Bruin

Bijna verloren profiel, 2014, bewerkte foto

2014_bijna verloren profiel_bfk

De plek

Het gaat haar zelden om de plek, veel vaker om het uitzicht.
Ze kan zich buiten de lijst van het landschap begeven zonder eerst
iets nieuw te hebben. Door gewoon in haar eigen wereld te blijven
is dat niet zo moeilijk. Haar wereld is haar alles.
Die veelkleurigheid vervreemdt het vertrouwde. Ze slaat bruinig
uit, wordt een soort aardbruine bastvrouw.
Zij slaat haar platte ogen neer en ziet alleen inwendig. Als zij wil
dan kan zij hem zomaar….
Maar zij wil helemaal niet, zij kan niets met de lekkende vlammen
van zijn open haard. Het spattende geknetter irriteert haar buiten-
gewoon. Liever hoort ze het dichtbije, krakende bos.
Haar kalmte onderdrukt haar woede.
Pas toen zij het pullengroen van woede begon te ruiken deed ze de
deur totaal op slot en was ze voor niemand meer thuis.
Zij liet iedereen woelen en glibberen.
Zij is de laat-maar-basten-vrouw.

Onmondig

Blue Monday, 2014, computertekening

2014_blue monday_ctk

Het spookt

De kamer wasemde een kalme stank uit. Het was valse vrijdag.
Hier woonden ooit onvriendelijk mensen, die nooit hun handen was-
ten. Ze lieten alle slaapkorrels in de ogen als knusse huiskrullen na.
Zij hadden niet genoeg aan een kaal, helder oog. Zo heeft ieder
zijn eigen gewoonten blijkt maar weer.
Soms kwam de vergetelheid met een veeg om de hoek. Dan was
dat schrikken. Er werd dan wat vlezige vuiligheid gesnoept om
daarna net zo snel weer te verdwijnen als men gekomen was.
Deze kamer zit nog steeds vol hedendaags verleden. Vooral in het
zogenaamde zwarte gat, daar kan je volop baden in gister.
Het lachende masker druipt zich rot en stroopt je gezicht af als je
niet genoeg in het heden blijft. Pas op voor koudvuur in deze rare
ruimte. Het maakt je zomaar tot iets wat nog het meest op een
fluisterend kadaver lijkt.
Al deze dingen moet je maar vergeten, ook de laatste beelden.
Voorbij het zwarte gat begint de verblindende vrijheid, die al het
donker aan stukken slaat. Dan kan je mooi op de maan dansen,
terwijl anderen je misschien Amerikaans kauwend gadeslaan.
Met de totale glimlach van nieuwe zekerheden kunnen deze on-
mondigen niets, hun armen gaan er ontevreden, slap van hangen.

Vader

Rollende tijd, 2008, boek 82 (Rode kaars)

2008rk82_rollende_tijd_k

Gestreeld, gekrast (over Vader)

Hij vindt een weg in zijn oude woorden. Op zich knap.
Als het er van komt laat me het dan ook zeggen, is zijn idee.
Laat me dat zeggen en antwoord dan niet. Vooral stil blijven.
Pas als ik over je haar strijk, en niet vraag wat je nu voelt,
kan je voelen wat je wilt en dan is het ook zo.
Dan pas laat je de momenten van oude bekenden los. Dan kan
het feest beginnen. Het feest van het mierzoete vocht, dat echt
geen water heet.
Als je weg bent van woorden is de vrijheid op zijn grootst. Zeg
dan niet dat er niets is of dat je je alleen voelt. Die weg leidt tot
een somber dal. Je bent niet alleen als je mij ziet.
En als ik dan nogmaals over je haar strijk, voel je dan mijn koele
hand op je hete voorhoofd?
Kom laten we naar buiten gaan. De herfst krast de bomen. Het is
wild wandelweer. Buiten zal je bekoelen. Ik zal je niet alleen laten.
Buiten zullen we bladeren vangen in het feest van de wind.
Het is ook feest omdat ik je niet raar vind. Nooit!
Ik zal een foto van je maken en er later na kijken als je er niet
meer bent, oude man, oude vader.

