee worden,
de hoge leeftijd van die dieren is bekend. Ik ben behoorlijk oer.
Later zal de koolstofmeting wel bepalen hoe oud ik feitelijk ben
geworden en dan ga ik het nog één keertje dunnetjes overdoen.
Jij zit op een schaduwpaard, ik niet. Je hoefgeklap stoort me
niet.
Kijk,
ik ben mijn woorden trouw gebleven. De inhoud is nooit veranderd.
Hoe wezenlijk bleef ik mezelf?
Ik weet, er wordt veel gefluisterd. Een hogere macht maakt me
vrij, zegt men. Dat is niet zo, ik luister en murmel maar wat tot
dat ik er duizelig van word (zonder te vallen). Ik strijk mijn hand
langs mijn voorhoofd en zeg: O.K., dat hebben we ook weer gehad!
Anderen zeggen dan natuurlijk dat ik de dood van mijn voorhoofd
heb zitten strijken…niets is minder waar. Ik hoor heel misschien de
klok van de lonkende veerman en daar valt heel goed mee te leven.
Kijk,
de zomer staat bij mij altijd hoog en warm, voel maar.
Ik zit verscholen in het volle koren en speel op mijn klarinet. Laat
de libellen dansen en de lavendel geuren. Ik maak geen herrie, ik
heb een blij stemgeluid. Mijn vereelte handen houden het verkeer-
de licht tegen, mijn hoofd is ver vervuld. Zwevend langs de toppen
van mijn acacialaan is alles licht.
Kijk,
ik weet dat het mooiste van mijn leven meer is dan één herin-
nering. Ik blijf jong, dat heb ik meer dan eens verstopt beschreven.
Als je tot geluk bent geschapen herbloeit alles wat je aanraakt.
Het tragische van dit alles is dat de kleine angsten veel bederven.
Al is de gouden glans nog zo groot in je ogen, de damp van de
duister is groot, oppermachtig. Dat hoort bij de mens kennelijk.
Gewoon negeren, niet naar luisteren dus. Je hebt wel wat beters
te doen.

Geheim

Long nights, 2013, computertekening

2013_long nights_ct

Nachtpaard

Ik heb een man gekend met een glazen hoofd, tenminste zo heb
ik het ervaren. Je kon hem zien denken. Het trillen van de cellen
riep allerlei emoties op. Hij kon uit zijn geopende hand een sinaas-
appel weg laten fladderen , zonder dat het viel. Zijn poreuze huid
maakte dat mogelijk. Bovendien had deze man een kleurig paard.
Dat wil zeggen, zijn paard nam in de nacht altijd verschillende, felle
kleuren aan. Gewoon voor de lol. Soms gaf hij zelfs licht uit zijn
buikwand. Op zich was het wel vreemd, want de glazige man was
een schone schipper en wat moet een schipper nu met een paard?
Paardenkracht is tenslotte geen vaarkracht.

Maar was het wel een sinaasappel zul je je misschien nog afvragen?
Als ik het niet zelf echt had gezien, zou ik misschien ook wel gaan
twijfelen, maar de vrucht vloog gewoon uit zichzelf door de lucht,
alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Er zijn tenslotte wel
meer bollen die in de ruimte rondzweven.
De plek waar deze man met zijn bijzonder paard woont houd ik
strikt geheim. Ik durf het niet te beschrijven, omdat ik de mensen-
soort ken. Wel verklap ik dat deze man de kunst verstond om met
zijn nagel in zijn ziel te schrijven. Hij zei daarbij dat zijn hart dan
lekkerder zou proeven. Het binnenste van zijn lichaam was hem
niet vreemd (wat vrouwen gek maakte of bijzonder aantrok).
Soms liet hij de afstand varen om zijn zeilen te herstellen. De
meest begerige vrouwen mochten daarbij dan even inschepen,
zoals hij de geslachtsdaad noemde. Daarbij mochten ze geen
enkele naam noemen. Deden ze dat wel, dan zouden ze de rest
van hun leven heel eenzaam blijven. Het was dus stil genieten.
Kortom, als je weer boten uit het niets ziet aanmeren, dan weet
je dat de schipper met zijn glazen hoofd aanwezig is.
In de verte zal zijn kleurig paard al van blijdschap hinniken en
flink van kleur verschieten.

