Familie

Aan tafel, 2012, computertekening

Familiedag

Het lijkt eenvoudig, maar je zult zien dat het niet zo simpel
blijkt te zijn als je daadwerkelijk met je familie wilt breken.
De mensen op straat zullen zich er zelfs mee gaan bemoei-
en. Sterker nog, je zult nergens een plek vinden waar nie-
mand hierover een mening heeft. Je leeft in Niemandsland
wat kennelijk van iedereen is.
Vooral op verjaardagen kom je het tegen. Hoe schuin de
zon ook over het aardoppervlak schijnt, je kunt niet altijd in
de schaduw blijven staan, ineens pakt de zon je. Meestal
onverwacht. Zelfs het kleinste hoekje, waar niemand aan
denkt of aandacht aan schenkt, is niet echt veilig. Er is
geen schaduwplek te ontdekken er is te veel familielicht.
Dankzij die bijzondere eigenschappen van die pakkende
stralen tekent alles zich ook nog eens bijzonder scherp af.
De stralen geven zonder geluid maar met een vurige flits,
een bepaalde structuur op je huid. En omdat je geen on-
kruid bent blijf je staan, je verschroeit niet.

Nadat de avondschemer is gevallen, mag iedereen weer
naar huis. De impressies van de stralen, geluiden en geuren
zijn dan volledig verdwenen.

Heel warm

Pensionado, 2011, A4, tekening

Grijze droom

Terwijl hij sliep zong een kanarie, terwijl hij vleugellam was.
Zijn slappe hand had de vogel per ongeluk geraakt.
Als je slaapt weet je niet wat je doet. Je beweegt je op en
neer zonder bewustzijn en knalt dan soms tegen iets aan.
Even later kreeg de kanarie gezelschap van een aantal grij-
ze duiven, zij waren niet bang voor het mooie gezang.
Sterker nog, zij bewogen op de maat van het iele gezang en
probeerden tegelijk zijn boze droom klein te krijgen. De roekoe-
duiven gingen op het gezicht van de dromer zitten.
Zij schermden hem af, trapten met grote regelmaat daarbij
op zijn kloppende hals. Het deed hem goed, maar droomde
heftig door. Je kon de rollende ogen duidelijk zien onder zijn
gesloten leden.
Pas toen de kanarie plotseling zweeg en zijn nekje Picasso-
achtig scheef hing, werd hij wakker. Zijn ogen waren nog
vochtig van de gehoorde gezangen.
Wij eren de kanarie schreef hij later in zijn dagboek,
gevolgd door: en haten het gerucht van de slapende hand.

Gedachte

De terugkeer van de arena, 2012, boek 101, pagina 18

Diepte

Alles stroomt en niets blijft is een mooie gedachte.
Even hoopvol is het verglijden van de koude morgen in de
warme dag. Op zo’n moment hoor je eigenlijk een brief te
lezen. Een brief waarin staat dat het ochtendgloren ons
verhindert te slapen. We hebben het te koud en wat ons in
de tuin ontbreekt is een bron die ons fris water geeft.
Je zou die brief met snelle ogen lezen en misschien
bedenken dat je iets te snel bent opgestaan. Je zou bijna
weer naar bed gaan. Gelukkig kon je bedenken dat alles nu
mooi en helder is. Helder is het belangrijkste woord op dit
moment van je leven. Helder heeft iets weg van herschep-
pen en daar krijgt de wereld energie van. Helder is een
nooit eindigend gedicht of een wandelende naakte vrouw,
die niet haar pas vertraagt als ze dichterbij komt.
Bevrijde gevoelens ontdekken de bron van elk toekomstig
genot, dat is bekend.
En nu schiet me dit ineens door mijn hoofd:

Wer hat gesagt, dass sowas Leben ist?
Ich gehe in ein anderes Blau.

Ga vooral je gang, zou ik zeggen.

Andere dagen

Nooit foto’s, 2005, boek 87, pagina 18

Andere dagen

Ooit waren er andere dagen. Toen was er nog volop tijd.
Lachende gezichten bevolkten de straat. De smetteloze
hemel ontdekte glimmende vogels. Nergens waren nog
herhalingen. Flessen werden niet tegen de muur kapot
gegooid. Iedereen begroette elkaar en maakte praatjes.
Er ging veel goed, weinig mis. Tenminste zo leek het in die
dagen. Bovendien was er nog een positief uitzicht.
Vroeger is niet meer zul je zeggen en dat is waar.
Het enige waar ik misschien spijt van heb is dat ik te weinig
foto’s maakte van ons leven, omdat ik dacht dat het gewoon
was, niets bijzonders. Waarom zou je dat dan vastleggen?
Niet te lang over nadenken blijft over.
Met grote passen kom je de wereld ook wel door al zijn er
nu minder uren om een wens te vervullen. Het verlies aan
uitzicht nadert onherroepelijk. Vanuit de gebakken lucht
houden we alles in de gaten.
We staan niet stil, maken nog steeds praatjes en hebben
lachende gezichten bij het vallen en weer opstaan. We zijn
geen gesteente tot ons groot geluk.