Honger

Verkleefd figuur, 2010, tekening, a4

2010_verkleefd figuur

Egovriend

Ik weet niet waar mijn huis en tafel volgend jaar staat om deze tijd.
En dat is maar goed ook, zo blijft het leven vol verrassing zitten en
kraait de haan niet naar zijn doos vol treurnis.
Liever laat ik de wakkere knuppel waaien in het hoenderhok.
Het dak en de muren stromen vanzelf een keertje weg om ergens
anders weer met veel beringde handen iets nieuws op te bouwen.
Soms wordt ik in mijn oude ik opgeblazen wakker uit een droom van
de laatste zware loodsen. Ik tril dan nog een kwartiertje na en dan
weet ik niets meer van die dromen, dan doe ik.
Ik herinner mij de liefde, de getekende gevechten, de eenzaamheid.
Het is verleden, sissende bloemen gingen groeien. Op mijn bevel
reed ik verder. Ik jaag naar nieuwe letters voor mijn verhaal. Doop
me in vrije muziek. Overal stroomt mijn oog. Laat nu de lavendel
maar geuren!
Ik zal de kracht van water en aarde zo goed mogelijk doorstaan.
Voor aangeschoten wieken is nu geen plaats.
Luister: ik heb honger!
Hier gaat tenslotte om: eten om niet gegeten worden.

Stilstaan

Jelita, 2010, schets

2010_jelita_schets

Binnenkant

In het zevende jaar van haar lot had haar lichaam zich eindelijk
aangepast aan haar beslissing niet langer te schrikken. Vooral niet
midden in de nacht. Weg met die ongewenste stuiptrekkingen!
Meteen kreeg ze meer inzicht in haar eigen binnenkant. De rust
kwam terug.
Vroeger waren haar springaders altijd vol en doorzichtig rood. Ze
rilde constant als een nerveuze dagvlinder. Veel te veel last van
gemene reïncarnaties. Aan de weerskanten van haar wervelkolom
was het steeds hommeles. Ze raakte er moe en uitgeput van, had
het gevoel dat een ander haar leven leidde.
Een ander had haar sluipend veroverd en haar een nieuw geluid ge-
geven. Heel naar. Hoe ze zich ook binnenstebuiten keerde, ze bleef
raar doen en schrikken. Soms leek het zelfs dat die ander haar ge-
zicht half had weggevreten. Haar lijfwater was verkeerd ververst.
Diep in haar buik kon je het horen borrelen en zingen.
En hoe had ze die plaagkwaal onder de duim gekregen zul je je af-
vragen. Dat was eigenlijk vrij simpel: nadat zij alle bescherming en
veiligheid had opgegeven maakte ze haar rechter wijsvinger nat en
stak de nattigheid vervolgens in de zoutpot en proefde voorzichtig.
De smaak was zeer gerijpt en had tot gevolg dat ze twee maanden
niet kon eten.
Opvolgend was de kwaal over.
Soms moet je letterlijk stilstaan.

Klont

Algenman, 2006, bewerkte foto

2006_algenman_bf

Donker type

gal verpest
de schoonheid van een man
blijkbaar woordeloos geboren
je hoort niets

maar ik zie die zwarte klont
donkere ijle stemmen
vermoeden zwanenzang
engelen trekken weg

