Leugen

Aan de ketting, 2016, bewerkte foto

Lichtelijk overdreven

Hij maakte carrière door geboorte. Hij was tenslotte prins.
Er werd van hem veel verwacht in een korte tijd. Het was een
heksentoer om dit contract tot een goed einde te brengen.
Het begon bij de opvoeding, alles was erg ethisch. Hij raakte
daardoor nogal geïsoleerd. Voedsel en schema-leer volgden.
Soms zag hij zichzelf als een kleine wereldramp. Een grote kon
dus nog volgen.
Maar zover kwam het niet.
Hij maakte een keuze om voortaan alleen maar achter de feiten
aan te hollen, dat gaf veel ruimte. Antwoorden stelde hij graag uit.
Ook weer tijdwinst!
Toen hij wist dat er van mannen steeds meer een multipele perfectie
werd verwacht ging hij snel zijn borst waxen, plus een frappante
wenkbrauwlift doen. Hij bleef daardoor jong en fris, ondank het vele
bier.
Zijn eetstoornis was nog niet bekend in zijn land, ook de kwalijke
gevolgen daarvan niet.
Het mooie van alles was dat zijn vrouw hem feitelijk redde door
altijd en op ieder moment de show te stelen. Ze gaf het volk een
krachtige boodschap en men was nog heel lang zeer tevreden met
die fopspeen.

Van dit verhaal is niets waar of het gaat over iemand anders.

Sterren

Doof, 2014, bewerkte foto

x-2014_doof_bf

Eindpunt

Aan het einde van het land met de klinkende dag klimt de nacht
op vederlichte wolken en speelt  boven de opspringende akkers
met wat losse gedachten van de mensen.
Het gezaaide zaad wordt steeds doffer en verdwijnt tenslotte in
het diepe zwart. Bij dit donker blijven de dorpsdeuren dicht, een
onmetelijke zware lucht leunt op de aarde.
Dan is het goudtijd voor de bleekste sterrenjongen.
Hij laat zich fel beschijnen door de zwangere maan en neuriet
daarbij graag een dronken danklied. Alle welriekende putten van
verzet geven het snel op.
Dorre schimmen schieten door de gang, nadat ze hun hete koffie,
cafeïnevrij, hadden opgedronken. Zij zoeken hun ijskoude bedden
op, zij houden niet van de nacht, zij willen zien hoe een ander bang
wordt.
Het mooie maangezicht van de sterrenjongen kan nooit slordig zijn.
Zijn rossige sproeten verkleuren in de nacht hemelsblauw, lijken wel
rebusbeelden.
Pas veel later, als de theegeur door de bleke hotelkamers geurt,
sluipen de sterren op zijn gezicht weer weg. Op de grond liggen dan
pure hoopjes stof. De dienstmeid zal het op gaan ruimen zodra ze tijd
heeft, zodra mijnheer haar loslaat.
Daarna schrijft ze een klaagbrief aan een familielid.
Die reageren nooit, ze zijn doof.

Bewust

Fingerspitzen, 2016, bewerkte foto

x-2016_fingerspitzen_bf

Over het denken

Niemand kende me onder het masker der gelijkheid, en niemand
wist dat het een masker was, want niemand wist dat er in deze
wereld gemaskerden waren. Niemand vermoedde dat naast mij
een ander stond die uiteindelijk ik was. F. Pessoa