Hommage

Happy Man (Sigmar Polke), 2002, acryl, 100 x 80 cm

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het waarom

Waarom de woede in je ogen?
Heb ik je misschien aan het denken gezet?

Zoiets zou Sigmar Polke (1941-2010) tegen zijn broer Wilfrid (ook
al kunstschilder) gezegd kunnen als hij nog leefde. Hij ging dood
terwijl al het andere doorging. Hogere wezens bevalen dat.
Ooit in Polen geboren werd hij beroemd in Duitsland en de hele
wereld. Heelalkunst.
Wat mij persoonlijk zo aan hem beviel was zijn dubbele bodem
mentaliteit. Alles wat gewoon was werd (even) vreemd door het
in een andere context te plaatsen. Humor en kunst is een gevaar-
lijke combinatie. De meeste kenners zijn humorloos. Zij kunnen
niet relativeren. Mapjes te weinig waarschijnlijk.

Ik heb een lichte voorkeur voor zijn tekeningen. Dat verraad ook de
kern van mijn eigen werk. Tekeningen maak je vanuit je ziel, al het
andere is een ander verhaal, tweede garnituur.
Polke was een tovenaarsleerling en had lak aan de eeuwigheids-
waarde van kunst. Daar was hij te levendig en te lenig voor.
Bovendien is hij nooit in een stroming te vangen geweest. Ook al zo
plezierig! Opvallend was zijn belangstelling voor kitsch. Het verhaal
wil dat hij ergens in de zestiger jaren aan een bloemstilleven werkte,
maar plotseling een Bijbelse stem hoorde die hem beval geen bloe-
men maar flamingo’s te schilderen. Eerst wou hij nog doorschilderen,
maar toen besefte hij dat er geen ontkomen aan was, het was Hem
ernst. Het gevolg was dat Polke jarenlang zogenaamde smakeloze
kitschschilderijen maakte (wel fraaie!).
Zelf geloof ik niets van dat verhaal, het is des kunstenaars om zo
alles rond te praten. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het een
groot genoegen is om van alles te beweren en het publiek vindt het
geweldig.
Ook hier blijkt weer: je moet alleen dat geloven wat je wilt geloven.

Verhoging

Beter kijken, 2013, boek 11, pagina 56

2013_b111_p56_beter kijken_k

Aan de wand

Vergeet je haar niet te kammen voordat je gaat kijken.
Kijk even hoe je gaat kijken. Verspreid een zoet gerucht en breek
de tijd. Daarna heb je veel kans iets terug te krijgen van een werk
aan de muur. Vergeet niet vooraf heen en weer te lopen, zodat je
los komt uit de wereld die je zo goed kent. Stel je daarna zo groot
mogelijk op en zend schoksgewijs je blik richting muur. De hele
wand, nee, de hele ruimte zal gevuld zijn met stilte.
Daarna zal het werk zeggen: gefopt zijn we, kom maar hier, ik
houd toch wel van je.
???
Soms denk ik zo. Soms vind ik zoiets een achterlijke gedachte.
Ik ben zo zwaar bewaakt door mijn eigen held dat ik alleen wat
gesluimerd kan zien. Mijn weke mond laat alle wapens vallen als
ik kunst zie. Mijn voeten staan nooit bang, maar druppelen van
veel vreugde.
SGUARDO PIÚ ATTENDO lees ik duidelijk terwijl ik beter kijk, een
soort Droste effect, recursie ten top. Ik voel me oneindig worden.
De zaal is vol met mijn ikken.
Even de draaikonterij veranderen en dan is alles fataal fractaal.