Heel warm

Behangbrand, 2012, bewerkte foto

Warmte

Iemand dacht dat denken een lust was.
Daar zou je huis toch van in brand schieten!
Het zou beginnen bij de rode schaamkaken, die de volle
wangen zouden laten gloeien. De wangen zetten het hoofd
in vlam en voor je het in de gaten had had het behang vlam
gevat en brandde je huis tot de diepste spelonken af. Op die
manier kon je je nog net een keer aan je huis verwarmen.
De gedachte van denken is lust is natuurlijk een verwarring
van schaamte en schuld.
Iemand die zo denkt moet nog langer leven kennelijk. Je
vraagt je af wat hij dan bij het woord vertedering moet
denken. Is dat dan misschien soft porno?
Je zou er verlegen van worden als je het al niet was.
De meeste mensen voelen bij schaamte een zekere huiver.
Alsof niets meer overeind blijft in de storm van beschaving.
Pas als je bedenkt dat schaamte een nietsheid is, is alle
emotie weg. Dan is alles een geheel. Heel gewoon. Daar
kan je pas warm van worden.
Alles komt natuurlijk door dat Genesis-verhaal over Adam
en Eva. Daar ontstaat de schaamte zelfs uit schuld.
Ver voor de kunst was er geen sprake van dit soort begrip-
pen, toen had men nog niet eens geleerd wat huilen was.
Dieren huilen immers ook niet.
Men was een gelukkige wilde en dat was genoeg om rijk te
leven.

Expositie

Blue Work, 2012, bewerkte foto

Werk in de ruimte

Het werk aan de muur verankerd leek even te zweven. Dat
was het werk van mijn naaste. Die weet wat goed voor mij
is. Alhoewel ik het zelf een nogal wazig portret vond, on-
danks de wat losgesprongen zwarte achtergrond.
Wazigheid kan zich verplaatsen, terwijl zij het lied van de
vrijheid zingt. Dan weergalmt de weerloosheid even, zegt
men, maar het kan ook zo zijn dat al het verlamde zichzelf
buitensloot, toen de vluchtdeur sloot.
Hoe dan ook ik was mijn eigen echo kwijt en moest iets
nieuws gaan verzinnen. Er was werk in de ruimte.
Het wachten was op een aangename nevel, die dwars over
het bestaande werk wilde kruipen. Ik zou er misschien dan
iets bij gaan prevelen omdat ik niet dat wat ik meen be-
ween. Het zou mijn eigen ode zijn aan de verdwenen echo.
Een mooi oud lied.
Laat dan de mensen maar weer komen kijken, laat ze mooi
hardop dromen. Mijn overvolle hoofdwegen geven genoeg
nieuwgeboren tikken. En als het oog te schichtig is voor al
die geneugten kan ik er ook niets aan doen.
Die mensen moeten zich maar laten troosten door een
hysterische robot.

Taal

Max-Mix, 2012, computertekening

Vandaar

Het is het oud liedje: die niet en die niet en die niet. Lekker
positief!
Afgestemd op vroeg of laat wil nog niet zeggen dat je gelijk
een meeslepende melodie hebt. Zeker niet als je zender op
dof staat of nog veel erger, als je in een dialect praat.
Als solozang voorbij is en niet meer behaagt dan komt er
uit het niets vaak een nieuwe harmonie  tevoorschijn.
Vandaar dat je met groot gemak een gokje kunt wagen als
iets je niet zo bevalt. Op de waagschaal ligt echt geen bom.
Soms is het net alsof de mond op zijn eigen kussen ligt,
dan schrijf ik een boek. Uit alle weke hoeken komt een
weke mond die plooibaar is. Anderen zullen later lezen of
kennis nemen. Je eet wat je leest.
Maar wat ik eigenlijk wil zeggen is dat spierballentaal niet
werkt, het enige wat je hoort is het doffe rollen van de
Achilleshielen, de metronoom van de nieuwe tijd.
Het kromme oor is open voor in en uit. Pas in de nacht is
het oor weer rustig en droomt een vergeten droom. Al het
hoge en het lage zingt zich los. Dovemansoren zijn niets
meer dan lelijke littekens, zij ruisen eindeloos. Zij willen
lusteloos blijven.