Het geschenk dat hij ons geeft is de ontsluiting in de ruimte van
de wereld. Een oneindige interval van waaruit aanwezigheid is.
Aanwezig, afwezig, daar gaat het om. Vreemde aanwezigheid is
dan alles op zijn mooist.
Gewone dingen worden vreemd, vreemde dingen worden gewoon.
Verborgen aanwezigheid, daar heb je niks aan.
En dan?
Er bestaat misschien ergens een theorie van de afwezigheid. Die
zal dan vast gebruik maken van de logica van de leegte. Die ligt
ten slotte overal en eeuwig op de loer.
Niets is wat het is.
Geen mens of ding valt samen met zichzelf.
Alles is min of meer voorwaardelijk. Het bestaat alleen omdat er
niets anders is.
Om helemaal niets te zijn is dus heel knap. Misschien bevindt je
je dan in een stukje oponthoud.
Zou je dan jezelf terug kunnen winnen? Waar moet je dan beginnen?
Waarschijnlijk moet je jezelf dan heel langzaam ontmoeten, zodat
je bewustzijn geen enkele kans krijgt.
Je bewustzijn aan banden leggen kan trouwens nooit geen kwaad.
In die uitgewiste toestand word je volkomen blootgesteld.
Anderen zien dat. Hopelijk.

Oude woorden

Bevruchting, 2016, bewerkte foto

x-2016_bevruchting_bf

Zichtbaar

Maskers vragen niets in ruil, maskers zijn ruimdenkend.
Ze geven een teken als teken. Daarna zijn ze weg.
Nu mijn masker verdwenen is ben ik een rat, die boete doet.
Op mijn knieën buig ik het hoofd.
Mijn eenzaamheid is met eenzaamheid gevuld en dus niet langer
eenzaam. Daarom knipte ik mijn haren af, het hoort bij mijn boete.
Ik ben slechts een schim van mijzelf verwijderd. Ik voel het.
Ik hunker er naar alle restanten van me af te pellen om te zien
waar het masker begint of eindigt.
Dit is geen feest, de grond verankert me. Ik ben niet brandschoon
en het spook koos mij uit. Hij wil me brandmerken, maar ik doe
net alsof ik er niet ben. Ik doe alsof ik in de laatste fase van mijn
zijn ben.
Ik doe zoals je leest, zoals net beschreven is. Zo kan ik in het zwart
verdwijnen. Eens gezien is ineens ongezien. Hocus pocus.
Daarna kan ik weer dansen op de drempel van onwetendheid.
De straling van het licht zal mij daarbij helpen. Ik zal weer van het
menselijke soort worden wat ik ooit was. Het leven is geen gril. Het
zal goed gaan met me. Een engel weet me te vinden.
Ik ben nog altijd sterk. Alle leden zijn intact.
Ik ben hier en dat betekent iets.
Ik ben hier, was er altijd, zoals elk levend wezen.

(uit een oud dagboek uit de jaren 80)

Staart

Te veel gesproken, 2016, bewerkte foto

x-2016_te-veel-gesproken_bf

Rood

Rood slaat dood zeiden we vroeger, maar waar slaat dat eigenlijk
op? Is dat hetzelfde als iemand een rood hemdrok aantrekken?
Of is het rode baard duivels aard? En hoezo rood? Het rood is dood
en de dood kent geen lieve kinderen. De dood heeft geen almanak.
Wat dood is bijt niet meer. Zachte winters maken vaak vette kerkhoven.
Open winters, open graven. Allemaal dood kind met een lam handje
verhalen.
Aan de andere kant: gauw is dood en langzaam leeft nog.
Er is dus nog hoop.
Maar slaat rood altijd dood?
Boze tongen beweren dat het oorspronkelijk bloot slaat dood is
geweest. In nette families werd het woord bloot vervangen door
rood. Dat verklaart veel. Het bloot taboe is nogal breed en maakt
mensen vaak creatief.
Zo las ik een keer over een jong meisje die volgens de familie haar
jonge borsten te ver bloot liet zien: de duvejongen zitten op den
boord van ’t nest, sprak men dan. Dat vond ik nogal komisch en
zag het dan ook gelijk voor me. Leuk voederen en badderen!
In een ander dialect over hetzelfde:
z’is vèrre bleutsheuvde (heel blootshoofd). Ook erg grappig bedacht.
Op zo’n moment ben ik graag mens.

