Denker

Jongen met wolk, 2011, bewerkte foto

Het schaduwkind

Ergens was hij meer een denker dan een doener, het werd hem vaak verweten.
Alsof je een keus hebt! Hierbij stilstaan hielp niets. Het was en bleef een feit.
Zo bleef hij dus mooi zitten waar hij zat: op de bank voor het huis, in de pret-
tige schaduw van de lindenbomen.
Hij was kind, enig kind en dat heeft zo zijn gevolgen. Als eigen speelkameraad
blijf je altijd thuis. Zitten en stevig doordromen is dan niet zo’n rare oplossing.
Vaak is hij ontroert door zijn alter-ego. Hij kon niet anders zeggen dat hij het
erg met zichzelf had getroffen. Deze trouwe metgezel was het bovendien altijd
met hem eens. Ruzie was iets voor de domme laag.

Later, inmiddels een groot schrijver, portretteert hij zichzelf graag als drop-out
en zijn winkel als een ’plek waar hij zich op zijn gemak voelt’. Hij is de man
van veeleisende literatuur, die vele blikken opent met de ruwste vorm van
denken. Zijn kindertijd bracht hem daar.
Lezers werden alleen maar beter door zijn vernuft. Grote politieke wijsheden
als altijd zijn er de enen / en altijd de anderen, en altijd / leidt dat tot moord
werden vaak van stal gehaald omdat het zo waar was als een zoet suiker-
klontje. Voorts vielen de thema’s wroeging (weer verzuimd tante Cor in het
rusthuis te bezoeken), geloof en dood op (inmiddels was tante al overleden).
Je kreeg geen prettig leven idee bij deze schrijver. Hij had het zwaar.

Geen wonder dus dat hij in zijn latere jaren sterk verbitterd was. Hij werd
zijn eigen haatproducent, reageerde zich fel af op dichters die zich schuldig
maakten aan kleinburgerlijkheid. Laat de bijl dansen boven hun hersenloze
koppen – was één van zijn vastgeroeste uitdrukkingen en dan moest de bijl
ook nog eens gaan vallen op een onverwacht moment.
Toch mondde het uiteindelijk uit op een prachtige bundel Woede en tijd,
waarin hij zijn woede kon reduceren tot gezonde haat en bloeddorst. Er
stonden mooie gedachten in waar vaak een vervelend grondje van waarheid
in zat. Er was geen speld tussen te krijgen, alles was waar.

Door dit utopisch moment van oprechtheid werd hij niet meer alleen gelezen
door de superrijken. Alles kreeg tenslotte zijn rust, zijn plaats.
Zijn leven was niet geheel voor niets geweest.
Soms werpt een eenzelvig kind zijn vruchten af. Het is niet goed om in je
jeugdpuin te blijven zitten.
We zullen de schrijver dus maar vergeven voor zijn vroege hekelboekje met
die beschamende titel: Een ijzersterke jeugd. Wat een bitter boek is dat!
Zijn duistere kant kennen we nu wel. Evenals het zichtbaar maken van zijn
eigen loodzwaar varken.

 

Moment

Denkbare man, 2005, 100 x 80 cm, acryl

Oranje gloed

In huis was iets weg.
Toen hij ging zoeken vond hij van alles. Alles kwam terug van een plek
waarvan hij niet eens wist dat die bestond. Al die tijd had hij zitten slapen
kennelijk. Of tijdelijk geen hersens, dat kan ook.
Hoe was het zover gekomen?
Misschien had hij mensen kwaad gemaakt door net iets te veel te zeggen
over iets waar hij zich niet mee mocht bemoeien. Misschien had hij juist
te veel nagedacht.
Het spookte in zijn hoofd. Zijn sieraad was verdwenen.
De vraag was naar wie. Ze was weggegaan zonder het te zeggen, de slappe
lafbek. Als ze naar de denkbare man was gegaan zou hij gifgroen uitslaan
van kwade ergernis.
En dan, hoor, in de sterren klonk het blink! God belde aan eigen deur.
In een zilveren schaal echode haar geduldige stem.
Gauw liep hij naar de deur en daar stond zij, klaar om terug te komen.
Zie – zei ze – ik ben een minderkind –  maar die kende hij niet.
Het deelbare moment was geheel ontdaan van iedere seconde.
Hij liet haar binnen. Opnieuw.