Fluistering

Influistering, 2009, acryl, 40 x 40 cm

Haar oor

Ze liep allang niet meer als een zestienjarig kind.
Een onwerkelijke wind had alles verwaaid. Ze kwam ineens overal terecht.
Haar machteloze ouders besloten het voorlopig maar wat aan te kijken.
Ze wachtten in de luwte terwijl de storm allang rondom floot.
Op zo’n moment krijg je de neiging om achteruit te gaan lopen.
Je ogen dicht doen en dan hard achteruit.
Achterstevoren tijd is veel overzichtelijker. Daar ligt de wijsheid achteraf.
Als een wonder leek de storm ineens te zijn uitgewoed.
Het was windstil klaar. Alles kreeg weer rust.
Dunne kleren voelden weer aangenaam, goed.
Toen hoorde ze een fluistergedicht in haar oor:

  nog wat

   ritsel en scharrel
en nog wat
   de wind is pas gedraaid
   dwaal en dwarrel
en nog wat
   je bent niet doodmoe
   beweeg en draai
en nog wat
   je lijf is hongerig nieuw
   vlieg en drijf
en nog wat
   je bent zo gretig vrij

Half plus

Half = half, 2012, boek 101, pagina 19

De nieuwe wereld van R.D.

In de samenzwering van de stilte hoor je weinig. Het is het gebied tussen vlakgom
en radeerwater. Alles lijkt vervangen door iets vaags. Het is daar stil. Half dekt half
af onder een dikke laag stof. Niemand weet meer waar hij aan toe is, de tanden
worden geel.
Pas als de werkelijkheid zich losweekt van de surrogaten en andere collages wordt
het pas weer wat. Legers van gemene gidsen, omringd door andere dwarskijkers,
vertrekken in een lange stoet. Hun slakachtige neuzen glimmen al lang niet meer.
Naarmate het oog weer de hand kan laten zien wordt het steeds bontere vlees
weer licht en smakelijk. Het levenssap laat zich niet van de wijs brengen en geeft
opnieuw de onbetaalbare handen nieuwe aanwijzingen.
Je weet van ooit wat rood doet, je loopt graag in het groene gras, je weet wat geel
weet, je blauw kan zwart zien. Als een kind niets krijgt heeft het alles. Uit vodden
schep je opnieuw goud. Half plus half is altijd meer dan vol.
Er wordt lokaal veel gesmoord door het onwetende niets.
Wat mij betreft mag de dove vijand mooi verbranden in de echo van de hete zon.
Als tafel en muur vol oprispingen zijn is het oneindig goed.
Gek ben je niet als je veel wilt. Je bent het wel als je er niets mee doet.

Wankelman

IT = IT = O.K., 2012, boek 101, pagina 35

Die avond

De schilder die niet schilderde bewoog alleen op gevoel, voor zover dat dan kon.
Hij werd opgegeten door zijn beelden. Zijn eigen hand was zijn eigen hand niet
meer. Zijn hand was een bakje geworden. Een holte waar je iets in kon stoppen.
Toch voelde hij nog steeds de gloed van eigen kunnen. Een gloed om niets mee
te kunnen doen is net zoiets als een lege rivier voor een vis.
De schilder die niet schilderde keerde langzaam, met moeite terug. Zijn voet
sleepte zachtjes. In de stromen van nieuwe schemeringen kwamen de beelden
opnieuw te voorschijn als goudsbloemen in de straat.
Alles kreeg een nieuwe, langzame tijd. Er was weer morgen.
De schilder die niet meer schilderde liep naar de andere kamer. Zijn ex-vriendin
zag hem wankelen, maar greep niet in. Ze vertrouwde op het oude, zijn geluk zou
hem verder brengen. Zij volgde hem en pas toen hij echt uitschoot en viel ging zij
naast hem liggen. Hij ging zijn hoofd op haar schouder leggen, keek gelukkig. Een
macabere magie hing in de lucht, die avond. Alles zonder kus.
Er is nog veel soep, zei ze bij het opstaan, ik moet nu weg.
Hij humde tevreden aan tafel en schilderde met grote letters IT = IT.
Daarna moest hij erg lachen, zonder om te vallen. Zijn ogen rolden flink, alsof hij
zich afvroeg of iedereen in het publiek alles wel had gezien.