Sommige mensen hebben nu eenmaal meer krul in de staart dan
anderen.
Mijn staart krult tegenwoordig nogal heftig.
Het staat op springen.
Voorjaar?

Denken

Zwarte muur, 2016, bewerkte foto

x-2016_zwarte-muur_bfk

Vrij denken

Een naamloze verteller had last van een stil oog en moest naar de
dokter. Die schreef hem lange kunstwandelingen voor. Hij moest
iedere keer net zo lang lopen tot hij de wandelaar in hem onder de
duim had gekregen.
Vol goede moed begon de verteller aan deze opdracht.
Echter, het enige wat hij onderweg zag was de lege buitenwereld.
Het werkelijke landschap was omlijst door een kleurloos stuk lucht.
Alle twijfel zat in een slordige aangebrachte blinde vlek. Hij zag nog
steeds niets tot zijn grote spijt.
Terwijl hij zo diep liep werd het hem duidelijk: je kunt een ander
niet duidelijk maken wie je bent of wat je ziet. Je blijft altijd een
eigenaardige, binnenvallende vreemdeling, die zichzelf vrijwillig
bezet. Vice versa.
De verteller was nu eenmaal iemand die intens gesteld was op zijn
strikt persoonlijke levenssfeer en het scheiden van alle ruimtes in de
openbaarheid. Niemand kende hem zo echt als hijzelf.
Het was gewoon niet uit te leggen.
Toen hij dat zeker wist zag hij de wereld anders. Niets leek op het
geziene. Gewone dingen werden vreemder dan ooit, wat op zichzelf
weer prachtig was. Hij werd er verslaafd aan. Metaforen vlogen heen
en weer.

Later, als negentigjarige en bedlegerig, wist hij dat alle wetenschap
via zijn denkraam naar binnenkwam. Daarbij betastte hij regelmatig
zijn onbetrouwbare geheugen. Voelde zich hoe dan ook een groot
genie in eigen huis en bed.
Er was veel kunst in huis. Logisch.

Ruimte

Primo Momento, 2016, bewerkte foto

x-2016_primo-momento_bf

Met stip

Het vreemde aan een besloten ruimte die ineens openbaar wordt,
is de nieuwe dialoog. Alle onderdelen, zoals plafond, wand, raam,
vloer, deur worden herbenoemd.
Dezelfde ruimte kan optisch groter en kleiner door kunstenaars
ingevuld worden. Door de perceptie en interpretatie krijgt de context
een andere dimensie toegemeten.
Als je je bezielende kracht in een ruimte de vrijheid mag geven is
het mogelijk om tijdelijk te domineren. De eventuele bezoeker zal
alles wat hij/zij ziet dieper gaan ervaren. Wie weet is de nieuwe
betekenis van de ruimte zo uniek dat het tevens onvergetelijk blijkt
te zijn.
Een kunstenaar is zich bewust van zijn grote innerlijke rijkdom, van
zijn overdonderde oorspronkelijkheid, zowel reëel als fictief. Kennis
en geloof gaan immers altijd samen in creatieve krachten.

Een expositieruimte is eigenlijk net zoiets als een klooster. Je ervaart
een soort herinnering aan een geestelijk leven. Je bent even diep in
eigen spirituele vereniging. In dat spanningsveld heerst goed geluk
naast grote onrust. Het lijkt wel of al je gevoelens veel echter zijn
geworden.
Het kan zelfs zover gaan dat je als mens onbescheiden wordt en je
de gedachten van bezit van iets wat je aantreft niet los kan laten.
Je gaat over tot de aanschaf van een stukje meer dan mooi.
Thuis is dat stukje bezieling ineens toch heel anders. Er ontstaat een
nieuw gesprek door de anders gevulde  ruimte. De mens moet in
de bocht van het geloof zijn plaats weer versterken door het huis
opnieuw in te gaan richten. De inhoud moet ruimer, anders kan
Kunst zich niet verheffen, dan lost het op in het grote niets.