De plant

Passing ships, 1999, 80 x 65 cm, tekening

Passeren

stop maar even
nu
vergeef me
dat ik dat vraag
hou toch op
stop
ik vraag het je
als vriend
als denkbare vriend
je moet stoppen
en wel nu

stop jij maar even
en nu
je leegde mijn stad
hou toch op
stop zelf
vergeten vrouw
als twee vezels
hang je als gebladerte
aan mijn dode hand
dat moet niet
stop

de plant in mij
zegt dat

Trots

Sleutelwerk, 1998, 80 x 65, tekening

Later is ook tijd

Het is waar, oude emoties verplaatsen zich gemakkelijk van het ene object
naar het andere, alsof het subject zelf zou veranderen van verleden en van
toekomst.
Ik weet nog hoe ik ooit in kinderlichaam schreeuwde tegen de zee en meende
dat die zee daar van schrok en zich af en toe terugtrok na mijn hard geluid.
Door geen ander gevoel dan trots leefde ik verder in wilde harmonie.
Later werd alles helaas duidelijker en leerde ik dat de zee alleen maar naar
de maan luisterde en mij niet eens zag staan. Wel is het altijd zo gebleven
dat als iemand nadenkend over mij heen buigt het gewoonlijk donkerder
wordt. Nabije objecten smelten niet samen in gelijke emotie. Men buigt en
geeft duisternis.
Mijn innerlijke stem spreekt me vaak bemoedigend toe: wees niet bang,
schaduwen komen altijd op de vierde plek tot leven…
Niet dat ik er iets van begrijp, maar het stelt me wel gerust op dat moment.
Dan kan ik verder bezig zijn met mijn sleutelwerken te verzilveren, brieven
te schrijven aan mijn voordeur of lekker voortborduren aan mijn slaap.
Het maakt niet uit zolang ik maar de sleutel heb en mezelf met een bezoek
vereer.

Vrije geest

Nieuw werk, 2011, bewerkte foto

Nieuwe kansen

Stel je voor dat je werk gewoon een lange reeks van zwarte woorden is.
Plotseling staat daar een woord rood gedrukt. Er is iets zo subtiel gewijzigd
dat je het eerst niet eens ziet.
Alles neemt een vreemde wending, je voelt bij jezelf een rare innerlijke
verandering. Vanaf dat moment ben je vervreemd van je ik.
Op dat moment is alles mogelijk, je geest is vrij (al moet je wel oppassen
dat die geest geen kolossale stok vindt om je op je kop te slaan). Met die
vrijheid verschijnen de woorden als dieren met boodschappen of misschien
als keien in je schoenen. Alles blijft, niets gaat verloren. Je steelt gewoon
bagage uit het alledaagse. Er is dus genoeg. Misschien zie je daarnaast nog
wat schimmen. Ook welkom, net als onmogelijke vouwen in lakens.
Kortom: de trillende lucht van je fantasie toont iets goddelijks wat je goed
kan gebruiken.
Anderen noemen dit inspiratie of inspi (afhangend van hun leeftijd).
Daar ligt dus het geheim. Gewoon wat bordjes verhangen en jezelf openen.
De nieuwe kansen komen dan vanzelf omdat het toegestaan is.
Beweeg je tong in de mond, de woorden liggen al klaar.

Dom

Mystica, 2011, bewerkte foto

Dove orakelman

Hij kiest zijn vrienden maar al te goed. Zijn koeien zijn voor altijd
gevoerd en gemolken, hun zwellende uiers worden zienderogen
wolkenkrabbers.
Soms heeft hij spijt van zijn kinderloos kraambed en krijst hij als
duizend ooievaars. Dit laatste altijd op slechte dagen, vooral als de
dag met een d begint is het vaak mis.
Die vroegere vrienden hebben een gat gehakt in de muur waar hij
binnenkort doorheen moet sluipen. Tegen heug en meug, zeiden ze
daarbij. Hij moet het zien als een uitdaging.
Maar hij wil niet. Hij blijft dansen en springen in verkozen stilte.
In het diepst van zijn zijn is hij doof en sprakeloos. Hij ziet het piep-
kleine vlekje van zijn ziel niet, want hij is blind en denkt dat hij nog
kan dansen op zijn vermorzelde, verpletterde knieschijven. Zelfs als
zijn karkas is uitgevaren en als de golven rondom schreeuwen hoort
hij helemaal niets.
Deze dove man zegt nooit foei, bah nee, hij fluit liever een dun deuntje
van Chopin. Hij is nu eenmaal van het uitstervende soort. Alles gutst
en raast door zijn vuile vingertoppen.
Zijn huis staat nu op instorten, door die hakkende vrienden. Zijn
hersenen draaien in een onontwarbare wereld. Hij stinkt. Zijn onder-
broek kleeft aan zijn billen. Hij is een veelvoud van vunzig.
Slecht een enkele druppel van een verre oceaan kan hem nog wat
hoop geven.
Hij zegt dat de wereld dom is geworden sinds de uitvinding van het
wiel.
Daar zit wat in.