groen verraadt
zijn zang en drang
blijkbaar geluidloos
je hoort niets

alg vergroent
de huid, bijna wit
op de hemelrand
trekken engelen

het is stil
je hoort niets

dat kan

Duw

Op zoek, 2014, bewerkte foto

2014_op zoek_bf

Op zoek naar de hemelduw

Zoals een hert door zijn schutkleur het hout kan rekken, zoals een
havik de lucht vervangen, zo zag ik een grijze wolk zich verplaatsen
in een engel. Een sluwe schaduw blies het in die vorm.
Als dat geen poëzie is, dan moet ik aandachtig en spoedig  met de
dichter spreken. Dan eet die dichter tijdelijk zijn eigen vlees.
Waarschijnlijk spreekt hier het weerloze kind in mij. Zijn getekende
kreten verlaten mij niet stil. Het zijn meer roffels van revolvers.
Het maakt mij achteraf mild, het kind verweekt je geest.
Spotvrij zitten we stil op de rand van het bed en vergelijken de
wil met de wens. Altijd een leuk spelletje. Doe daar de wellust en
de helderheid bij, plus het licht van de menselijke stilte en je
hebt zo een volledig leven te pakken.
Maar goed, een hemelduw, zelfs al is die grauw en grijs, is altijd
iets moois om te zien. Het is alsof wijsheid en schijn even samen
smelten.
Eenmaal, meegaand, boven de zee gekomen, zien we hoe de vrede
de kudde voort graast.
Zie je wel, de wereld is goed.

Gedachten

Nachtwerk, 2014, bewerkte foto

2014_nachtwerk_bf

Houvast van een nachtmens

In het begin was er weinig werkelijkheid, weinig houvast.
Het leek steeds minder en minder te worden. Mooi gezegd was het
geel de verte aan het opvreten en het verre blauw greep de echo.
Hoe krijg je dat weer goed?
Alle natte gifsporen moeten uitgewist worden, anders zal alle ver-
beelding verdwijnen.
Zulke uitgebleekte gedachten kan je tegen het vallen van de avond
hebben. Dat mag dan, de lichtdag is voorbij, de maangladde tuinen
zullen spoedig verschijnen. Het is een begin en eind tegelijk.
De zon treedt uit zijn licht, sneuvelt in het zwart. Het donker is mijn
zon en mijn uil, dan word ik pas echt. Tenminste dan komt mijn ik
dichtbij en voel ik me blij. Ik ben werkelijk blij met iedere nacht.
De nacht is onverdraaglijk mooi en tegen alle regels van de kleuren
in. iedere schim wordt in mijn beleving goed uitgelicht.
Ik spreek als een man, zing als een manlijk mens. Mijn ritme en rust
ontwaken en varen over alle meander-rivieren. Waar anderen dood
gaan in de nacht kom ik tot leven. Mijn blinkende, donkere woud
wortelt woest verder als mijn handen open gaan en doen.
Pas als de frisse morgen het nieuwe licht kust ga ik slapen, dan pas
zijn mijn lekkende vlammen gedoofd.

Stap

Uittreding, 2013, tekening, A4

2013_uittreding

Weg

stop maar even
nu
vergeef me
dat ik dat vraag
hou toch op
stop
ik vraag het je
als vriend
als denkbare vriend
je moet stoppen
en wel nu

stop jij maar even
en nu
je leegde mijn stad
hou toch op
stop zelf
vergeten vrouw
als twee vezels
hang je als gebladerte
aan mijn dode hand
dat moet niet
stop

de plant in mij
zegt dat

Inspi

Wonderbaarlijk niets, 2013, schets

2013_wonderbaarlijk niets_schets

Nieuwe kansen

Stel je voor dat je werk gewoon een lange reeks van zwarte woorden
is. Plotseling staat daar een woord rood gedrukt. Er is iets zo subtiel
gewijzigd dat je het eerst niet eens ziet.
Alles neemt een vreemde wending, je voelt bij jezelf een rare inner-
lijke verandering. Vanaf dat moment ben je vervreemd van je ik.
Op dat moment is alles mogelijk, je geest is los (al moet je wel op-
passen dat die geest geen kolossale stok vindt om je op je kop te slaan).
Met die vrijheid verschijnen de woorden als dieren met boodschappen
of misschien als keien in je schoenen. Alles blijft, niets gaat verloren.
Je steelt gewoon bagage uit het alledaagse. Er is immers genoeg.
Misschien zie je daarnaast nog wat schimmen. Ook welkom, net als
onmogelijke vouwen in lakens.
Kortom: de trillende lucht van je fantasie toont iets goddelijks wat
je goed kan gebruiken.
Anderen noemen dit inspiratie of inspi (afhangend van hun leeftijd).
Daar ligt dus het geheim. Gewoon wat bordjes verhangen en jezelf
openen. De nieuwe kansen komen dan vanzelf omdat het toegestaan
is.
Beweeg je tong in de mond, de woorden liggen allang klaar.