Buur

Nachtdief, 2014, A4, tekening

2014_nachtdief_k

Nachtbezoek

En daar is dus buur.
Ik bedoel, daar woont de buurman, met wie ik niks heb. Toch zijn
we buren. Die kwaliteit staat vast in de straat. We hebben een
relatie waarin we afstand goed bewaren. Vraag me niet waarom, we
bewaren het en dat is het. De korte afstand tussen de muren en /of
verdiepingen is ons domein. Dat deel ik met hem en hij met mij.
Ergens zijn we dus gelijk, maar toch blijf ik de afstand voelen. Ik ben
me ervan bewust dat ik erken dat ik vooral zelf afstand schep. Het is
mijn minder mooie kant. Ik hou van onthechting, bemin het min
of meer. Al het andere is te benauwd.
Buur zijn is een ingewikkeld ding. Net zoals liefde iets complex
is. Als logica logisch is waarom voelt liefde dan niet als liefde?
Ik denk dat het van de holle muren komt. Die pakken me en
geven mij een verkeerd perspectief.
Misschien ben ik wel buurweigeraar van natuur.
Alhoewel, ik houd op mijn manier ook van de buur. Ik houd van zijn
nabije afstand, die we samen in stand houden. We zullen nooit
hechten, maar toen hij vandaag vroeg: Waar ga je naar toe
zei ik prompt: Naar iets ondeugends…..
Zijn licht zal nu de hele avond branden. Zijn hersens staan op
springen. Ik ga hem echt niets vertellen.

Verlichte kunst

Afwezig, 2014, bewerkte foto

2014_afwezig_bf

Iets overbelicht

genoodzaakt wordt dit
want onvermijdelijk is dit

Dit schreef ze eens in een woordspelige toestand. Kennelijk was
er veel tijd en ruimte om zo iets te doen. Misschien was ze ook
bang om het te vergeten en schreef ze het daarom op, een afwezig
woord is een vergeten woord.
Toen was er een zekere logica te bekennen in de bewering, nu
weet ze totaal niet meer waar het eigenlijk op sloeg. De nood-
zaak en het verband ligt voor altijd verborgen in het verleden.
Waarschijnlijk was het de taal van een overbelichte jongedame.
In elk geval was ze actief in de poëzie. Ze kende de genezende
kracht ervan. Gedichten schrijven was net zoiets als een heilzame,
genezende handeling. Kunst verlicht altijd, actief en passief.

Ze verwacht veel van haarzelf. Eigenlijk alles.
Toen ze nog student was kon ik veel onder de noemer van
Romantische Droom plaatsen. Wendingen vielen op hun plaats
door brokstukken van samenhang, wist ze. Dat is iets van een
andere dementie, een andere gedachte.
Ergens ben je dus altijd bezig met een soort verlossing, je leegt
je als mens en hoopt zo, op zijn best, geschiedenis te maken.
Anderen, meestal leken, zullen zeggen: Wat? Alweer? Voor de
hoeveelste keer?
Dan hoop je maar dat het spottend bedoeld is.
Aan de andere kant, als haar vliegwiel eenmaal draait is het niet
meer te stoppen. Ze kan zich niet indikken tot vertraging.
Gedichten wijzen haar een weg. Alles moet aan flarden. Weg met
de dwaze dwaalwegen.
Zo verlost ze zichzelf en dat is ook een fijne hobby.

