Waardig

Schouderklop, 2013, schets 26

2013_DR_schouderklop

De jurk

Bergen kunnen zich vervelen zonder om te zien. Saaie rotswanden
gaan
dan gekke gezichtjes trekken. Even kijken ze blij en meteen daarna
droevig om tenslotte snel af te sluiten met een vies gezicht. Soms
hoor je daarna het berggebulder in de vallei echoën.
Ik heb wel eens tegen een berg gezegd: “gaat het een beetje?” .
Ook wel “Wat is er met je”, maar kreeg nooit antwoord. De berg was
dan ineens erg neutraal of onverschillig.
Zelfs als ik zei: “Wat ben je mooi!” hoorde ik niets. Bergen kunnen
zich blijkbaar goed verzetten.
Uit nood ben ik daarna maar gaan vertellen over een begrafenis,
dat zou de berg vast opbeuren. Ik vertelde over de begrafenis van
een oudoom.
Ik wist niet zo goed wat ik aan moest trekken en ging uiteindelijk
in een stemming jurkje, door ons oma samengesteld uit haar flodder-
voddenbaal.
Ik voelde me tevreden over het resultaat.
Ondertussen trok ik mijn totaalgezicht, omdat ik wist dat dat zo hoort
bij een begrafenis. Een lange rij in zwart geklede mensen gaf klamme
handjes. Men mompelde daarbij snel, afgeraffeld en onverstaanbaar,
tot slot hun naam.
Soms voelde ik zo’n hand op mijn schouder, als een soort troostend
klopje. Deftige dames zakten heel kort aandoenlijk door de knieën.
Blijkbaar hield iedereen mij voor het verloren kleinkind.

Later hoorde ik via via, nooit gaat iets rechtstreeks in de familie, dat ik
me niet waardig genoeg had gedragen en dat mijn jurk ongepast was.
Volgende keer blijf ik mooi thuis.

Leven

De val, 2014, computertekening

2014_de val_ctk

Na de droom

Zij droomde dat ze begon te ontkiemen als een rijpe sojaboon.
Het geluid van de donkere wolken klonk ver weg, als een diepe
zucht. Zij was ergens nergens.
Als sterren steeds oplichten en weer uitdoven weet je dat je in
droomland bent. Uit iedere uithoek roepen ze je naam.
Maar zoals dat in dromen gaat: er is vaak geen enkele samenhang.
Wat moet je met een mens met twee gezichten en drie messen?
Een dode ziel spookt zomaar in het lijk van een ander.
Je IQ daalt per seconde en de fonkelfee houdt de nachtmerrie
mooi in de lucht. In die rottige nacht is je hele toekomst ineens
weg, er is nergens meer liefde. De eenzaamheid wil de baas spelen
en doet. Dan wordt het tijd om in te grijpen! Je laat je vallen om
ergens anders weer te landen.
Pak je grauwste sluier en maak de droommacht onmachtig!
Leve je onsterfelijk gevoel voor zelfrespect.

Gister was je nog een boekenwurm, vandaag ben je het ruige
meisje wat iedereen wil. En morgen, morgen ben je verandert
in een filosofe en is het leven weer helemaal fris.
Hoe echt kan het leven zijn?
Weg met het vergeten! Weg met het verscheuren!
En vooral weg met de angst. Nooit meer piepen.
Zing een krachtig Coca-Cola-lied voor roestige spijkers.
Denk aan iets leuks, maak het innerlijk.
Daar knap je van op.

Vera

Kunstkus, 2013, bewerkte foto

2013_kunstkus_bf

Horizon

In wezen maken we vaak een portret van ons verlangen.
Het gemiste krijgt zo even zijn vast beeld. Er verschijnt iets wat
we willen zien.
Soms zien we een denkbeeldig einde van de wereld: de horizon.
We lopen er op af voor een groet of een vraag.
We staan stil bij een toekomstig einde en wie weet is er echt meer
tussen hemel en aarde en zijn het de vrije vogels die ons alvast
begroeten. Is die zekere grauwe grijsheid rondom een zekere rest-
waarde van alle onduidelijkheden?
Eh?
Hier heerst een verwaaide mist met veel vermoeden.
Vroeger was het toegestaan schimmen te zien. Meestal waren het
kleine witte vrouwtjes. Vaak wakend bij bronnen. Waarschijnlijk
waren het oude wezens die dolend terugkeerden op aarde.
Hier, op de tentoonstelling verstuiven, de tekens. Een horizon
verdwijnt tenslotte totaal, weggelekt als de ondergaande zon,
door een toeschouwer weggekust.

