Maria

Madonna, 2013, onderzoek

2013_madonna_onderzoek

De inwendige vrouw

Volgens de legende was het ooit in december begonnen. Op een
avond. Zij was thuis gekomen, hing haar jas op, zette haar tas
neer en zei opgewonden: Het regent!
Dat was vreemd, want haar man had geen druppel zien vallen. Hij
keek haar dus onderzoekend aan.
Toen vervolgde zij: Het regent in mij!!
Hoe vreemd kan je eigen vrouw in eigen huis ineens zijn!
Toen nodigde zij hem uit om zijn oor tegen haar buik te leggen en
ja hoor hij hoorde duidelijk het geluid van een milde, kleine regenbui.
Hij vermoedde zelfs een mini regenboogje.
Vertel eens, hoe is dat dan gebeurd? vroeg hij nieuwsgierig.
Ik zag een verkocht schilderij op een expositie. Het hing er zo ver-
laten bij dat ik van binnen moest huilen – zei zij – ik had duidelijk
het gevoel dat dat schilderij niet met zijn koper meewilde. Toen ik
die tranen voelde kon ik niet meer ophouden en nu regent het nog
steeds van binnen.
Je bent waarschijnlijk aan het overstromen – zei haar wijze man
rustig.
Ze besloten beide maar om het te negeren, het leek ongevaarlijk.
Het zou tenslotte vanzelf wel weer overgaan.
Dat was achteraf te licht gedacht, want binnen een maand braken
haar vliezen uit zichzelf.
Hij zag het gebeuren en sloot zijn ogen en liet zijn hoofd op haar
buik rusten. Haar innerlijke zee was eindelijk kalm geworden.
Toen brak er een heftig onweer los.
Hij liep naar het raam en zag vreemd genoeg een felle zon.
Pas op dat moment merkte hij dat er een kindje was geboren.

Regen

Husky, 2013, schets

2013_husky_schets_k

Geen gezicht

Achter de smalle glaasjes van het kacheltje gloeide niets meer. Het
duister was behoedzaam de kamer binnengegleden. Het maakte de
donkere vlekken iedere minuut nog groter. Daarna nam het zwart
van de nacht alles over. Hij voelde zich wat somber.
Het liefst klaagt hij. Toegegeven.
Iets blaft altijd in zijn oor. Een ander hoort het niet, hij wel. Het is
een acht, jankerig husky geluid.
Zacht regent het. Het is net niet snertweer.
Hij denkt om zichzelf te troosten: wat kan een werkwoord veel!
Daar kan hij rustig de hele dag verder over fantaseren.
Ook vraagt hij zich af hoe mist in regen kon veranderen.
Het precieze aanvangspunt is hem onbekend. Hij kan alleen zeggen
dat er eerst iets blauwachtigs is, een streling van vochtige puntjes,
die daarna misschien zichzelf met schitterende puntjes uitzaait.
Na zo’n uitkomst staat zijn mond gelijk in een tevreden glimlach.
Het voelt als een voorspelbare, noodzakelijke punt achter iedere zin
die af is.
Zoiets.
Het blijft regenen overigens.
Gelukkig is de regen zacht.

Vrijdag

Verlichting, 2013, schets

2013_verlichting_schets

Haar kant

Zij maakt ruimte voor kanttekeningen. Meestal op vrijdag dan is het
opvolgend weekend wat ruimer.
Mag ik even – zegt zij dan tegen zichzelf en doet al.
Wat fijn dat je zo mooi orakelt – vervolgt haar tweede ik.
Zij kan inderdaad goed, onthutsend goed, de cultuur generaliseren.
Dat gaat van heb ik jou daar. Alles moet op de kop en anders in
haar visie. Zij besluit alleen maar stralende dingen te doen. Men heeft
haar maar te volgen. De zon en de maan hebben het al voorspeld. Het
kunstje hoeft alleen nog maar worden uitgevoerd. Gewoon doen dus,
anders zwaait er wat.
Vrijdagse woorden worden werkelijk. Het is een feest. Een avontuur.
Ga maar, ga maar – zweeft zij verder voort.
Val haar niet halsstarrig lastig met papieren salon-retorica.
Zij negeert overigens alle strijkorkesten op de achtergrond. Nee, dan
heeft zij liever een juichende iris.
Haar wereld cirkelt constant en wij bewoners vinden en beleven dat.
Op haar aanwijzing dan.
Waarvoor onze eeuwige dank Grote Wijsvrouw!