Kronkel

Verdieping, 2014, bewerkte foto

2014_verdieping_bf

Gekaapt

In het verbleekte bos stond geen boom meer overeind. De schui-
mende heren hadden het verboden. Ze stonden boven op de tafel
luid te schreeuwen: weg met dat bos! Kappen die handel!
De slapende stad werd wakker, nam lallend en lachend van plezier
het land. Alleen uit de hemel viel een ontzaglijke bui, zodat alle grond
onder de voeten werd weggespoeld.
Men vond het zonde en jammer want op een klonterige brei valt
het niet mee om iets te bouwen. Men mekkerde hevig.
Later:
hier en daar kwam een vliering weer op , zodat de plaatselijke
dienstmeisjes thee konden gaan zetten voor de dorstige  heren.
Even leek het gezellig te worden, maar het was meer gecellig, dus
onvrij ondanks de kleurige uitnodiging in het avondblad.
Uitnodiging?
De burgemeester, dat vet varken, had zijn burgers uitgenodigd om
de verlepte tong met engelen geduld te beschrijven. Wie het beste
verhaal had kreeg het stuk bedorven land en mocht er weer bos
van maken.
Het was een rare, bestuurlijke kronkel, zoals je er zo vele hebt in
deze tijd. De mensen roken hun kans en deden hun uiterste best
om iets moois te verzinnen. Hebzucht maakt mensen meer creatief.
Wellustige wetten werden snel overtreden, wat eens ontbindend
was gestorven stond weer op, tussen de glazen vielen de scherven,
helse stenen pijnigden het hoofd. Het leven was één groot o-la-la.

Uiteindelijk vond de burgervader geen enkel verhaal goed genoeg
om te prijzen en bleef het land tot aan de horizon een kale heuvel.
Het wachten is nu op frisse lentekleuren.
Op een dag is het grauw ontgroend en omarmt ons het sappig groen.
De gestaalde natuurwet hoeft geen dromende vuilnisman in dienst te
nemen, zij gebruikt alles.

De natuur schrijft geen mooie verhalen, wacht niet, leeft niet van
vrees. Daarom is de mens van vlees en bloed, niet van natuur.

Niet te veel

Achter het behang, 2014, computertekening

2014_achter het behang_ct

Het geheim

Je kerfde ooit een sleutelgat in mijn lichaam, maar je weet toch wel
dat je de wereld niet kan veranderen door zo’n achtergebleven vorm.
Het lichaam, daarentegen, blijkt veel meer voorlopig te zijn en een
veranderlijk gegeven. Na verloop van tijd valt alles uiteen in anatomi-
sche platen.
Ook kun je mij niet en nooit bezitten. Ik ben van mij. Ik ben mijn
eigen losbladig atlas. Af en toe dwarrel ik neer, telkens op een andere
manier opnieuw geordend, het oude omgesmeten.
Uiteindelijk maak ik van mijn lichaam mijn laatste kunstwerk, iets
waarmee ik mijzelf hoop te onttrekken aan de taal. Ik denk dat ik
pas vanuit mijn verhemelte de hemel iets kan beloven.
Anderen beweren dat er boven de wolken niets te vinden is, maar
als ik zeg: hoe weet je dat, ben je er dan geweest? valt dat nooit goed.
Ik bedoel maar, men kletst veel vanuit en over de lucht.
Aan de andere kant ben ik nu zo ver dat ik de wereld niet meer hoef
te verbeteren: ik ben allang ontsnapt uit mijn eigen voorbeeld.
Laatst zei iemand tegen mij dat ik aan mijn eigen vacuüm sabbelde.
Dat is natuurlijk helemaal niet waar, ik verlang alleen af en toe naar
wat afzijdigheid, leegte en antimaterie.
Dat is toch niet te veel gevraagd?

 

Troosthand

Bambi Shame, 2006, acryl, 24 x 30 cm

MINOLTA DIGITAL CAMERA

De bioscoop

Zijn beroep is stilzwijgen. Wel zo handig op deze plaats.
Maar er komt een dag dat hij de wereld zal verstillen. Als men hem
echt ontdekt, dat doodgewone jonge joch van de straat, dan zal alles
in een brede omgeving gaan veranderen. Wie weet wordt men blind.
Voorlopig ziet het er niet naar uit.
Hij geeft zich niet. Wij mogen/moeten raden.
Alleen hij weet van zijn gave: hij heeft een diep troostende hand.
Niet dat hij er iets mee doet. Het is zijn bezit en hij schaamt zich
ervoor.
Wat doe je met zo’n stille knaap?
Die geef je een zaklantaarn in de vorm van een gloeiende roos.
Daar zal hij vast blij mee zijn. Denk ik.
Ondertussen zou hij het als nachtdier goed kunnen gebruiken, dat
is zeker. De nacht is mooi en geeft veel geheim.
Wie weet struikelt hij niet langer meer over de liefdespaartjes in de
bioscoop. Bij nieuw zicht stapt hij er gewoon overheen. Hij is de
navigator van de nacht. Ver weg van die dromers uit het publiek
zoekt hij zijn eigen lege stoel en houdt zijn handen thuis.
Een lichtstraal van de operateur zou zijn stoffelijkheid kunnen
verschroeien.
Er komen nog meer bezoekers, hij scheurt de kaartjes zwijgend af.
Zijn beroep is controleren en stilzwijgen.