Denkhoofd

Stil verdriet, 2013, boek 11, pagina 28

2013_b111_p28_stil verdriet_k

Iemand

Het licht valt op haar door de ramen noords naar binnen.
Als zij opstaat is het huis nog leger. Zij zit op haar vaste stoel,
geen krant op tafel. Kranten kauwen alleen slecht nieuws door.
Ze is alleen. Geen volle man die haar vindt.
Ze denkt veel, te veel voor iemand die gevaarlijk is voor zichzelf.
Ze denkt de dingen uit elkaar, zoals ze zelf zegt. Dat is heel ver-
moeiend. Het keert bovendien de mensen van je af.
Ze denkt straten vooruit, slaat iedere hoek om, keert nooit terug.
Ergens in de verte moet de optocht van de toekomst toch liggen.
Ze ziet het niet, er is steeds te veel mist. Haar voetstappen klinken
hol en zinloos.
Haar jongensachtige hoofd wil graag veerkrachtig zijn en langs de
grachten slenteren. Roekeloos doen en de aderblauwe zwervers
laten liggen, niet aanspreken, dat zou mooi zijn.
Zij struikelt over haar eigen opengeklapte koffers. Haar vriend is
niet onderweg. Haar zondagmiddag is niet bezet. Haar innerlijke
broer is op vakantie.
Maar nu ziet ze een steeg. Onzeker kijkt ze in de smalte. Ze wordt
tot werkelijkheid gewekt en ziet een ander. Die wenkt. Ze doet
wat ze anders nooit doet, ze volgt tot haar grote schrik.
Hij neemt traag zijn bril af en zegt: Ik neem je mee!
Ze knikt en denkt dit is de gozer die mij zoekt!
Ik neem je mee en zal je laten zien wat je zoekt – vervolgt de man.
Moet ik daarin dan leven? vraagt ze zacht. Ze durft hem niet aan te
kijken.
De man lacht en zegt: jij misschien, maar ik ben een dichter…
Samen volgen ze de oever waar ze zoveel van houden.
Het tochtje is niet kort, ze zien wel.

Liedje

Squirrel, 2013, bewerkte foto

2013_squirrel_bf

In het bos

Recept: veeg alle roodbruinigheid met een roodbruinige penseel
in je schoot op een leeg bospad, sluit daarbij alle bourgeoisie en
stotter lieve woordjes, sluit alle alledaagse gedachten, verpieter
het groeiende afluisteren, kijk naar je blikveld, lap alles even na
met een zoute spons.
Wat krijg je dan?
In de eerste plaats een warm gevoel. Dierlijk bijna. Bijna, omdat
je mens bent en niet kan weten hoe dieren voelen. Het is dus een
recept voor oude vreugde en daar heb je nooit te veel van. Dat
wordt werkelijk smullen.
Voordat het gaat waaien moet je eerst een liedje zingen.
Een liedje in jezelf over Love Forever. Iedere stijl is daarbij goed.
Daarna hebben de herfststormen geen enkele invloed meer op je
glazen huis. Het zal niet instorten, de spaanders blijven heel.
Nu je toch in deze droom bent, zie je hoe een reusachtige kop
van een eekhoorn in je schoot groeit. Het raakt de weggeraakte
stilte. Diep ritselend mompelt het beestje: je bent mijn huisje…
Ze ontvouwt zich verder zonder zwaar te worden. Zonder enige
kennis vooraf weet je dat deze eekhoorn op zijn minst boven de
85 is. Het zal zijn laatste jaar zijn. Ze voelt het, ze ziet het in de
lieve ogen van het beestje.
Ik wil graag je huisje zijn – zegt ze zacht terug. De eekhoorn
poetst daarop uit verlegenheid en genot haar neus. Samen zitten
ze nog uren in het bos.
Ze hebben geen haast. Er staat geen auto aan de kant te wachten.
In groot belang voor de toekomst laten ze samen het licht stralen.
De natuur lijkt even besluiteloos en zet de tijd maar even stil.

Donkere jas

De schilder, 2013, bewerkte foto

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Bloostijd

Een mens dwaalt wel eens af van het voorgenomen doel.
De kunstenaar niet, die houdt niet zo van gebakken lucht
of woestijnspiegelingen en dat is maar goed ook.
Hij weet wat hij wil, kiest zijn doel, voelt zijn binnen.
Laat zijn borst niet dwalen en spreekt ondertussen boekdelen.
In alle stilte weet hij precies wat hij wil zeggen, maar heeft
niet de tijd om dat te begrijpen. Tenminste niet direct, alles
achteraf als het goed is.
Ondertussen leeft hij in grote onzekerheid.
Misschien had hij iets anders of niets moeten maken. Het leven
passeert het dagelijkse leven en dat is eigenlijk al genoeg.

