Droom

De schaduw van de natuur, 2016, computertekening

x-2016_de-schaduw-vd-natuur_ct

Grijze vloer

Zijn tong kuilt in de mond, er zit vuil aan een kies. Buiten is
het grijs en grauw, iedere kleur heeft zijn betekenis verloren.
En dan verbergt hij zijn kin bijna in de keel als hij zijn woor-
den beheerst inslikt. Hij ziet het niet, hij is mist.
Het mooiste weer maakt van deze stille man geen stralende
man. Zijn inwendige veelkleurigheid ruikt iedere vreugde op
grote afstand. Hij duikt weg, zijn spiegel is verzadigd.
Het van buiten grijze gezicht is smetteloos. Vermoedelijk is
de binnenkant als een gloeiende kool of een andere breuk van
de rijke aarde.
Zijn hut moet wel als een treurwilg zijn. Overal hangt de schaduw
van een zuiplap. Nee, dit is geen schoon hoofd. Dit is een half
hoofd op een benard levenspad. Vol wrevel zegt het niets meer.
Zijn schedel is een opgezette pens, zijn ogen zijn weggerold.
Dit hoofd heeft met opzet net genoeg huid voor iemand die zich
net uitrekt.

Vroeger losgeslagen, nu in de goede handen van de schrijver,
spreekt het weer met ingedikte woorden.
De instincten worden aangeboord en opgezocht. Op zoek naar
geurige kreten en warme kleuren.
Het horloge wordt gelijk gezet.
Hij schrok zo dat hij wakker werd.