Postmodern

De beklemming, 2011, computertekening

Onze vrijheid

Onze maatschappij lijkt op een punt gekomen waarop de obsessie
voor inspraak en vrijheid zowel het individu als de maatschappij
veel schade toebrengt.
Het zal wel postmodern zijn, deze totale onderwerping aan de repro-
ductie van het bestaande. Het allesbeheersende non-motief van onze
maatschappij loopt zijn gelopen race.
Het lijkt erop dat onze vrijheid een beklemming is geworden.
Tradionele genres en stijlen beheersen ieder moment. Iedere marginale
afwijking wordt gelijk bestraft. Van de bijbehorende premissen heeft
men nooit gehoord.
Laatst hoorde ik iemand hier over zeggen:
onze bodem is nat, duidelijk nat, je kunt het zien aan de begroeiing.
De mensen hebben de vorm gekregen van een goudknots, met armen
van slangenwortel, haar van hoornkruid, geslacht van waterpest. Ze
spreken min of meer bokkenbaards met een ruwe plantentong.
Als dat de nieuwe vrijheid is ruil ik die meteen weer in voor die van de
jaren zeventig, toen we ons nog in stromen geil mochten uiten.
Dat stelde misschien ook niets voor maar voelde beter. Je kon er goed
op zweven. Geen wurgende beklemming.
Nu kiest men voor eigen onvrijheid en controle.
Men wijst daarbij het liefst naar een ander. Heel vrijpostig.

Kwakjes

(T)rustpalet, 2007, boek 96, pag.10

Het palet van de meester

Het leek alsof hij zichzelf had uitgevonden.
Hij probeerde steeds wat uit, verklaarde het oude al snel dood.
Middelmaat ging aan hem voorbij. Als een eenzame reus voelde hij
nog steeds zijn eigen dwergzijn. Iedere dag kreeg een nieuwe kans.
Gewoon afdwingen. Hongerige honden  vinden altijd voedsel en ma-
ken de wereld rijker.
Zijn onderweg reis was niet meer dan een beoogde omweg.
Bij thuiskomst, als het werk af was, zag hij pas het oorspronkelijke
doel van de reis. Het meegekomen vreemde vond binnen het alledaagse
uiteindelijk zijn plek.
Of iets mooi was of niet had niet zijn interesse. Hoe kon je dat ook
weten? Het ging meer over die verborgen ziekte: een niet te stuiten
dadendrang. Inzet en passie kunnen iedere gevaarlijkste kwaal ten
slotte genezen.
Creatieve energie, de overwinning van de werkelijkheid, is vluchtig.
Hoop is de basis van alles. Een onbekommerd hart hoeft zich nooit
los te scheuren van heilige huisjes. Die doet zijn werk.
Maar ook:
hij kon zich niet echt met mensen verbinden. Wat dat betreft was hij
een meester in het verslijten.

Vermomd

Non-brainer, 2008, boek 99, pag.37

Oude jonge jongen

Als kind voelde hij iets heel merkwaardigs: het verleden is oneindig!
En het heden was ook verleden, maar dan vermomd…!
Het was om gek van te worden. De tijd viel als een guillotine omlaag.
Niks was meer nieuw! Alles was al gedaan!
En wat moest je dan met die losstaande dingen zoals: niet meer en
nog niet? Tijd moest wel een woest onkruid zijn voelde hij.
Zijn ziel dacht er net zo over. Aan tijd heb je eigenlijk niks, tijd
is te rekbaar en vervliegt snel.
Aan de andere kant was het dan ook zo dat eigenlijk niets echt voorbij
ging. Ook liefde en haat niet.
Had het dan nog wel zin om te blijven leven?
Zijn voor altijd kinderhoofdje moest te veel verwerken en gedroeg
zich als een panische spin die op en neer langs de rand van de goot-
steen rent. Het water zou hem zo weg kunnen spoelen.
Iets later:
boven de tuin van de ouderdom scheen de maan van de kindertijd steeds
helderder. Er was geen heden, laat staan een vermomd verleden.
Hij leefde in omgekeerde tijd.
Alles stond in het teken van de jonge jongen.
Hij hield van degene van wie hij altijd had gehouden: hemzelf.
En daar was niks mis mee.

Jeuk

De temmer, 1986, acryl, 50 x 50 cm

Als het verleden jeukt

Hij bespeelt het lichaam van zijn vrouw als een instrument,
leest haar partituur. Het verlamt haar lichtelijk en ze zoekt
een potscherf om zichzelf open te krabben. De jeuk moet nu
snel weggeprikkeld worden.
Die gloeiende jeuk is overal. Jeuken is erger dan sterven.
Pijn en venijn strijden om de eer. Je wilt afstand doen van je
eigen lijf.
Ineens is zijn hand als sussende talkpoeder en ze is weer vrij
voor een kort moment. Hij fluistert haar zachte woordjes in haar
oor. Door de opwinding komt de jeuk weer terug. Snel en heftig.
Ze krijgt inwendig kippenvel doordat hij nu op haar huid gaat
blazen. Het werkt heel even. Haar hoofd draait en tolt.
Pas als hij beseft dat hij alles alleen maar erger maakt vlucht
hij de keuken in. De onmacht zoekt en vindt de drank.
De fles ligt later leeg op de tafel.
Het etiket krabt de alcohol, het geweten knaagt zijn eigen weg.