Gat

Double Vision, 2004, bewerkte foto

2004_double vision_bfk

Nieuwe plek

Dat is het leuke van een nieuwe situatie, je kan er zo heerlijk over
filosoferen. Zo rijmde ik op de wimpers van de dag deze vertelling:

ik zou stevig gezogen zijn
als ik niet stevig vastgehouden werd
nu, zoveel jaren later
ben ik hier en is daar daar gebleven
het is de duizeling die mij verder bracht
naar nieuwe leegte en vervulling

Wat is die leegte dan? Een nog niet opgevuld gat?
Kijk, vroeger kwam de betekenis der dingen natuurlijk van boven.
Nu moeten we in eigen beheer eigen wegen gaan zoeken.
Waarschijnlijk gaat het nog steeds om hetzelfde: de leegte is een
groot, godvormig gat. Daarom is er ooit bedacht in de taal van ouds
dat de mens geschapen is naar het beeld van god.
Tegenwoordig is dat allang anders, nu is de mens de maat der dingen.
Is dat erg?
Natuurlijk niet, het is goed voor de schrijvers en dichters. Als
andere goede moeders ruimen ze de wereld op met hun vage
verklaringen. Desnoods door te zeggen dat niet alles verklaar-
baar is. Ze troosten de ontstane pijn, die wordt geleden en ver-
zoenen middels het zorgvuldig formuleren nieuwe wijsheden.
Elk effect is toegestaan, lijken ze wel te denken (waarschijnlijk
komt dat uit het boek Dwaalgasten).
Ik zou verder vrijrijmen:

dan worden de tanden ontbloot
daar waar de lucht massief en heet is
kijk, als telefoonverbindingen worden verbroken
kleedt men zich uit en verkoelt de huid
de geschiedenis moet zich even herhalen

In de nieuwe ruimte voeg ik toe: zelfs een oordeel biedt geen
oplossing.
Het is iets om later over na te denken.
Gaan we later doen.

Stil

Gluurster, 2014, computertekening

2014_gluurster_ctk

De thuisbioscoop

Haar beroep is stilzwijgen. Wel zo handig op deze plaats.
Maar er komt een dag dat zij de wereld zal verstillen. Als men haar
echt ontdekt, dat doodgewone wicht van de straat, dan zal alles in
een brede omgeving gaan veranderen. Wie weet wordt men blind.
Voorlopig ziet het er niet naar uit.
Zij geeft zich niet. Wij mogen/moeten raden.
Alleen zij weet van haar gave: zij heeft een diep troostende hand.
Niet dat zij er iets mee doet. Het is haar bezit.
Wat doe je met zo’n stille meid?
Die geef je een zaklantaarn in de vorm van een gloeiende roos.
Daar zal zij vast blij mee zijn. Denk ik.
Ondertussen zou zij het als nachtdier goed kunnen gebruiken, dat
is zeker. De nacht is mooi en geeft bij belichting veel geheim bloot.
Wie weet struikelt zij niet langer meer over de liefdespaartjes in de
thuisbioscoop. Bij goed zicht stapt zij er gewoon overheen. Zij is de
navigator van de nacht.
Ver weg van die dromers uit het publiek zoekt zij haar eigen lege plek
en houdt haar handen thuis. Een lichtstraal van de operateur zou haar
stoffelijkheid kunnen verschroeien.
Er komen nog meer bezoekers, denkbeeldig scheurt ze de lege kaartjes zwijgend af.
Haar beroep is stilzwijgen. Troostend stilzwijgen.