Nieuw leven

Be Fast, 2013, boek 109, pagina 8

2013_b109_p8_be fast_k

Herhaling

duizend maal herhalen
wie rookt verwaaid zichzelf
heeft geen zin
de kiesschijf van de longen
is allang dolgedraaid, is allang kapot
in de dunte van zuurstof
helpt zelfs geen prietpraat

door een onbeweeglijk vergiet
in het bijtende zuur
versmelten de bronchiën
tot een kale kartonnen klont
ieder afwezig oor
zal niets kunnen horen
het luisterrijk is dofdoof

de lippendienst kan blijmoedig
pootjebaden in rokerige mist

ik zet even alle ramen open
het nieuwe leven stroomt

Half dood

In de war jongen, 2013, boek 112, pagina 39

2013_b112_p39_in de war jongen_k

Voorbije man

Voorbij is voorbij, zei mijn broer altijd al, dus mocht je er niet meer
over praten.
Maar wanneer is iets eigenlijk voorbij?
Op weg naar een man, die niet meer te redden was, schoot het door
mijn hoofd. Als iets niet meer te redden valt, waarom ga je je dan
toch nog? Wil je belangrijk zijn of geloof je het gewoon nooit?
Hij had zonet op mijn antwoordapparaat ingesproken. Met een nare
stem had hij gezegd dat hij me nooit meer wilde zien en dat ik niet
het gore lef moest hebben om ooit weer contact te maken.
Het zou trouwens ook geen zin meer hebben, want hij ging een punt
zetten achter zijn aardse leven. Weg is weg!
Kijk, dat is nu krawattensang! Eerst een bommetje plaatsen en dan
niet thuis zijn. Laffe mensen doen zo. Zij willen geen conflict. Zij
duiken weg.
Terwijl ik het gaspedaal dieper indrukte wist ik zeker dat dit een
vraag om aandacht was. Willens en wetens wilde ik er wel intrappen.
Hoezo voorbij? Alles ineens definitief voorbij? Ja alles uit het verleden
misschien, maar niet het nu. Nee, het nu blijft.
Het verleden is so wie so een valse herinnering, dus maak je niet
druk zou ik zeggen.

Ik was vergeten wat er gebeurd was, zocht een reden voor zijn ge-
drag. Het was te vreemd om te berusten. Waarom zocht hij contact?
Toen ik aanbelde deed hij toch open. Speelde de verbaasde man.
In zijn hand had hij een dikke Duitse worst. In zijn ongeschoren
mondhoek zag ik een kwak verse mosterd als vieze, verdikte kwijl.
Verder staarde hij wezenloos voor zich uit. Schuifelde heen en weer.
Bleef plots hangen bij zijn vaste stoel. Plofte neer. Zuchtte.
Hij liet de worst vallen en stamelde: Kra…Krawatt….
Hij kreeg de woorden nog amper om zijn gedachten geplooid. Ook
zijn gebaren sloegen nergens op. Veel te wild.
Na een onheilspellende stilte brak hij en zei: Woher bist du?
Ik aarzelde. Schonk hem mijn milde glimlach en zei dat ik van een
huis kwam waar hij altijd graag was en pakte daarbij zijn hand.
Daarna liet ik de dokter komen die wit wegtrok. Je vriend is al half-
dood wist hij. Hij heeft een zeer zware attaque gehad.
We brachten hem naar het ziekenhuis voor verder onderzoek, maar
voordat we er waren had hij het gore lef om dood te gaan.
Het was voorbij.