Terwijl hij voor de honderdste keer zit te staren wordt het hem
ineens duidelijk. Eindelijk!
Deze tekst is geschreven door twee verschillende handen en wel
tegelijk, als een goede pianist.
Hoe kon hij dat steeds over het hoofd zien. Ezels zien meer!
Geen woord te veel, geen spelfouten zelfs. De schrijver was
goed op dreef gekomen, al was het begin vast wel wat moeilijk
geweest. De ontdekking van de tweede hand maakt alles nu veel
begrijpelijker. Vooral als je veel aandacht besteedt aan de
stippen op de i en j. Dubbeltalent, dat lijkt hem wel wat.

Het mooiste ogenblik is grenzeloos, als een constant openbarsten-
de bloem.
In zijn dromen lukt het hem dit gelukspunt te vinden en op te rek-
ken tot het volslagen tijdloze. Bij waken is dit totaal onbereikbaar
helaas. Het ogenblik wordt te snel nagekeken door het rood van de
wangen: de tijd bloost zich een weg.
Dan vindt hij de vorm van een menselijk lichaam ineens ook erg
beperkt en helemaal drie keer niets. Knullig!
Hij laat een biggeltraan in de tuin vallen, waarop de merels vlot,
geïnspireerd gaan zingen.
Vogels hebben ook hun mooie ogenblikken.

Geluid

Bleu Blow, 1997, bewerkte foto1997_bleu blow_ct

Duisternis

Midden in het holst van de nacht had ze haar grensbewaking uit-
geschakeld en ving aan met het vals zingen van een lang en luid
jaaaaa…
Niet de volume maar de hevigheid nam toe, toen haar kooi van
elektriciteit zich ontspande. Ze hield zich daarna zwevend tot ze
een klein piepje in de ruimte werd . Haar stembanden waren zo
verbijsterd dat ze een korte tijd wegbleven. Ze was er stil van.
Stembandloosheid kan rustig klinken. Haar ribben kregen rust.
Door de pleuritische kieren van haar longen woei tenslotte al het
vuil weg. Een bestaan buiten haar vond de weg zonder op te hou-
den te bestaan.
Een junk riep nog om een dealer, rammelde met zijn kettingslot.
Hij zocht liefde, maar of die wel zo graag bij hem naar binnen
wou is maar de vraag.
Ik geloof dat ik over haar droomde, maar helemaal zeker ben ik
daar ook weer niet van.
Misschien kwam ze alleen maar even ter sprake in een bouwvallig
bos. Als zij het was, stond ze aan de rand. Nee, niet ervoor.
Ze stond met haar billen gericht naar het pad ernaast, rookte en
was ergens erg heel kwaad over.
Tenminste als zij het was.
Vagelijk schieten me droomklonten boven, voel dat het over een
soort groot geheim ging wat aan het uitkomen was. Bijna zag ik
het. Wortels trokken woord en beeld steeds weer weg. Geen
knoppen, geen stammen of takken. Laat staan bloesem…
Zonet, toen ik jou zag, dacht ik dat zij het was die daar stond,
maar jij was het.
Je was helemaal niet boos, maar kuste me.
Fijn als er zoveel liefde naar binnen wil.

Slotsom

Herfst, 1997, tekening, A4

1997_herfst_k

Liggende storm

steeds verder weg
is er niets meer
geen ander teken
omringd de natuur

opnieuw was
opnieuw machtiger
de dichte deur
sloot de natuur

de lucht is nu klaar,
het water ontgolfd
de andere overkant
is de andere natuur

onze kwaliteit,
het grote zwijgen,
het leven, is niets
als de natuur herleeft

het halfvolle wijnglas
naast de dove kaars
is uitgeblazen natuur
is geen natuur

de tijd verandert
de slotsom tijd
ik ga maar werken
dat is mijn natuur