 

Hommeles

Beheerst boos, 2014, bewerkte foto

2014_beheerst boos_bf

Binnenkant

In het zevende jaar van haar lot had haar lichaam zich eindelijk
aangepast aan haar beslissing niet langer boos te zijn. Vooral niet
midden in de nacht. Weg met het ongewenste!
Meteen kreeg ze meer inzicht in haar eigen binnenkant.
Mooi meegenomen.
Vroeger waren haar springaders altijd vol en doorzichtig rood. Ze
trilde constant als een nerveuze dagvlinder. Veel te veel last van
gemene reïncarnaties. Aan de weerskanten van haar wervelkolom
was het steeds hommeles. Ze raakte er moe en uitgeput van, had
het gevoel dat een ander haar leven leidde. Een ander had haar
sluipend veroverd en haar een nieuw geluid gegeven. Heel naar.
Hoe ze zich ook binnenstebuiten keerde, ze bleef raar doen en bleef
boos. Soms leek het zelfs dat die ander haar gezicht half had weg-
gevreten. Haar lijfwater was verkeerd ververst. Diep in haar buik
kon je het horen borrelen en zingen.
En hoe had ze haar plaagkwaal onder de duim gekregen zul je je
afvragen. Dat was eigenlijk vrij simpel: nadat zij alle bescherming
en veiligheid had opgegeven maakte ze haar rechter wijsvinger nat
en stak de nattigheid vervolgens in de zoutpot en proefde voorzichtig.
De smaak was zeer gerijpt, zuiver en had tot gevolg dat ze twee
maanden niet kon eten.
Opvolgend was de kwaal over.
Soms moet je letterlijk even stilstaan.

Attractie

Blaaskaak, 2007, boek 96: Young Blood

2007_YB_96_blaaskaak_k

Toeteraar

Hij was een echte snoever, een protserige, grootsprakerige, opschep-
perige pochhans. Iets waar ik niets mee heb. Helemaal niets. Er is
al genoeg gebakken lucht rondom.
Kijk daar staat hij weer te toeteren en waar gaat het over?
Hij beweerde dat hij een attractie was. Attractie? Ja, hij was een
machine die in de ogen van mensen kon kijken. Hij had oren die
konden horen en spreken deed hij met de mond. Geweldige jongen
dus. Niemand wou geloven dat hij een machine was.
Het is ook moeilijk onderscheid te maken tussen geluid en beweging.
De menselijke waarnemingen schieten te kort. We geloven onszelf
dan krijg je een resonantie verhouding. Die vervlechting van alles en
nog wat is te veel voor het brein. We zoeken liever de eenvoudige
trilling of de getransformeerde beweging. Niet te veel opwinding.
Door zijn gespiegel en gebrul raakten diverse mensen in de war.
Tegen die rondrazende beweging, die enorme kracht waren ze niet
bestand. Te teer.
Ze raakten snel uitgeput. Hij niet. Hij ging door, anders zou hij on-
geloofwaardig worden. Het was nu eenmaal zijn manlijke manier
van voortbewegen.
Anderen, de niet tedere, vonden het overhaaste kamermuziek of
en rare manie. Dat vond hij een gevaarlijke gedachte, alle aspecten
van het zielenleven werden op die manier overprikkeld en dat was
alleen voor de machine weggelegd.
Een voorbeeld van egoïstisch moralisme kortom.