Vertelling

The hug, 2014, computertekening

2011_the hug_ct

Proces

Soms is hij alleen maar rusteloos. Ondanks die nieuwe stemmen
en stromen blijft hij doorschrijven aan zijn boek. Dat wil zeggen
in symbolische stijl, met een overdaad aan beelden. Veel speelt
zich af in parken, maanlicht, vijvers, paleizen. Ook het landschap
is altijd vol leven en de droom droomt alleen zichzelf.
Zijn boek maken met vele, losse, niet met elkaar verbonden stukken,
met veel aandacht voor de geest. Het verhaal moet langzaam als
zand tussen de vingers wegglijden.
Hij is totaal bezeten. Alles moet kunnen. Alles moet lukken. Mist
en rook zijn niet haar vrienden of kunnen dat althans niet zijn.
In een bijna religieuze stijl met de daarbij horende litanieën tot
Onze-Lieve-Vrouw van de Stilte komt hij waar hij wil zijn: in haar
kathedraal der fantasieën. Dromen worden daden, daden worden
dromen.
Hij kan haar lichaam zo fantasievol verbeelden dat men bij de
eerste aanblik gelijk aan iets anders moet denken. Alles doet
vooral denken aan iets anders, het gewone is vreemd.
Als je hem zo ziet schrijven lijkt ze op te gaan in muziek.
Slaapdronken landschappen worden zomaar vage stille bossen.
’s Avonds als hij gaat slapen, als onzichtbare andere paren zich
versmelten, komt het hoofd pas tot rust, nadat hijzegt:
Ik wil je alleen maar om je niet te hebben. Ik zou willen dat als je
verschijnt dat ik zou kunnen denken dat ik nog steeds aan het
dromen ben. Het beeld van jou zou het bed van mijn ziel zijn.
Hij schrijft vrij, niemand kijkt mee over zijn schouder.
Deze vrouw is een mystiek wezen, liefde is niet aards.
Zijn verlangen is groot, maar volkomen cerebraal.
Hij kan haar onvermogen omzetten in kracht.

Bezeten

AS DEB, 2014, bewerkte foto

2014_AS DEB_bfk

Proces

Soms is hij alleen maar rusteloos. Ondanks die nieuwe stemmen
en stromen blijft hij doorschrijven aan zijn boek. Dat wil zeggen
in symbolische stijl, met een overdaad aan beelden. Veel speelt
zich af in parken, maanlicht, vijvers, paleizen. Ook het landschap
is altijd vol leven en de droom droomt alleen zichzelf.
Zijn boek maken met vele, losse, niet met elkaar verbonden stukken,
met veel aandacht voor de geest. Het verhaal moet langzaam als
zand tussen de vingers wegglijden.
Hij is totaal bezeten. Alles moet kunnen. Alles moet lukken. Mist
en rook zijn niet haar vrienden of kunnen dat althans niet zijn.
In een bijna religieuze stijl met de daarbij horende litanieën tot
Onze-Lieve-Vrouw van de Stilte komt hij waar hij wil zijn: in haar
kathedraal der fantasieën. Dromen worden daden, daden worden
dromen.
Hij kan haar lichaam zo fantasievol verbeelden dat men bij de
eerste aanblik gelijk aan iets anders moet denken. Alles doet
vooral denken aan iets anders, het gewone is vreemd.
Als je hem zo ziet schrijven lijkt ze op te gaan in muziek.
Slaapdronken landschappen worden zomaar vage stille bossen.
’s Avonds als hij gaat slapen, als onzichtbare andere paren zich
versmelten, komt het hoofd pas tot rust, nadat hijzegt:
Ik wil je alleen maar om je niet te hebben. Ik zou willen dat als je
verschijnt dat ik zou kunnen denken dat ik nog steeds aan het
dromen ben. Het beeld van jou zou het bed van mijn ziel zijn.
Hij schrijft vrij, niemand kijkt mee over zijn schouder.
Deze vrouw is een mystiek wezen, liefde is niet aards.
Zijn verlangen is groot, maar volkomen cerebraal.
Hij kan haar onvermogen omzetten in kracht.