Ik loop alleen terug naar Veronica en droog na een bad mijn zilte,
natte kop.
Op de handdoek verschijnt een afdruk van mijn gelaat.
Veronica = vera icon = het ware beeld en dat ben ik.

Orakel

Leegte, 2014, computertekening

2014_leegte_ct

Onze vrijheid

Onze maatschappij lijkt op een punt gekomen waarop de obsessie
voor inspraak en vrijheid zowel het individu als de maatschappij
veel schade toebrengt. Het zal wel postmodern zijn, deze totale
onderwerping aan de reproductie van het bestaande. Het allesbe-
heersende non-motief van onze maatschappij loopt zijn gelopen race.
Het lijkt erop dat onze vrijheid een beklemming is geworden.
Traditionele genres en stijlen beheersen ieder moment. Iedere marginale
afwijking wordt gelijk bestraft. Van de bijbehorende premissen heeft
men nooit gehoord.
Laatst hoorde ik iemand hier over zeggen:
Onze bodem is nat, duidelijk nat, je kunt het zien aan de begroeiing.
De mensen hebben de vorm gekregen van een goudknots, met armen
van slangenwortel, haar van hoornkruid, geslacht van waterpest. Ze
spreken min of meer bokkenbaards met een ruwe plantentong.
Als dat de nieuwe vrijheid is ruil ik die meteen weer in voor die van de
jaren zeventig, toen we ons nog in stromen geil mochten uiten.
Dat stelde misschien ook niets voor maar voelde beter. Je kon er goed
op zweven. Geen wurgende beklemming.
Nu kiest men voor eigen onvrijheid en zgn. controle.
Men wijst daarbij het liefst naar een ander. Heel vrijpostig.

Schimmen

Handberg, 2008. tekening, A4

2008_handberg_k

De dichter leeft dichter (opnieuw)

wat ook maar leeft is helder
de duisternis laat schimmen dolen
een dichter denkt niet, voelt

pendelend tussen mens en schimmen
één met al zijn scheppingsdrift
verheft de taal hem o zo hoog
de sleutel is snel omgedraaid
en beschermd een handvol kleur
dat moet genoeg zijn

wat je ook maar dicht is helder
het hele jaar wordt niets gesnoeid
een dichter denkt niet, doet

sterren spatten wit en geel gemengd
de mooiste bloemen ruiken sierlijk schoon
mijn kippenvel verandert in schubben
mijn neus is te koud voor eeuwig leven
zelf in de brander voel ik geen warmte meer
hoe dikwijls ik ook in het vuurtje por

wat je soms in je vingers voelt
is niets meer dan verbrand houtskool

een dichter is soms iets, is soms alles

Wendbaar

Some Day, 2001, schets

2001_some day_k

Het lege midden

Ongekende schoonheid zie je niet.
Soms als je je ogen, je oren en je hart opent ervaar je iets in
die richting. Als vrije kunstenaar verwerk ik de vluchtige wereld.
Ik zoek naar de ziel der dingen met een groot oog voor het ter
loopse toeval.
Dan bereikt ik soms heel eventjes de korte troost. Dan loopt de
drijfveer met de bestemming mee. Het is een patroon van wend-
baarheid (bestaande uit vele meanders). En dan, als de schets van
gedachten zich hecht aan zijn drager, dan bestaat het vastgelegde
moment tot de vernietiging volgt.

Bovenstaande schreef ik in een prelude voor het boek Tekentapijt
wat ik rond 2005 samenstelde.
Op een vel of doek kan alles gebeuren, zou ik nu schrijven. Als je
voorbij het lege midden bent ben je al een heel eind.
Wat ook mooi is, is dat altijd na de herinnering de tijd van nu komt.
Nadat je je gedachten hebt gekorfd, doet je losse pols de rest.
Je bent even tijdelijk elders.