Eenzaamheid

Het lezen, 2008, boek 98: I Box

2008_Ibox_het_lezen_98k

Handelen

We leven in een rare tijd: ieder voor zich en apparatuur voor ons
allen. De verdrijving van het spook is geslaagd, men heeft het
kleed afgedaan en toen verdween het iets in niets.
En wat kregen we er voor terug? Verbitterde klachten over de
voortschrijdende individualisering. De conservatieve hoek klaagt
steen en been: er zou een onbeheersbaar moreel verval heersen.
We zouden door ons eigen ratenstructuur vallen. We zouden daar-
door allemaal eenzaam worden.
Eenzaamheid zit alleen maar in het hoofd, zou hij daarop zeggen.
Eenzaamheid is een massaverschijnsel geworden door te veel
materiële communicatie. Het onzinnig lezen is de vijand van het
echte kijken geworden. Wat dat betreft is de dierenwereld verder.
Die weten van nature wat echt en onecht is. Om meer mens te
worden moet je dus meer dier worden vond hij.
Vroeger dachten ze nog dat de televisie het gezin kon vervangen,
maar met de schimmen van de tv-artiesten is dat onmogelijk ge-
bleken, het was een leeg orkest.

Dit alles is natuurlijk taal van de grote duim, maar er zit wel wat in.
Er zijn mensen die de politie bellen omdat ze iemand in huis horen
lopen. Later blijkt dat ze eigenlijk snel bang zijn omdat ze niemand
hebben of kennen, geen familie, echtgenoot of vriend.
Mensen worden snel verlamd door te veel aan keuzen. Ze kunnen
zich niet meer ontspannen.
Hieraan moest ik denken door een uitspraak van een documentaire
filmer Frederick Wiseman, de vader van de Cinéma Vérité. Hij steld
vast: De interessantste dingen worden gezegd als de camera stopt.

Studie

Internet voyeur, 2010, boek 100: Lange schaduw

2010_b100lange schaduw-28-1_internet voyeur_k

Ogentroost

de eerste uren worden de late
niet laatste
zijn geduld reikt verder
in de vroege ochtend is hij jonger
voetstappen vooruit
sluiproutes herkennen de stad
hij zwerft door een reusachtig gebouw
doodlopende straten vallen samen
wensen worden vervuld
hij geniet loepzuiver

de eerste uren worden de late
niet laatste
zijn gulzigheid
kent geen grenzen
de kakofonie van woord en beeld
kakelen voorwaarts
bevlekken zijn netvlies
hopelijk sleept de nacht
boven zijn macht
hij vangt het ongeziene

alles is studie

Schuld

Pick Your King, 1981-2014, bewerkte foto

1981_2014_pick your king_bf

Schuld

Stel je voor dat je in een sprookje opgroeit. Van hoe er iemand
was die het belangrijkste was. Iemand die voor je zorgde en jouw
schulden op zich nam. Je zou eeuwig geluk hebben en je geen
enkele zorg maken over je laatste toekomst.
Stel je voor dat je dat zou doen, dan was je gelovig. Je zou er niet
op kunnen komen dat het een leugen was, dat sprookje. Je zou
daarvoor beslist gestraft worden. Die iemand was niet gek. Het
geloof houdt niet van neezeggers. De hoofdman wijst alleen af, je
moet hem volgen.
Hij had er last van, het symbolische denken was bij hem binnen
geslopen en wilde niet meer weg. Bij elke uitspraak op het nee-
gebied kreeg hij buikpijn. Hij zat daardoor vol lichte gemoeds-
onrust.
Dus schoof hij Het Boek netjes terug in de kast. Voorzichtig, rustig,
om de woorden niet wakker te maken. Hij maakte zichzelf wijs dat
het maar iets tijdelijks was. Niet definitief. Hij moest niet afwijzen,
afwijzen is erkennen dat je niet van goede wil bent en afwijzen is
zwak.
Men zegt dat gelovigen, die van hun geloof vallen dat ze er altijd
veel moeite mee hebben. Men blijft er nog lang mee bezig. Het is
net zoiets als een alcoholist die zegt van de drank af te zijn, maar
zich bij de AA toch terecht een alcoholist blijft noemen. Je blijft
ergens altijd trillen.
Dat doet de aangeprate, diep geëtste schuld.