Afgebroken tijd

Open deur, 2011, voorstudie

2011_open deur_schets_k

Andere ruimte

De ruimte had een vaal en groezelig geel licht gekregen. Het voelde
wat overdreven die slappe, gelige kleur. Bovendien werd ruimte tus-
sen de dingen daardoor groter en klonken de geluiden gescheiden
op de één of andere manier. Alles wat je hoorde hield abrupt op
omdat ondertussen de tijd werd afgebroken.
Toen kwamen zij en alles werd warmer, terwijl de hitte zelf koud leek.
Ik stond op een kier afstand, in de andere kamer, en zag hun hoop-
volle houding. Terwijl zij zo aanwezig schreeuwden, had ik mij meer
als bloemblaadjes in de kelk gesloten en trok me terug in verreweg
de verste hoek.
In de ontstane compositie van de ruimte kwam een ander verband
dan iets als platte vlakken. Je zag dat de felle kleuren alles braken.
Daarna deed ik de vensterluiken dicht en was de rust weer gekeerd.
Een grijnslach verdween en droogde op als het levenloze slijm van
een naaktslak. Het glinsterende snot van het subject stelde niks voor.

Geen hoogte

Beschaafd, 2014, bewerkte foto

2014_beschaafd_bf

Afdruk

Er was iets met hem. Je zag dat hij iets verloren had.
Het werd voor het eerst zichtbaar bij de lijn van zijn kaak.
Zijn kaak reikte verder dan ooit. Iedereen zag het, hij niet.
Als je het zou zeggen zou hij daar niets mee kunnen. Hij zou
verstrooid en glazig kijken, iets warrigs zeggen als: als je
horloge maar tikt onder de mouw van je jasje.
Je kreeg nooit echt antwoord of hoogte van hem. Hij was te
beschaafd.

Nu ik naar al mijn herinneringen zoek weet ik dat alles eigenlijk
vreemd is. Zeker achteraf. Pas in het donker krijgen ze kleur, dan
word ik niet meer afgeleid. Alle herinneringen worden dan ook
losser, alsof ik ze tijdelijk droom.
Misschien is dat ook wel zo. Of ik wil het zo.
Hoe dan ook, als ik me iets moois herinner dan zijn mijn stappen
zo licht dat ze nauwelijks een afdruk maken. Net genoeg om een
spoor achter te laten. Altijd met de zon mee.
Dan is alles zo mooi. Dan liggen de  schaduwen als splinters tussen
je tenen. Je zou er over kunnen struikelen als je niet oppast.
En nu draai ik me om zonder verder te kijken, zonder verder te
weten.

Doof hoofd

Blinde vlek, 2014, computertekening

2014_blinde vlek_ct

Weerspiegeling

Soms ben een woord, dan ben ik buitenissig.
Dan doop ik mijn dove hoofd in mijn buik en stoot mij uit. Het gat
wat daardoor ontstaat is als een lichtvlek in de ruimte. Een vlek die
alles zegt waaruit ik ben geboren. Tja, en dan zit je met een aan-
dachtig gezicht te kijken naar de vlechten van mijn wierook, dat
snap ik. Kijk, als dichter dring ik graag door tot de aarde.
Tot in de binnenstad van een salon ben ik meer dan een vol café,
waar het kaarsvet vol langs de tafel druipt.
In mijn onderaardse jaaggangen ben ik zeker buitenissig. Als mijn
besuikerde ezel als een tijdelijke maagd stil en stoer staat te staren,
dan ben ik het woord.
De lome oren luisteren graag naar mijn orakel gekakel. Zelfs de
betraande bomen van buiten wiebelen zachtjes mee. Ze herkennen
mijn wilde natuur.
Soms ben ik een woord, dan ben ik de navelbodem van de beeldenaar.
Verder rammel ik graag wat aan de zakken van de lasthebbers.

Wangblos

Slaap, 2014, computertekening2014_slaap_ct

Over slaap

grenzeloos
mooiste ogenblik
jij, constant
openbarstende bloem
jij, volslagen
tijdloze droom
het roodste rood
van je wangen
kijkt alles na
bloost zich een weg
jij, mens en lijf
bent ineens beperkt
en helemaal niets
hoe knullig
is je nieuwste vorm
een biggentraan
troost de tuin
vogels gaan zingen
zij hebben hun
mooie ogenblikken